Skip Navigation LinksHome-Nieuws-Open Podium-Item

De ik-BV versus het wij-gevoel: investeer juist in sociale cohesie 30 oktober 2018

door: Jeroen Weijermars

Steeds minder Nederlanders zijn bereid zich actief in te zetten om de verharding van de maatschappij, vervaging van normen en waarden en individualisering tegen te gaan. De overheid wilde ooit ons gedrag veranderen door een campagne op ons los te laten: ‘De maatschappij dat ben jij!’ Op zichzelf logisch, want als je mensen ernaar vraagt is vrijwel iedereen ervan overtuigd dat de verruwing en vervaging van normen en waarden ons allen niet ten goede komt. Wij willen dit graag allemaal anders. Maar ja, ‘wie zijn wij?’

Ik neem u mee naar de inzichten van psychiater Jan Koerselman. Hij schreef het boek Wie wij zijn. Volgens hem zit het met onze identiteit ongeveer zo: we zijn wezens die streven naar behoeftebevrediging. Deze behoeften zijn ooit door ene Maslow van laag (eten, seks) naar hoog (sociale bevestiging) uitgetekend in een piramide. Hoe beter we in staat zijn om onze (hogere) behoeften te bevredigen, hoe steviger onze identiteit is. 

XL36 OpenPodiumWeijermars-1Identiteitsprobleem
Hoe beter onze identiteit is, hoe beter we sociaal functioneren en hoe hoger onze groepsstatus. ‘Want de mens’, schreef Koerselman, ‘is nu eenmaal een groepsdier. Een sterke identiteit is dus een instrument, sociaal kapitaal.’ Er is een ingebouwde spanning tussen onze verlangens, bijvoorbeeld het verlangen naar zelfstandigheid, autonomie, en de behoefte aan ergens bij horen, verbinding. Die spanning uit zich als identiteitsprobleem: we willen eigen zijn, maar tegelijkertijd ergens bij horen. Doordat we onze autonomie versterken, verzwakken we onze sociale binding. Of als je het in sociale termen formuleert: door de individualisering verdwijnt het gevoel ergens ‘bij te horen’. Velen voelen zich ontheemd in onze geïndividualiseerde maatschappij. 

Met dit in het achterhoofd werd ik maandagochtend ruw wakker geschut. Via het onvolprezen Twitter werd ik geattendeerd op een column die ik na twee keer herlezen met enige teleurstelling naast mij neerlegde. Niet vanwege de inhoud, of eigenlijk wel. Want dit was de column die ik zelf had willen schrijven. In een paar honderd woorden schetste René Cuperus in de Volkskrant van 15 oktober haarscherp het verschil tussen de individuele sporter, met name die de sportschool frequenteert, en de traditionele georganiseerde verenigingssporter.

Het is niet alleen jammer, maar vooral onverstandig dat het geluid om meer en meer te investeren in de ongeorganiseerde individuele sporter steeds luider klinkt

De Ik-BV en het wij-gevoel
Eén alinea uit de aanbevelenswaardige column, met de titel ‘Op sportscholen wordt te weinig gelachen’ zet het verschil in een paar pennenstreken neer: ‘De sportschool is de wereld van neoliberale individualisering: je bent zelf verantwoordelijk voor je eigen succes, je eigen fitheid, je eigen verzorgde lichaam. De ik-BV. Sportverenigingen zijn daartegenover bastions van gemeenschapsleven, vrijwilligerswerk, groepsdynamiek.’ Het is het verschil wordt door René Cuperus in feite geduid als het verschil tussen ‘ik’ en ‘wij’. 

Het wij-gevoel. Het is nergens zo sterk als in de georganiseerde sport. Het is daarom niet alleen jammer, maar vooral onverstandig dat het geluid om meer en meer te investeren in de ongeorganiseerde individuele sporter steeds luider klinkt. Want door beleidsmatig in te zetten op deze trend wordt ingezet op de verdergaande individualisering die meer keuzevrijheid, maar ook minder wij-gevoel oplevert. Een wij-gevoel waar ieder individu volgens Koerselman naar snakt. Het wij gevoel, waarnaar op ieder niveau wordt gestreefd. Binnen kleine gemeenschappen blijven dorpsfeesten bestaan omdat het binding met elkaar geeft. Heidagen bij bedrijven en andere organisaties bestaan bij de gratie van het creëren van wij-gevoel. En op nationaal niveau wordt het wij-gevoel door iedereen herkent wanneer door volkssporten internationaal grote sportprestaties worden neergezet. 

Je kunt je zorgen maken als de minister aangeeft dat hobby’s wat hem betreft geen ondersteuning van het Rijk behoeven

Vrienden voor het leven
Toch ligt het wij-gevoel nog makkelijker voor het oprapen. Je herkent het zodra je tijdens trainingsavonden of wedstrijddagen de mini-samenleving die sportvereniging heet binnentreedt. Je ziet, voelt, hoort het wij-gevoel. Het is een community die zich met elkaar verbonden en verenigt voelt. Het kost soms wat inspanningsvermogen om als nieuweling onderdeel uit te maken van die ‘wij’, maar als je er eenmaal onderdeel van bent dan tref je er doorgaans saamhorigheid, geborgenheid en vrienden voor het leven. 

Bestuurders van een sportverenging of sportbond zijn de stuwende krachten achter het wij-gevoel in de sport. Het is geen eenvoudige opgave, toch doen velen mensen het. Onbetaald maar vol passie en inzet uit liefde voor de sport of voor de club. Als hobby. Gelukkig doe je dat onbetaald, want minister Wiebes van Economische Zaken sprak in de laatste uitzending van Zomergasten dat hij geen cent over heeft voor hobby’s van een ander. Het ging toen weliswaar om cultuur, een branche die door Wiebes – tot verbijstering van de veelal betaalde cultuursector - werd weggezet als hobby, maar het is een gedachtenloop die je net zo goed op de sportsector kan loslaten. 

XL36 OpenPodiumWeijermars-2Investeren in sport
Hobby’s kosten geld, dat weten alle sporthobbyisten. Je kunt je dus zorgen maken als de minister aangeeft dat hobby’s wat hem betreft geen ondersteuning van het Rijk behoeven. Tenzij je een Nederland ziet als niets anders dan een rechtssysteem waarbinnen de bewoners functioneren op basis van een historisch gegroeide symboliek zoals ‘vlag’, ‘volkslied’ en ‘oranje’. Het wij-gevoel wordt dan onderschreven, maar in dit systeem kennen de miljoenen mensen elkaar niet meer van gezicht. Deze bewoners moeten wel met elkaar leven.

Persoonlijk zie ik dat niet zitten en ik vind dat ieder beschaafd land geld vrij hoort te maken voor cultuur en wat mij betreft doet ieder zichzelf respecterend land er verstandig aan om vanwege verschillende redenen te investeren in sport. 

Een sportvereniging is een mini-samenleving op zichzelf waar waarden en normen omarmd worden zonder dat ze als beknellend worden ervaren

De meest voor de hand liggende reden om te investeren in sport is natuurlijk de toenemende gezondheid, maar de kracht van sport is meer. Op basis van bovenstaande is het verstandig om te investeren in het wij-gevoel. In jargon wordt dat ook wel uitgedrukt als sociale cohesie.

Sociale cohesie
Als je spreekt over sociale cohesie vind je dat vrijwel vanzelf bij de sportverenigingen. Een sportvereniging is een mini-samenleving op zichzelf waar waarden en normen omarmd worden zonder dat ze als beknellend worden ervaren en zonder dat deze per definitie zijn uitgeschreven. Een mini-samenleving waar sociale controle op basis van vaak ongeschreven regels plaatsvindt. Een plek waar mensen met elkaar samenwerken en voor elkaar werken zonder daarvoor een rekening te sturen. Een mini-samenleving waar we trots zijn op elkaars prestaties op ieders eigen niveau. Een mini-samenleving waar gestreefd wordt om elkaar beter te maken en een mini-samenleving die elkaar steunt wanneer dat nodig is. Een mini-maatschappij die geschraagd wordt door het wij-gevoel. 

Daarmee heeft de overheid een prachtig marketing- en communicatievehikel om gedrag te beïnvloeden. En we worden er ook nog gezonder van. De maatschappij? Dat zijn wij! 

Jeroen Weijermars is met Zjerom ondernemer in sportmanagement en sportmarketing. Daarnaast is hij als docent verbonden aan de Johan Cruyff Academy en geeft hij daar les op het gebied van sportmanagement, -marketing en -media. In zijn vrije tijd is hij lid van het bondsbestuur van het Koninklijk Nederlands Korfbalverbond (KNKV) met als aandachtsgebied marketing en communicatie. In 2014 behaalde hij zijn MBA Sportmanagement bij het Wagner Instituut te Groningen. Voor meer informatie: jeroen.weijermars@zjerom.nl, Twitter, LinkedIn, of www.zjerom.nl

« terug

Reacties: 14

Wouter de Groot
30-10-2018

Beste Jeroen,

Dank voor je column. Hij roept bij mij een aantal vragen op. Ten eerste, hoe zie jij die versterking van de sportverenigingen voor je? Ten tweede, op welke manieren gaan zij de sociale cohesie versterken? Ten derde, hoe wordt volgens jou dan geïnvesteerd in de ongeorganiseerde individuele sporter? Ten vierde, is een sportvereniging de enige plek waar je sociale cohesie kunt vergroten? Ik ben van mening dat mensen zelf mogen kiezen op welke wijze ze sporten en bewegen. En er zijn ook heel veel initiatieven (ook commerciële) waar mensen buiten verenigingsverband met elkaar sporten, zoals bootcampen, rennen door de stad, etc. Ja, zelfs in de sportschool ontstaan groepjes die ook andere activiteiten met elkaar gaan ondernemen, zoals hardlopen, fietsen tot zelfs op vakantie gaan aan toe! In de sportschool van René Cuperus praat misschien niemand met elkaar, maar er zijn ook kantines waar mensen nauwelijks met elkaar praten. Ik deel je mening dat sport en bewegen (en ook cultuur) essentieel zijn voor het functioneren van onze samenleving en ik deel ook je zorgen dat de samenleving soms (neoliberale) trekjes vertoont die wellicht onwenselijk zijn, maar de vraag is of de sportvereniging de redder van de sociale samenhang in Nederland is. Ik betwijfel dat. Het probleem is veel groter en vraagt om een andere manier waarop wij onze samenleving organiseren.

Groet, Wouter de Groot 

Jan Raateland
30-10-2018

Beste Jeroen,

Bedankt voor je artikel, Ik had hetzelfde gevoel als jij na het lezen van de column van Rene Cuperus had: Dit artikel had ik zelf willen / kunnen schrijven.

Jan Raateland
30-10-2018

Beste Wouter,  Ik heb een paar antwoorden op jouw vragen:  1. Hoe versterk je sportverenigingen? zie mijn eerdere bijdragen in Sport Knowhow XL  of bekijk mijn blogsite www.desportverenigingen.nl.  2. De 26.0000 sportverenigingen in Nederland versterken al ruim 100 jaar de sociale cohesie; met een betere en gerichtere ondersteuning kunnen zij dat nog meer. 3. De individuele sporter wordt in de afgelopen 20 jaar door de Rijksoverheid en lokale overheid gesubsidieerd door middel van sportstimuleringssubsidies: stimuleren van sport en bewegen, tegengaan van overgewicht, etc. 4. Nee de sportvereniging is niet de enige plek waar de sociale cohesie is te vergroten, maar wel de plek die over een lange periode (een eeuw) bewezen heeft dat te kunnen realiseren: continuiteit geborgd.  De sportvereniging is zeker niet de redder van de sociale samenhang in Nederland, maar levert wel een onmisbare bijdrage aan die sociale samenhang; niet alleen met haar leden/ sporters maar ook met en door de miljoen vrijwilligers.

Loek Jorritsma
30-10-2018

Goed stuk. Verantwoorde sportbeoefening Dienst van Algemeen Economisch Belang. Indien niet, falend vakdepartement. 

Wouter de Groot
30-10-2018

Beste Jan, Hartelijk dank voor je reactie. Ik deel je mening dat de sportstimuleringssubsidies niet op hebben geleverd wat ze vermoedelijk hadden beloofd, maar ik zou dat niet direct als investeringen in individuele sporten willen bestempelen. Bedoel je hier de Sportimpuls mee? Want daarvan is ook een groot deel naar sportverenigingen gegaan. Ik ben het ook met je eens dat sportverenigingen een belangrijke rol spelen in de sociale cohesie binnen een gemeenschap. Die rol loopt langzaam ietsje terug door dalend lidmaatschap en het consumptieve gedrag van de leden van de sportverenigingen. Maar zou ik je uit mogen dagen om concreet te maken hoe de overheid de sportverenigingen kan versterken? Ik heb je column van 16 oktober jl. erop nagelezen en daar zeg je het volgende: Ik pleit voor een investering in de versterking van de organisatie en bestuurlijke kracht van de sportverenigingen in Nederland. Hun unieke verenigingsstructuur, gebaseerd op een prachtige traditie, staat al jaren onder druk. Het betreft hier een duurzame investering die de gemeente, de samenleving, dubbel en dwars zal gaan terugverdienen, zowel op individueel als collectief vlak. Individueel omdat sport bijdraagt aan gezondheid, ontwikkeling en plezier; collectief omdat sportverenigingen in wijken bijdragen aan de sociale cohesie en daarmee de sociale structuur in de wijk versterken. Als dat geen return of investment is. Hoe zien die investeringen in de versterking van de organisatie en de bestuurlijke kracht er wat jou betreft uit? Alvast bedankt voor je reactie. Groet, Wouter

Jan
30-10-2018

Eens met je wat betreft de kracht en betekenis van sportverenigingen, oneens dat het jammer is dat het geluid sterker wordt om meer te investeren in ongeorganiseerde sport. Sport wordt zoals bekend gefinancieerd door met name gemeenten, wat Wiebes en anderen in Den Haag daarvan vinden zou je dus niet zozeer hoeven vrezen. Dat gemeenten bijna al hun geldbudget aan verenigingsaccommodaties besteden en een beetje aan stimulering richting die verenigingen (accommodaties), maakt het dat we in Nederland bijna enkel sportverenigingsbeleid kennen en geen daadwerkelijk sportbeleid. Dat in met name steden, waar de georganiseerde sport circa 15% van de bewoners nog weet te bedienen, nu eindelijk wat verder wordt gekeken dan enkel de vereniging doet recht aan de sportbehoefte en beoefening in dit land. Dat betekent niet dat er nu opeens geld naar de sportschool of klimhal gaat, dat buurtsportcoaches als fitnesstrainer gaan werken in de gym, maar dat de gemeentelijke sporthallen, velden, zwembaden op (de veelal meest oncourante uren) open worden gesteld voor niet-verenigingen, individuen en groepjes, tegen een 2-3x hoger tarief en pas als alle andere doelgroepen aan de beurt zijn geweest. Dat de vele zzp'ers die sport rijk is, ook eens uitgenodigd worden voor een brainstormsessie over sportbeleid op het gemeentehuis, ipv enkel de voetbalvoorzitters. Dat je als gemeente ook eens kijkt naar het optimaliseren van een hardloop/fietsroute, en in gesprek gaat met die beoefenaars. En dat lijkt mij allemaal prima. We mogen als land ontzettend blij zijn met onze verenigingen en daarom stoppen we er ook zoveel geld en energie in (als burgers en als overheid) om ze overeind te houden. Maar dat betekent niet dat we het overgrote deel van de sporters hoeven te negeren. Ook zij halen plezier, voldoening, resultaat uit hun sport, op wat voor gebied dan ook en dat kan ook op sociaal gebied zijn, dat is niet exclusief aan vereniging besteed. Verenigingen en dan met name teamsport verenigingen zijn daar zeker goed in, maar dat is niet enkel aan hen voorbehouden. Dat zou alle andere vormen van (samen) sporten tekort doen. Sociale cohesie is niet een gevolg van je rechtsvorm, het is iets dat op vele wijze, in vele (sport)vormen kan ontstaan en worden volgehouden. Zelfs als je traint in setjes van 3x12 - 65 kg lat pull. Het valt op dat commerciele partijen hier ook veel mee bezig zijn, omdat voor hun bedrijsmodel, de sociale cohesie binnen de groep / ledenbestand een belangrijke pijler is. Kortom, ik denk dat de ongeorganiseerde sport nog lang niet voldoende aandacht krijgt / serieus wordt genomen als onderdeel van het sportbeleid. Tegelijkertijd zie ik het als een mooie taak om de sportvereniging midden in onze leving te houden. Het is geen wij/zij ze doen er beide toe. 

Wouter de Groot
30-10-2018

Volgens mij zijn we het over een heleboel zaken eens met elkaar Jan. Maar ik was na het lezen van het stuk van Jeroen gewoon benieuwd hoe verenigingen nu concreet ondersteund kunnen worden om hun rol in de sociale cohesie te versterken. Moeten er meer cursussen worden aangeboden aan sportverenigingen door de gemeente, moeten de tarieven voor accommodatiegebruik door sportverenigingen omlaag, moet er meer progessioneel kader worden aangesteld bij sportverenigingen? En vervolgens, hoe wordt die rol naar de omgeving toe waargemaakt? Dat blijft voor mij nog onduidelijk. Misschien moeten we eens een kop koffie drinken. We wonen allebei in Den Haag en mijn kinderen sporten met veel plezier bij 'jouw' club. Groet, Wouter

jan
31-10-2018

@wouter e.a., er zijn blijkbaar 2 jan'nen die hier reageren :-) De laatste Jan reageerde op het artikel van Jeroen.

Wouter de Groot
31-10-2018

Beste Jan,

Van Jan Raateland ontving ik ook deze opmerking. Hierdoor ontstond bij mij inderdaad verwarring. De reactie kwam dusdanig snel dat ik dacht dat Jan (Raateland) was vergeten om zijn achternaam te vermelden. Maar het bleek dus om een andere Jan te gaan en om zijn reactie op het stuk van Jeroen.

Maar nu weet nog steeds niemand wie Jan is. Houd ons niet langer in spanning Jan Jan! Wat is je achternaam? Je heeft toch wel echt Jan?

Mvg, Wouter

Loek Jorritsma
31-10-2018

Beste Jan,

Diegenen van de sportschool en hardlopers en zo, dat zijn geen SPORTers. Dat zijn bewegers. Dat is heel goed, voor de volksgezondheid, geen twijfel over. Maar die van de georganiseerde sport, dat zijn SPORTers. Die doen niet alleen maar aan bewegen, in sommige SPORTen zelfs maar heel weinig, Schaken en dammen bijv. En dat verschil dient veel duidelijker dan nu te worden vastgelegd. In het een geval gaat het om gezondheidsbeleid, in het andere om SPORTbeleid. Dat kan en moet elkaar versterken, in de ruimtelijke ordening (als oud wethouder sport mag ik daarover meepraten), in het Economisch beleid (denk aan staatssteun ), gezondheidsbeleid (Was eerder ook vice voorzitter ziekenhuis ) onderwijs (voorzitter basisonderwijs) fiscaal beleid (BTW kwestie) etc. etc. Nu beide beleidsterreinen (sport en bewegen) onvoldoende zijn gedefinieerd blijft de discussie vol van de (terechte) vragen die je stelt.

Jan
31-10-2018

Beste Loek,

Zit de sporter/beweger ook te wachten op een definitie van sport? Gaan daar meer Nederlanders door sporten/bewegen (met alle voordelen/nadelen vandien)? Lijkt mij niet, maar wellicht zie ik de voordelen over het hoofd, het lijkt een echter zoektocht naar een beschermde status voor een (belangrijk) stuk Nederlands erfgoed.

De definitie kwestie (wat verstaan we onder sport) lijkt meer ingestoken om de staatsteun aan de georganiseerde sport te kunnen blijven legitimeren. De vraag is of die steun nog effectief, efficiënt en zo je wilt eerlijk is. Van een level playing field tussen sport/beweegaanbieders is in ieder geval geen sprake. Dat houdt ook niet op wanneer je de ene activiteit sport noemt en de andere bewegen. De hardloper bij een vereniging is een sporter en de hardloper bij een loopgroep is een beweger (ze doen allebei mee aan de 7 heuvelenloop en hoe zullen ze zichzelf na de finish definieren als sporter of als beweger)?

Ik begrijp uiteraard dat het een technische discussie is, en dat dat zijn redenen heeft. De wens om de voorkeursbehandeling die verenigingssport krijgt van onze overheid (niet alleen financieel, maar ook in ruimte, zorg, fiscaal, etc) mogelijk te maken door een definitie, is begrijpelijk (zij wel, zij niet – en probeer te behouden wat we hebben opgebouwd) maar ik denk niet dat die voorkeursbehandeling nog langer houdbaar is (in de huidige vormen) in het huidige sportlandschap. De grenzen vervagen meer en meer. De burger kiest, en die kiest, naast sportbeoefening binnen een vereniging, in grotere mate voor sport/beweging op andere wijze. We hebben de afgelopen dertig jaar met veel geld en energie de verenigingssport overeind weten te houden (gelukkig). Maar de groei aan beoefenaars is in diezelfde periode echt vanuit andere aanbieders/activiteiten gekomen. Het lijkt mij daarom dat de rechtsvorm (of een enge definitie die uitsluit) niet leidend hoort te zijn, maar de activiteit en dat mag je van mij sport of bewegen noemen.

Jan Raateland
31-10-2018

Beste Jan ??? Ik zou graag op jouw laatste bijdrage / reactie willen reageren. Mag ik zo vrij zijn om te vragen wie ji bent ( achternaam?) ; vanuit welke achtergrond, ervaring en /of kennis jij jouw reacties baseert. Dat kan naar mijn idee meer bijdragen aan-, meer van waarde zijn voor onze uitwisseling.  groet Jan Raateland  o.a. de initiatiefnemer om de sportverenigingen in Nederland aan te melden als immaterieel erfgoed  
http://www.desportverenigingen.nl/2017/10/12/sportvereniging-erkend-als-erfgoed/

loek jorritsma
31-10-2018

Beste Jan, Heden artikel in Binnenlands Bestuur alarmerend artikel over consequenties nieuwe BTWregels voor de sport: leidt tot hogere prijs en daardoor minder sportbeoefening. Consequentie van doortrekken regelgeving markt op de sport, 'herstel' van level playing field sport en beweegactiviteiten. Dus die sporter zit wel degelijk te wachten op een betere definitie van sport als activiteit die meer is dan bewegen. Ik ben van mening, met Jan Raateland, dat sport meer is dan alleeen maar markt. Maar anders dan hij ben ik van mening dat de verankering als materieel erfgoed te weinig recht doet aan de maatschappelijke betekenis van sport. Ik ben van mening dat er een sportwet dient te komen (zie hierover mijn eerdere artikel in sportknowhow) waardoor sportorganisaties de publieke taak hebben om zorg te dragen voor verantwoorde sportbeoefening. Google daarvoor ook naar bijv. loek jorritsma kenniscentrum sportwet, download dat artikel en ga er eens gezellig voor zitten. Daarna spreken we elkaar weer.

loek jorritsma
30-11-2018

We zijn nu een maand verder. De Jan die hier reageerde en waarop ik hem adviseerde zich nader te informeren heeft verder geen actie ondernomen. Dat is jammer. Ik nodig hem graag uit op dit platform zijn (bijgestelde?) visie verder te bediscussieren. 

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst