Skip Navigation LinksHome-Nieuws-Nieuwsberichten-Nieuwsbericht

Pijn aan knieschijf niet veroorzaakt door kraakbeenschade

door: Leo Aquina | 18 mei 2017

Patellofemorale pijn. Weinig mensen kennen het woord, maar het is een veelvoorkomende knieklacht bij sporters en niet-sporters: pijn rond en achter de knieschijf. Alleen al in Nederland kampen jaarlijks zo’n 70.000 mensen met dit probleem. Lang werd gedacht dat kraakbeenschade een van de voornaamste oorzaken was, maar Rianne van der Heijden stelde in haar promotieonderzoek vast dat dit niet het geval is: “Daar kan echt een streep doorheen.“ Wat de oorzaak wel is, kan Van der Heijden nog niet zeggen. Waarschijnlijk zijn er meerdere oorzaken. Ten aanzien van de behandeling trok Van der Heijden in ieder geval één belangrijke conclusie: rust brengt geen oplossing.  

Van der Heijden, zelf een actief sporter, kon in het onderzoek zowel haar liefde voor sportgeneeskunde als die voor techniek kwijt. De onderzoeksgroep op het Erasmus MC in Rotterdam maakte gebruik van de nieuwste MRI-technieken om knieën in beeld te brengen. Daarbij richtten de onderzoekers zich op een aantal mogelijke oorzaken van de pijn. De eerste was de kwaliteit van het kraakbeen. 

XL17-Kniepijn-1Kwaliteit kraakbeen
Bij het kraakbeenonderzoek konden Van der Heijden en haar collega’s dankzij de nieuwe MRI-technieken beter kijken dan voorheen mogelijk was. “We keken niet alleen naar afwijkingen in de vorm of daadwerkelijke schade aan het kraakbeen. We konden dankzij geavanceerde, kwantitatieve MRI-technieken ook naar de samenstelling van het kraakbeen kijken. Dat is een mooie techniek waarbij we ook bij jonge patiënten, bij wie nog niet of nauwelijks sprake is van slijtage, konden zien wat de kwaliteit van het kraakbeen was. Uit dit onderzoek kwam geen verband tussen de pijnklachten en afwijkingen in het kraakbeen naar boven”, aldus de onderzoekster.

“Een groot deel van de patiënten ervaart ook pijn bij het langdurig zitten met gebogen knieën, mogelijk ten gevolge van een verminderde doorbloeding"

Ook het onderzoek naar andere mogelijke oorzaken leverde geen aantoonbaar verband op. “We hebben gekeken naar afwijkingen in bot, in vetlichamen en vocht in de knie maar ook dat konden we allemaal uitsluiten als oorzaak.” Als derde hypothese onderzocht Van der Heijden doorbloeding als pijnoorzaak. “Een groot deel van de patiënten ervaart ook pijn bij het langdurig zitten met gebogen knieën, mogelijk ten gevolge van een verminderde doorbloeding. Doorbloeding van bot is echter moeilijk te meten, maar met geavanceerde technieken konden we meten hoeveel bloed er in en uit ging.” 

XL17-Kniepijn-2Pijngevoeligheid
Hoewel van der Heijden uit de gevonden resultaten niet kon concluderen dat meer of minder doorbloeding van de knieschijf verschil maakte, sluit zij het nog niet uit. “We kregen het idee dat er binnen onze onderzoekspopulatie een subgroep was, maar daar moeten we meer onderzoek naar doen.”

Van der Heijden keek ook naar verhoogde pijngevoeligheid als oorzaak. Mensen kunnen bij een heel lichte prikkel of zelfs geen prikkel toch pijn ervaren. “Een verstoorde pijngewaarwording bleek met name bij vrouwen wel verschil te maken”, aldus de onderzoekster. Die conclusie kan een opstapje zijn voor onderzoek naar nieuwe behandelmethodes voor deze specifieke doelgroep. “Daarbij moet je denken aan bepaalde vormen van oefentherapie of mogelijk in de toekomst specifieke medicatie”, licht Van der Heijden toe. 

Vervolgonderzoek
Pijngevoeligheid en doorbloeding zijn de twee mogelijke oorzaken die volgens Van der Heijden nader onderzoek behoeven. Een andere mogelijke oorzaak die nog nader kan worden onderzocht is van mechanische aard. “Je moet daarbij denken aan de ‘uitlijning’ van de knie. We kunnen nog veel meer metingen aan de knie doen waar het de vorm betreft.”

"Om tot doelgerichtere behandelmethoden te komen, is het belangrijk te weten waar de pijn vandaan komt"

De grootste drempel als het gaat om vervolgonderzoek is financieel. Onderzoek kost geld en de universiteit moet steeds weer op zoek naar fondsen en subsidiepotjes om op projectbasis onderzoek te kunnen doen. Van der Heijdens promotieonderzoek is afgerond en de daaraan gekoppelde subsidie was voor een beperkte periode. Zelf is Van der Heijden op dit moment in opleiding tot radioloog, maar zij sluit niet uit dat zij zich in de toekomst weer stort op wetenschappelijk onderzoek. In haar proefschrift toonde zij al aan dat oefentherapie beter is dan rust. “Maar om tot doelgerichtere behandelmethoden te komen, is het belangrijk te weten waar de pijn vandaan komt”, besluit Van der Heijden.

Voor meer informatie: klik hier

« terug

Reacties: 2

Piet van Loon, orthopeed
18-05-2017

Het is lastig oplossingen te vinden voor een gewrichtsklacht als oorzaken niet ook buiten het gewricht zelf met behulp van systematisch algeheel lichamelijk onderzoek (houding, flexibiliteit, aanwezigheid contracten rug en/ of heupen, neuromusculaire tihgtness) en integraal orthopedisch denken worden gezocht.

Patelofemorale pijn of chondropathie van de patella is binnen de Anglo-Amerikaanse orthopedie nooit goed door dit integraal denken rond houding en balanssystematiek beschouwd.

In de jaren zeventig/tachtig leidde dit de meest bizarre en bij duizenden adolescenten uitgevoerde operatieve ingrepen; van het 'klieven van het laterale retinaculum' tot tuberositas ophogingen en/of verplaatsingen. We zagen immers met de toen nieuwe diagnostiek, de arthroscopie, dat het kraakbeen zacht en niet mooi glad meer was! Meestal waren het meisjes rond en na de groeispurt die last hadden van 'theaterzit'-problemen rond de knie en werd er wel eerst stevig op de versterking van de Quadriceps ingezet. Duidelijk was, dat sport vaak 'teveel van het goede was' omdat dat kennelijk 'overbelasting' bracht. Rustig weer opbouwen van training en sport lukte meestal wel. De fysiotherapeuten bekwaamden zich in 'functionele looptraining'.

Het is echter niet de sport die het probleem in gang zet, maar het verlies van goede houding en flexibiliteit van de wervelkolom door het al sinds de jaren zestig uitdijende zitgedrag van kinderen (steeds meer, maar vooral veel verkeerd zitten) wat oorzakelijk is. De onderzoekers hebben niet aangegeven of de musculaire onbalans, die dit houdingsverval geeft (overwerkte en zeer strakke hamstrengen, weinig gebruikte glutei en quadriceps,  etc.) is onderzocht. Ook door houdingsverval zie je in de praktijk, maar zeker ook op straat, almaar meer overstrekneiging en varus in adolescentenknieen, wat de ophanging van de patella niet ten goede komt. Dat geeft shearstresses op het kraakbeen (veel grotere klappen bij neerkomen van het been) en onnatuurlijke spanningen in het bandkapselapparaat. Dat laatste veroorzaakt pijn, het eerste niet.

Alexia de Monchy
22-05-2017

Deels eens met dokter Van Loon. Spierbalans speelt zeker een rol. In de fysiotherapiepraktijk zie ik patella-femorale klachten na een langdurig insufficiënt gebruik van de kniestabilisatoren, en dat met name de m. quadriceps. De knie >90 graden gebogen met weerstand geeft veel compressie op de patella; deze is dan geneigd te lateraliseren. De retro-patellaire irritatie ontstaat bij een combinatie van insufficiënte werking van de - met name - m. quadriceps (vastus medialis) + weerstand op de patella bij > 90graden flexie, zoals bij: fietsen tegen de wind in/ over brug/ heuvel op, gewicht heffen vanuit flexie naar extensie en de trap oplopen met 2 treden tegelijk. De oplossing is simpel (en conservatief): de patella sporen naar mediaal met kynesiotape voor een aantal dagen (repeat) + onbelast en in open keten spierkracht trainingen. Binnen 3 weken van de klachten af. In ieder geval bij 80-90% van mijn patiënten.

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst