Skip Navigation LinksHome-Nieuws-Column XL-Item

De ambitieuze sporter 30 oktober 2012

door: Anneke Palsma

Wie serieus met zijn sport bezig is, is gemotiveerd en zorgt voor een goed trainingsprogramma met voldoende tijd voor herstel. Het belangrijkste wordt echter nog wel eens uit het oog verloren: de basisvoeding. Voor een goede prestatie is het nodig om alle voedingsstoffen in een goede verhouding en op het juiste tijdstip binnen te krijgen, oftewel dat de maaltijdmomenten aangepast zijn aan de trainingstijden en het herstel na een sportieve prestatie. Hiervoor kan in het algemeen goed worden volstaan met basisvoedingsmiddelen, maar topsporters eisen meer van hun lichaam dan een ‘gewone burger’.

Naast prestatieverbetering is ook het beschermen/bevorderen van de gezondheid van de sporter belangrijk. Daarbij kan het gebruik van sportvoedingspreparaten en sportvoedingssupplementen - mits goed toegepast - belangrijk zijn, afhankelijk van het niveau waarop men de sport beoefent. Zo kunnen recreatiesporters – die één tot twee keer per week gemiddeld één uur trainen - prima volstaan met de ‘Richtlijnen goede voeding’ van het Voedingscentrum. Echter wedstrijdsporters en topsporters zouden hun voeding moeten aanpassen aan de intensiteit en het type sport dat wordt beoefend.

Sportvoedingsadvies afhankelijk van het type sport
Wedstrijd- en topsporters hebben een hogere eiwitbehoefte dan er in de Richtlijnen Goede Voeding wordt aanbevolen, omdat tijdens hun sportieve inspanningen spierschade optreedt. Bij een krachtsporter is dat nog meer het geval dan bij een duursporter. Ter vergelijking: voor een normale voeding geldt een eiwitbehoefte van 0,8 g/kg lichaamsgewicht, voor een duursporter geldt een aanbeveling van 1,2 – 1,6 g/kg lichaamsgewicht en voor een krachtsporter wordt 1,5 – 2,0 g kg lichaamsgewicht gehanteerd.

Voor spelsporters is het advies afhankelijk van de positie in het team. Voor keepers geldt een lagere energiebehoefte dan voor veldspelers, omdat ze minder dan hen hoeven te lopen. Voor alle sporters geldt dat ze matig moeten zijn met vet om een goed gewicht te handhaven, maar wel voor voldoende koolhydraten moeten zorgen voor extra brandstof om de inspanningen goed vol te houden.

Hogere behoefte aan vitamines en mineralen
Wedstrijd- en topsporters hebben meer energie (lees: calorieën) dan recreatieve sporters nodig, omdat ze meer arbeid verrichten tijdens het sporten. Door de hoge energie-inname hebben ze ook meer vitamines nodig voor de verwerking van de extra voedingsstoffen. Met een goed uitgebalanceerde voeding is dat wel te realiseren en is het meestal niet nodig om voedingssupplementen te gebruiken. Zodra er trainingsstages of veel wedstrijden plaatsvinden in een land waar anders gegeten wordt, kan dat lastig zijn.

Bij binnensporten vindt er minder blootstelling aan zonlicht plaats, waardoor er minder vitamine D wordt aangemaakt 1 en 2). Vitamine D zorgt voor de opname van Calcium uit de voeding en het vastleggen ervan in het botweefsel. Daarnaast heeft vitamine D ook een functie bij het handhaven van de spierkracht. Ook lijkt vitamine D een functie te hebben bij het versterken van de weerstand. Daarom is het raadzaam om het vitamine D-gehalte te laten monitoren. Het gebruik van voedingssupplementen is echter niet zonder risico.

Voedingssupplementen en dopingrisico
Uit onderzoek blijkt dat circa 2-25 % van de voedingssupplementen vervuild is met dopinggeduide stoffen. Dat kan zowel opzettelijk als onopzettelijk gebeuren. Wanneer dit opzettelijk gebeurt - bijvoorbeeld met stimulantia of anabole steroïden - spreken we ook wel van ‘gespikete’ supplementen.

Voedingssupplementen bevatten voedingsstoffen in een sterk geconcentreerde vorm. De grondstoffen van de voedingssupplementen kunnen vervuild zijn, doordat ze verwerkt worden met behulp van apparatuur die ook wordt gebruikt voor de productie van (grondstoffen voor) medicijnen. En medicijnen kunnen dopinggeduide stoffen bevatten. Wanneer de apparatuur minder goed gereinigd wordt kunnen sporen van deze stoffen in voedingssupplementen terecht komen wanneer deze worden verwerkt met dezelfde apparatuur. De sporter is altijd verantwoordelijk voor alle stoffen die er in zijn lichaam bevinden. Een sporter die positief test ten gevolge van het gebruik van voedingssupplementen loopt dus het risico op een schorsing van twee jaar.

NZVT-nog steeds een uniek systeem
WADA adviseert om bij voorkeur geen voedingssupplementen te gebruiken, maar evenals het ‘gewone publiek’ gebruiken ook sporters voedingssupplementen. Daarom is er door NOC*NCF en de brancheorganisatie ‘Natuur- en gezondheidsProducten Nederland’ in samenwerking met de Dopingautoriteit het Nederlands Zekerheidssysteem Voedingssupplementen Topsport (NZVT) opgezet. Producenten van voedingssupplementen kunnen hun supplementen per partij laten testen op de aanwezigheid van dopinggeduide stoffen. De partij supplementen wordt steekproefsgewijs getest in een laboratorium die dezelfde eisen hanteert als een WADA-geaccrediteerd laboratorium bij dopingtesten. Als deze test negatief is wordt deze batch op de NZVT-lijst vermeld. De NZVT-lijst is hier te vinden. Let er wel op dat het batchnummer volledig overeenkomt met de batch die de sporter gebruikt, want de goedkeurig geldt uitsluitend voor batches die op deze lijst te vinden zijn.

Zorg voor een goed gewicht
Voor sporters is het belangrijk om blessures te voorkomen. Daarom dienen sporter erop te letten dat ze niet te licht, maar ook niet te zwaar zijn voor hun bouw en type sport. Wie te zwaar is, is minder wendbaar en belast zijn of haar gewrichten meer dan iemand met een goed gewicht en heeft daardoor een grotere kans op gewrichtsklachten. Een sporter die te licht is, heeft vaak te weinig spierweefsel en dat gaat ten koste van kracht en uithoudingsvermogen. Bij sporten waarbij gewichtsklassen bepalend zijn is het nodig om een optimaal voedingsbeleid te voeren. Een sporter heeft doorgaans het meeste voordeel als hij of zij boven in de range van de gewichtsklasse zit, omdat hij of zij maximaal profijt kan hebben van zijn of haar gewicht als kracht. Daarom willen sporters met een setpoint dat net boven de bovengrens van een gewichtsklasse ligt, graag toch nog deelnemen in deze gewichtsklasse. Momenteel wordt daar ook onderzoek naar verricht door de Jessica Gal die actief was als judoka en nu een praktijk heeft als sportarts 3).

Ook voor sporten waarbij esthetiek of de zwaartekracht een belangrijke factor is voor de prestatie kan de druk om aan een ideaalbeeld te voldoen zwaar wegen.

Eetstoornissen in de sport
Uit onderzoek van Karin de Bruin blijkt dat eetstoornissen vaker voorkomen bij sporters dan bij niet-sporters 4). Daarom is in 2010 een helpdesk opgericht waar sporters en begeleiders terecht kunnen voor meer informatie over (de behandeling van) eetstoornissen 5). Ook is er een pool van specialisten waar sporters die met een eetstoornis te maken hebben terecht kunnen voor hulp.

Trainer-coaches en andere begeleiders rondom de sporter dienen zich bewust te zijn van signalen van sporters die kunnen wijzen op een eetstoornis en sporters tijdig te verwijzen naar de juiste hulpverleners voor de aanpak van dit complexe probleem.

Begeleiding geen overbodige luxe
Elke sporter is uniek. Daarom is het raadzaam om een voedingsplan op te (laten) stellen in overleg met een sportvoedingskundige of sportdiëtist. Uit gesprekken die leden van de Vereniging Sportdiëtetiek Nederland tijdens de Olympische Spelen in Londen hadden met vertegenwoordigers van de zusterorganisaties uit de Verenigde Staten, Australië en Groot Brittannië blijkt dat we in Nederland nog meer stappen voorwaarts kunnen zetten in de begeleiding van topsporters op het gebied van voeding. Daarvoor is meer financiële ruimte binnen het sportbudget nodig 6). Het past echter wel bij de ambities van Nederland om bij de beste tien sportlanden van de wereld te behoren.

Bronnen:
1) Knuschke P, Unverricht I, Ott G, Janssen M. Personenbezogene Messung der UV-exposition von Arbeitnehmer im Freien. Forschungsprojekt F177. Dortmund: Bundesamt für Arbeitsschutz und Arbeitsmedizin, 2007.

2) Thieden E. Sun exposure behaviour among subgroups of the Danish population. Based on personal electronic UVR dosimetry and corresponding exposure diaries. Dan Med Bull 2008;55:47-8.

3) Interview met Jessica Gal op Sport Knowhow XL

4) Thin is going to win? Diosrdered eating in the sport, proefschrift van Karin de Bruin, 2010

5) www.eetproblemenindesport.nl

6) Presentatie ‘Innovaties in de sportdiëtetiek. Nederland op koers voor het podium?’ door Floris Wardenaar MSc, gehouden op 11 oktober 2012 tijdens het 8e Nationale Sportinnovatiecongres in Eindhoven

Anneke Palsma is na de zomer van 2011 gestart met Palsma Sportvoedingsadviesbureau. Vanuit daar is zij actief met het schrijven van voedingsbeleid voor(top)sportbonden, (top)sportverenigingen en fitnesscentra; het geven van voedingsadviezen aan individuele (top)sporters en fitnessers; het ontwikkelen van lesmateriaal voor sporters en opleidingen voor begeleiders rondom de sporter; het geven van lezingen over voeding voor (top)sporters en hun begeleiders zoals (top)sportbonden, –verenigingen en sportscholen en het schrijven van teksten over voeding voor sportbladen en websites. Palsma werkte eerder als beleidsmedewerker preventie bij de Dopingautoriteit. Kijk op www.sportvoedingsadvies.eu of lees hier blogs van Anneke Palsma. Voor meer informatie: 010-501 9010, 06-2807 7145 of ahpalsma@planet.nl.
« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst