Skip Navigation LinksHome-Nieuws-Column XL-Item

De weg van de sportkantine naar participatie 22 november 2016

Een casestudy aan de hand van De Vitale Sportvereniging

door: Kim de Jong

De sportvereniging is een veelzijdige plek; er wordt een balletje getrapt of gegooid, serieuze competitie gespeeld, genoten van de derde helft, een kaartje gelegd, achter de bar gestaan, vergaderd, gejuicht, een kopje koffie gedronken, bijgekletst, et cetera. De laatste jaren wordt de sportvereniging echter ook gezien als een ideale plek om wijkbewoners die niet lid zijn van de vereniging te laten samenkomen. Met de huidige koers naar een ‘participatiesamenleving’ wordt deze extra functie van de sportvereniging en de sportkantine steeds meer benadrukt omdat de sportkantine een laagdrempelige werkomgeving kan zijn voor wijkbewoners die op dat moment inactief zijn.

In deze context is er een groeiende bereidheid om gebruik te maken van sport en sportverenigingen om burgers te activeren en een fysieke plek te bieden waar zij kunnen werken, groeien, bijdragen, maar ook initiatieven op kunnen zetten, hulp kunnen krijgen, et cetera. De Vitale Sportvereniging (VSV) is een van de projecten die al langer bezig is om de sportkantine breder in te zetten. VSV wil zorgen voor verbinding tussen de sportvereniging en de wijkbewoners, maar is ook gericht op het versterken op deze twee groepen afzonderlijk: zij ondersteunen de club bij het bewerkstelligen van nieuwe, duurzame geldstromen en zij dragen bij aan de participatie en integratie van (kwetsbare) wijkbewoners.

In mijn afstudeeronderzoek voor de Universiteit van Amsterdam heb ik bij vijf sportverenigingen in Enschede gekeken naar de bedoelde en onbedoelde effecten van dit re-integratie en participatie-onderdeel van VSV op zowel de huidige clubvrijwilligers als de werknemers (zie figuur 1).

XL40FiguurColumnXLUit dit onderzoek zijn vele inzichten naar voren gekomen omtrent sociale ontwikkeling en arbeidsactivering middels ‘de sportkantine’, maar in deze bijdrage zal ik mij beperken tot een interessante discrepantie binnen de doelen van de overheid betreffende sociale activering en hoe dit doorwerkt in projecten zoals VSV.

"Een onderdeel van de Vitale Sport Vereniging is het terugbrengen van langdurig werkloze mensen op de arbeidsmarkt"

Sociale activering
VSV kan als project geplaatst worden in een grotere beleidsfocus op de aanbodzijde van werk en (tegelijkertijd) het willen versterken van de gemeenschap en de wijk. Een onderdeel van VSV is het terugbrengen van langdurig werkloze mensen op de arbeidsmarkt. De eerste stap bestaat hierbij uit sociale activering, aangezien de deelnemers van VSV over het algemeen het project starten met een lage mate van participatie in de samenleving (niveau 2, 3 of 4 op de participatieladder).

Meedoen aan een project als VSV maakt mensen bewust van hun mogelijkheden. Werknemers van VSV gaven bijvoorbeeld aan dat zij dachten dat vrijwilligerswerk niets voor hen zou zijn, hoewel uiteindelijk bleek dat zij het ontzettend leuk vonden. Zonder dit vrijwilligerswerk was hun wereld erg klein en zouden zij wellicht nooit in contact zijn gekomen met de andere vrijwilligers.

Echter, er moet niet vergeten worden dat de mensen die deelnemen aan een re-integratieproject vaak al verschillende projecten hebben gedaan en daardoor al vaak teleurgesteld zijn. Zo gaven enkele werknemers aan dat zij veertig uur in een fabriek moesten werken, of op een vereniging of in een buurthuis gingen werken en er geen begeleiding was. Dit draagt vanzelfsprekend niet bij aan een positief beeld voor hen van de tegenprestatie.

'Ik dacht 'moet ik weer naar die rot club toe', ik had er echt geen zin in. Maar naar verloop van tijd burger je een beetje in, je begint het werk leuk te vinden'

Alle werknemers (één uitgezonderd) zijn begonnen vanuit een gemeentelijke verplichting, maar een groot deel ervaart hiervan nu positieve resultaten. Hun motivatie groeide naar mate zij langer deelnamen aan VSV. Een werknemer (54 jaar) gaf bijvoorbeeld aan:

'Het begin was moeilijk, ik heb me om de haverklap ziek gemeld. Ik dacht 'moet ik weer naar die rot club toe', ik had er echt geen zin in. Maar naar verloop van tijd burger je een beetje in, je leert de mensen kennen, je begint het werk leuk te vinden want je bent lekker buiten en je leefpatroon komt weer een beetje op orde. Je hebt weer een dagbesteding, maar het duurt wel een poos voordat je dat doorhebt. Ik wil niet meer thuis zitten. Als dit stopt, start ik bij een andere club. Daar heb ik ook al wat contacten gemaakt.'

Creëren van buurtnetwerk
Werknemers zoals deze zien de voordelen van het werken voor de sportclub; contacten, dagelijkse structuur en een doel van de dag. Dit type werknemer wordt langzaamaan ingebed in het clubnetwerk omdat de motivatie om werkzaamheden op de club te verrichten overeenkomt met de motivatie van de vrijwilligers. Dit bevordert het creëren van een buurtnetwerk, een van de doelen van VSV.

Aan de andere kant blijkt het bouwen aan een netwerk binnen de club de re-integratie soms juist te belemmeren. Wanneer een werknemer zich een vrijwilligers-mindset aanleert en zich comfortabel voelt in het nieuwe netwerk, heeft hij of zij meer te verliezen wanneer er een betaalde baan gevonden wordt. Wat eveneens lastig is, is dat wanneer de clubvrijwilligers weten dat een werknemer zo snel mogelijk weer doorstroomt naar een betaalde baan, zij minder geneigd zijn om te investeren in contact met de werknemer. Een clubvrijwilliger (46 jaar) gaf bijvoorbeeld aan:

'Ik heb zeker een band heb met de clubvrijwilligers, dat is gemakkelijk. En kijk, de rest zie ik als aangewaaide, verplichte vrijwilligers.'

"De verenigingsmanager manoeuvreert tussen de soms verschillende denkwerelden van werknemers en vrijwilligers tussen tegenstrijdige beleidsdoelstellingen"

Verenigingsmanager
De verenigingsmanager staat centraal voor een succesvolle implementatie van VSV. De verenigingsmanager is (idealiter) een fulltime professional die verbinding legt, stabiliseert en onderhoudt met de buurt en de sociale partners. Een vereiste van de verenigingsmanager is dat hij of zij uit dezelfde buurt of in ieder geval uit dezelfde stad komt als de sportvereniging die het project implementeert.

De doelen van re-integratie en het creëren van een buurtnetwerk kunnen de verenigingsmanager soms in een lastige positie brengen. Aan de ene kant moet de verenigingsmanager de werknemers voorbereiden op de arbeidsmarkt, maar aan de andere kant moeten de maatschappelijke waarden ook niet vergeten worden én moet er ook aandacht zijn voor de werknemers van VSV die wellicht nooit in betaald werk terecht zullen komen. De verenigingsmanager manoeuvreert tussen de soms verschillende denkwerelden van werknemers en vrijwilligers tussen tegenstrijdige beleidsdoelstellingen.

Paradoxaal beleid
Binnen haar beleidsdoelstellingen probeert de overheid het buurtnetwerk en een horizontaal netwerk tussen mensen met verschillende sociale achtergronden te versterken. Een van de maatregelen die zij hiervoor tot hun beschikking hebben is de tegenprestatie. Dat houdt in dat mensen die een uitkering ontvangen, daarvoor een (maatschappelijke) tegenprestatie moeten leveren. Deze verplichte tegenprestatie heeft tot doel mensen met een uitkering (weer) te activeren. Dit kan gericht zijn op het makkelijker inzetbaar maken voor de arbeidsmarkt (doel van de Participatiewet), maar ook op het bijdragen aan de gemeenschap en de wijk (doel van de WMO).

Een voormalig werknemer (32 jaar) vond een betaalde baan en doet nog steeds vrijwilligerswerk op de sportclub

Hoewel de doelen van VSV bij de doelen van zowel de WMO als de Participatiewet aansluiten, blijken zij soms ook paradoxaal te zijn. Aan de ene kant is het doel om mensen met verschillende sociale achtergronden bij elkaar te brengen, zodat zij een divers netwerk om zich heen kunnen creëren en elkaar kunnen versterken. Aan de andere kant is het doel om een doorstroom te verwezenlijken naar betaalde banen. Daarbij zouden sterke banden met met het clubnetwerk wel eens in de weg kunnen staan. Ondanks dat deze doelen elkaar niet versterken, kunnen zij soms wel naast elkaar bestaan. Een voormalig werknemer (32 jaar) vond bijvoorbeeld een betaalde baan en doet nog steeds vrijwilligerswerk op de sportclub.
    
'Ik werk vier dagen en ik wil niet drie dagen thuis zitten. Dus, ik ga naar de sportvereniging om wat klusjes te doen. Ik ken de mensen van VSV en ik ken ongeveer 75 procent van de hele club.'
    
Sport-for-development
VSV is een project dat past in een bredere ontwikkeling van ‘sport-for-development’, ofwel ‘sport voor sociale ontwikkeling’. Dit houdt in dat sport - of de sportvereniging - wordt ingezet als middel om een variëteit aan sociale problemen aan te pakken en om over het algemeen zowel individuen als de gemeenschap te ‘verbeteren’.

Bij VSV komt dit tot uitdrukking in het re-integratie onderdeel dat zich bezighoudt met het terugbrengen van werklozen op de arbeidsmarkt. Het netwerkonderdeel van VSV bevordert het creëren van een buurtnetwerk en een dagbesteding. Deze doelen worden door de werknemers vanuit een verschillende motivatie nagestreefd, respectievelijk een individuele en een sociale motivatie. Hoewel de individuele motivatie, en dus de arbeidsre-integratie, het doel is dat hoger gewaardeerd wordt dan de sociale motivatie en het buurtnetwerk, moeten we misschien ook accepteren dat voor sommige deelnemers sociale activering het einddoel is en dat een dagbestedingsplek op zichzelf waardevol is. Vanuit een dagbestedingsplek als een sportvereniging kunnen deelnemers een sociaal netwerk om zich heen creëren en zich nuttig maken voor de buurt.

"Het is belangrijk dat zowel de gemeente als de gemeenschap het belang van sociale participatie niet onderschatten ten opzichte van economische participatie"

Eenduidige aanpak gemeenten
Dit vraagt van gemeenten een meer eenduidige aanpak voor mensen die gebruik maken van een uitkering. Moet een tegenprestatie gericht zijn op het ‘klaarstomen’ voor de arbeidsmarkt of op het sociaal activeren en (daardoor) versterken van buurtnetwerk? Welk aspect van sport-for-development staat centraal? Het is belangrijk dat zowel de gemeente als de gemeenschap het belang van sociale participatie niet onderschatten ten opzichte van economische participatie.

Hoewel arbeidsparticipatie het hoogste doel lijkt, is voor veel deelnemers sociale participatie al een hele grote stap. Echter, omdat het hen niet lukt om een betaalde baan te vinden, krijgen zij het idee dat het project voor hen gefaald heeft, of dat zij gefaald hebben bij het project. Terwijl zij nu wel de koffie schenken op de kaartclub, de voetbalkantine op orde houden of helpen bij de buurtbarbecue. Dit gevoel van falen is niet alleen jammer en onnodig, maar het brengt deze deelnemers weer terug bij af. Juist dáár moeten we vanaf.

Msc. Kim de Jong is afgestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam, master Urban Sociologie. Voor meer informatie over het concept ‘Vitale Sportvereniging’: ga naar www.vitalesportvereniging.nl of bel met Koert Hetterscheidt (directeur Stichting Vitale Sportvereniging) 06-2278 7530.

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst