Skip Navigation LinksHome-Nieuws-5 vragen aan...-Item

5 vragen aan Simone Kukenheim, wethouder sport in Amsterdam 22 januari 2019

Simone Kukenheim (D66) was in de vorige coalitieperiode (met de SP en de VVD) wethouder Onderwijs, Jeugd, Diversiteit en stadsdeel Oost in Amsterdam. Na de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 nam zij in het nieuwe college van D66, GroenLinks, PvdA en SP de portefeuille sport over van VVD-wethouder Eric van der Burg. Zelf is ze niet lid van een sportvereniging. “Die vraag krijg ik veel als wethouder Sport. Met een drukke baan en drie kleine kinderen kom ik op dit moment niet toe aan het verengingsleven, maar ik ben een veelvraat als het gaat om het volgen van sport en als moeder sta ik op zaterdagochtend regelmatig langs de lijn.” We praten met de wethouder over de uitdagingen van het gemeentelijk sportbeleid in de hoofdstad.

door: Leo Aquina | 22 januari 2019

1. Je bent sinds mei 2018 wethouder Zorg, Jeugdzorg, Beroepsonderwijs, Preventie jeugdcriminaliteit en Sport. Waarom is dat een logische combinatie en in hoeverre kan sport een rol van betekenis spelen bij die andere velden? En hoeveel tijd gaat er binnen die brede portefeuille op aan sport?
“Vanuit de sport geredeneerd is de combinatie logisch omdat het raakvlakken heeft met de andere velden. Sport is belangrijk als het gaat om gezondheid en op die manier raakt het direct de zorg. Sport is ook op een andere manier belangrijk binnen de stad, bijvoorbeeld als het gaat om jeugdcultuur. Sporten is niet alleen gezond, het helpt ook bij de ontwikkeling van de persoonlijkheid en op die manier kan het een grote rol spelen bij de preventie van jeugdcriminaliteit. Bezig zijn op een skatebaan of op een trapveldje is een alternatief voor het slechte pad. Daarom is het van belang om sport in de buurt te faciliteren.”

“We moeten verbindingen leggen, bijvoorbeeld door kinderen via de school hun weg naar het sportveld te laten vinden”

“Jeugd en jongeren moeten niet alleen bij verenigingen, maar ook in de openbare ruimte voldoende kunnen bewegen. Zelf vind ik urban sports een mooi voorbeeld: skaten en BMX’en. Dat is meer dan alleen bewegen, daar zit een hele lifestyle aan vast. Vanwege die lifestyle is het belangrijk voor jonge mensen, daarom wil ik het ook graag stimuleren. Daarnaast hebben we een rijk verenigingsleven in Amsterdam. Als gemeente willen we ervoor zorgen dat de jeugd, en natuurlijk ook oudere mensen, hun weg daarnaartoe vinden. Er zijn kinderen voor wie de weg naar de sportvereniging om allerlei redenen niet vanzelfsprekend is en als we hen niet een handje helpen, zouden ze niet gaan sporten. We moeten verbindingen leggen, bijvoorbeeld door kinderen via de school hun weg naar het sportveld te laten vinden. Op die manier kunnen ze ook weer worden doorgeleid naar de club. Als gemeente willen we verenigingen binnen de wijken verbinden aan onze doelstellingen.”

XL3-5vragenaanSimoneKukenheim-1“Een concreet voorbeeld is Amsterdamse Aanpak Gezond Gewicht. Dat programma loopt al langer en we willen het verder ontwikkelen. Onderdelen daarvan raken verschillende beleidsterreinen in mijn portefeuille. Daarbinnen wil ik geen onderscheid maken tussen verschillende potjes geld voor afgebakende beleidsvelden. Het gaat erom dat je een integrale visie hebt. Hiervoor was ik wethouder Onderwijs en heb ik besloten vakleerkrachten lichamelijke opvoeding op scholen te subsidiëren. De verschillende beleidsterreinen kunnen elkaar stimuleren.”

“Hoeveel tijd er binnen mijn portefeuille opgaat aan sport, is moeilijk te zeggen. Dat verschilt per week. Vorige week ben ik bijvoorbeeld in Amsterdam-Noord bij Kadoelen  geweest om te praten met hockeyclub FIT en voetbalclub SV Kadoelen. Zij zitten samen op een sportpark. We willen beide verenigingen laten groeien, maar er is beperkte ruimte. Dan vind ik het belangrijk om zelf langs te gaan. Ik bezoek ook in het weekend vaak sportclubs om met eigen ogen te zien wat er speelt.” 

2. In je vorige termijn als wethouder was er een coalitie van SP, VVD en D66. Nu is dat GroenLinks, PvdA, SP en D66. Wat betekent dat voor de sport in Amsterdam?
“Voor de sport is het geen radicale verandering. Mijn voorganger Eric van der Burg was een goede wethouder en hij heeft mooie dingen neergezet. Ik vind het inspirerend om die dingen over te nemen en het stimuleert mij om nog meer te willen doen. Ik denk dat je vooral accentverschillen zult zien. Er is binnen de huidige coalitie bijvoorbeeld wat meer aandacht voor brede sportstimulering, dus buurtsportwerk en de verbinding tussen sport en jongerenwerk.”

“Sportaccommodaties zijn een integraal onderdeel van stedelijke ontwikkeling, dat moet je niet incidenteel benaderen”

“Een ander verschil met de vorige coalitieperiode is het Strategisch Huisvestingsplan (SHP). We hebben de groei van de stad in kaart gebracht om te kunnen plannen wat dat op termijn voor consequenties heeft voor sport- en beweegaccommodaties. In het verleden is dat niet altijd goed gegaan in Amsterdam. IJburg is daar een voorbeeld van. Daar zijn eerst een heleboel woningen gebouwd en toen kwamen we er later met z’n allen achter dat er mensen woonden die ook nog wilden sporten. Toen werd sport opeens een concurrent van het natuurgebied en dat leidde tot discussie.”

“Als onderwijswethouder was ik gewend om een plan te maken voor onderwijshuisvesting. Daarom heb ik heel actief gestuurd op het SHP. Sportaccommodaties zijn een integraal onderdeel van stedelijke ontwikkeling, dat moet je niet incidenteel benaderen. De plannen zijn in kaart gebracht voor een bedrag van 276 miljoen euro. Met het SHP laten we zien wat er met betrekking tot sport nodig is als je de stad gezond wil laten groeien. We hebben bovendien nadrukkelijk een norm vastgelegd voor binnensportaccommodaties, sport en bewegen in de openbare ruimte, georganiseerde buitensport en urban varianten zoals padel en footy. Voor binnensportaccommodaties is de norm één hal per 24.000 inwoners en één zwembad per 80.000 tot 100.000 inwoners. Als het gaat om sport en bewegen in de openbare ruimte is de gereserveerde ruimte 1 vierkante meter per woning. Voor de (anders) georganiseerde buitensport zijn er drie standaarden: in een centrum stedelijk woonmilieu is de norm 2 vierkante meter per woning; in een gemengde stadsbuurt 5 vierkante meter per woning en in een groenblauw woonmilieu 9 vierkante meter per woning.”

XL3-5vragenaanSimoneKukenheim-2“Bij de invulling van die sportnorm moeten we ons oor goed te luister leggen in de wijken, met name als het gaat om investeringen in bestaande wijken. Wij kunnen als gemeente wel ergens een voetbalkooi neerzetten, maar de vraag is of daar wel behoefte aan is. Vervolgens moet je ook met de wijk in gesprek over hoe je het gaat organiseren. Hoe zorg je ervoor dat er geen overlast ontstaat? Soms betekent het dat je ook het beheer moet organiseren. Dat hangt sterk af van de lokale situatie. Dat gesprek gaan we nadrukkelijk aan. Daar komt nog bij dat je bij het inrichten van de leefruimte ook flexibel moet zijn en leeftijdsadequaat. Je kunt wel ergens wipkippen neerzetten, maar als de jeugd gemiddeld 12 jaar is, hebben ze waarschijnlijk liever een skatebaan. En over tien jaar is er in die wijk misschien wel weer behoefte aan wipkippen. Zo werkt dat in een stad.”

“We geven al uitwerking aan veel zaken die in het Sportakkoord worden genoemd. Op dat gebied lopen we zeker niet achter”

3. In de Sportvisie 2025 die de gemeente Amsterdam in 2016 publiceerde, stond: ‘Amsterdam kent helaas een capaciteitstekort voor een aantal populaire sporten (…) met name hockey, tennis en zaalsporten. Het wegwerken van bestaande wachtlijsten is topprioriteit.’ Zijn die achterstanden inmiddels weggewerkt?
“Die wachtlijsten zijn er helaas nog wel. Dat komt doordat we in het verleden onvoldoende rekening hebben gehouden met de sportbehoefte bij nieuwbouw. Daarom ga ik ook sportvelden aanleggen op IJburg. Dat is een lang traject omdat er een lang gesprek wordt gevoerd met de vrienden van het Diemerpark, die de natuurwaarde willen behouden. Daar moeten we ook rekening mee houden bij het intekenen van de nieuwe velden.”

“In Amsterdam-Noord kijken we naar sportpark Kadoelen, waar voetbal en hockey moet worden uitgebreid. Op sportpark De Weeren komt er hockey bij. We werken op dat gebied ook samen met andere gemeentes. In Diemen is een nieuwe hockeyclub en daarvoor moet een honkbalvereniging wijken. Wij willen dat als Amsterdam graag faciliteren, want mensen laten zich niet door een gemeentegrens tegenhouden als het gaat om de vraag waar hun kind het beste kan gaan hockeyen. We werken dus nog altijd hard aan het wegwerken van de achterstanden. In de toekomst willen we die wachtlijsten voorkomen door middel van het SHP. We weten welke nieuwe woningen er komen en wat dat voor de sport betekent.”

4. Het afgelopen jaar presenteerde minister Bruno Bruins van Sport met veel bombarie het Sportakkoord. Daarbij werd nadrukkelijk gezegd dat het Sportakkoord overal in het land moet worden vertaald naar lokale en regionale akkoorden, zodat ze in de lokale context uitgevoerd kunnen worden. Hoe gaat Amsterdam daarmee om?
XL3-5vragenaanSimoneKukenheim-3“Ik ben heel trots op wat we in Amsterdam op dat gebied al doen. We geven al uitwerking aan veel zaken die in het Sportakkoord worden genoemd. Op dat gebied lopen we zeker niet achter. Nog niet zo lang geleden hebben we in Amsterdam als gemeente bijvoorbeeld een convenant getekend met sportverenigingen over de gezonde sportevenementen. Voor de gemeenteraadsverkiezingen is er in Amsterdam ook een verkiezingsakkoord geweest voor de sport. We maken lokaal veel afspraken over sport, ook in het kader van sportstimulering en topsport.”

“Het Sportakkoord moet niet blijven bij een mooie afspraak. Het is nu echt tijd om dingen in de praktijk te brengen, vandaar bijvoorbeeld het SHP. We geven daarnaast heel concreet invulling aan sportstimulering en we zetten in op sport en gezondheid. Hoe ga je bijvoorbeeld om met sponsoring bij sportevenementen? En met roken op sportverenigingen? En wat ik ook heel belangrijk vind: hoe zorg je ervoor dat iedereen zich thuis voelt bij sportverenigingen? Sportverenigingen zijn er voor iedereen , dus laat zien dat je tegen discriminatie bent. Op die concrete punten ga ik nog afspraken maken met de betrokken partijen.”

5. In de Sportvisie 2025 lezen we: ‘Indien de landelijke overheid gesterkt door het bedrijfsleven de olympische vlam weer aanwakkert, is Amsterdam klaar om die ambitie weer op te pakken.’ Wat is momenteel de stand van zaken op dit gebied?
“Ik ben daar als Amsterdam helemaal niet mee bezig. Lokaal leg ik de focus op topsportevenementen die als inspiratie kunnen dienen. Met het ‘bestedingskader 2019-2022 voor budget Topsport en Evenementen’ trekt het college de komende jaren 7 miljoen euro uit voor topsportevenementen in Amsterdam. We willen tenminste één internationaal toonaangevend topsportevenement per jaar organiseren. Daarbij trekt het college nauw op met Topsport Amsterdam, de verschillende evenementenorganisatoren en de sportbonden.”

“Als Amsterdam bieden we sportfans graag de mogelijkheid hun helden aan het werk te zien”

“Op de kalender staan in 2019 inmiddels het WK 3x3 basketbal voor vrouwen en mannen en we zijn speelstad van het EK volleybal voor mannen. In 2020 zijn we speelstad van EURO2020 en gaststad van het WK schaatsen voor studenten en in 2021 zijn we gaststad van het EK hockey voor dames en heren. Er is bovendien al een bid uitgebracht op de European Professional Club Rugby Finals in 2021 en de Gymnaestrada 2023. Daarnaast staan het WK paratafeltennis teams in 2022, de Special Olympics in 2022 en het EK roeien in 2023 nog op het verlanglijstje. Tot slot heeft het college de ambitie om in 2025 een passend topsportevenement aan te trekken ter ere van ‘Amsterdam 750 jaar’. We laten de haalbaarheid onderzoeken om de European Championships in 2026 (met meerdere speelsteden) naar Amsterdam te halen.”
 
“Als Amsterdam bieden we sportfans graag de mogelijkheid hun helden aan het werk te zien. Het is een bron van inspiratie om zelf te gaan sporten of om actiever en gezonder te gaan leven. Bij de acquisitie en organisatie kijken we nadrukkelijk naar Amsterdamse speerpunten als duurzaamheid, een veilig, gezond en inclusief sportklimaat en het beschikbaar stellen van Amsterdamse leer- en werkplekken. Daarnaast geeft het college voorrang aan evenementen waaraan ook topsporters met een handicap mee kunnen doen of die stimulerend zijn voor meiden. Het Olympisch Plan laat ik verder aan de landelijke partijen.”

« terug

Reacties: 2

Kees Renzenbrink
22-01-2019

€7 mio over vier jaar is €1.750.000 per jaar. Voor èn Topsport èn Evenementen.

Als je dan in de één na de laatste alinea kijkt wat de huidige verplichtingen en ambities zijn lijkt dit bedrag ten ene male ontoereikend.

Hoe realistisch is deze wethouder?

Jochem
23-01-2019

'Hiervoor was ik wethouder Onderwijs en heb ik besloten vakleerkrachten lichamelijke opvoeding op scholen te subsidiëren.'

Die regeling bestaat in Amsterdam toch al veel langer?

'nadrukkelijk een norm vastgelegd voor ... sport en bewegen in de openbare ruimte..'
Een norm is positief, net als www.amsterdam.nl/bestuur-organisatie/volg-beleid/bewegende-stad.
Spijtig is alleen dat er niet of nauwelijks specifiek budget aan verbonden is. In volledig nieuwe wijken kan het relatief makkelijk worden meegenomen. Op andere plekken is dat lastiger.

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst