Skip Navigation LinksHome-Nieuws-5 vragen aan...-Item

5 vragen aan Jan Kossen, na 12,5 jaar vertrekkend als algemeen directeur KNZB 18 december 2018

Jan Kossen neemt in januari afscheid van de KNZB. Hij was 12,5 jaar directeur van de zwembond. Daarvoor werkte Kossen voor het Watersportverbond, waar hij ook elf jaar directeur was. In totaal werkt hij al zo'n dertig jaar in de georganiseerde sport. In een uitgebreid afscheidsinterview blikken we terug en vooruit: van hobbyisten en sigarendozen in statige bestuurskamers, tot gekwalificeerde professionals in een snel veranderende commerciële wereld. Kossen: “De grootste uitdaging voor de sport ligt in de balans tussen vrijwilligers en de professionele organisatie.”

door: Leo Aquina | 18 december 2018

1. In een interview met Sport Knowhow XL medio 2017 zei je: “Ik heb goede afspraken met mijn bestuur over mijn inzet bij de zwembond. Wat die zijn vertel ik niet, maar we houden ons eraan.” In januari 2018 maakte je bekend dat je per 30 juni 2019 zou stoppen als directeur bij de KNZB, maar dat vertrek is nu dus met een halfjaar vervroegd. Waarom?
“Allereerst: ik blijf nog een jaar aan de zwembond verbonden als adviseur. Ik treed terug als algemeen directeur, maar ik zal mijn opvolger (Aschwin Lankwarden, red.) van advies dienen. Dat is overigens alleen gevraagd advies. Een collega noemde me laatst gekscherend ‘een wandelende encyclopedie’. Met die kennis wil ik de KNZB nog graag van dienst zijn, maar ik wil ook niemand voor de voeten lopen. Daarom zal ik niet meer hier op kantoor werken.”

“Ik werk zo'n zestig uur in de week en op een gegeven moment komt de vraag of je dat nog wel moet willen”

“De aanvankelijke afspraak met het bestuur waaraan jij refereert, was dat ik tot na de Olympische Spelen van Tokio zou aanblijven. Dan zou ik op mijn 66ste weggaan, maar uiteindelijk kwamen we met elkaar tot de conclusie dat het beter was om daarvoor al te vertrekken. Terugblikkend was 2016 een heel zwaar jaar en je doet je stinkende best om dat niet nog een keer te laten gebeuren. Ik werk zo'n zestig uur in de week en op een gegeven moment komt de vraag of je dat nog wel moet willen. Samen met het bestuur hebben we er toen voor gekozen niet door te gaan tot na Tokio. Dan moet je die stap naar de achtergrond dus ruim voor 2020 doen om je opvolger de kans te geven zich goed in te werken.”

XL43-5vragenaan-JanKossen-1“De reden dat ik nu in januari al een stap terug doe en niet zoals eerder aangekondigd in juni, heeft te maken met de verandering naar een nieuw bestuursmodel waar we mee bezig zijn. Ik had in mijn takenpakket voor het afgelopen jaar staan om de statuten tegen het licht te houden. Samen met Fred Kollen (specialist in verenigingsrecht, red.) kwamen we tot de conclusie dat die op 45 punten moesten worden aangepast. Dan kun je beter helemaal nieuwe statuten maken en als je dat doet, kun je maar beter meteen ook naar de organisatiestructuur kijken.”

“Ik heb de bond in de afgelopen 12,5 jaar zien veranderen. De invloed van het bestuur en de ALV op de organisatie is steeds verder afgenomen. Dat heeft te maken met geldstromen. Je kunt niet zomaar even een miljoen euro van de ene post naar de andere schuiven, want dan zegt bijvoorbeeld NOC*NSF simpelweg dat we dat geld niet meer krijgen. Je omgeving bepaalt in grote mate de financiering. In die verhoudingen is het logischer dat je toewerkt naar een model waarin een directeur-bestuurder meer verantwoordelijkheid krijgt. Het bestuur krijgt dan een meer toezichthoudende rol, zonder ook echt met één been in die organisatie te staan. Een dergelijke transitie heeft heel wat voeten in aarde. We vonden het niet logisch als ik dat allemaal zou voorbereiden om op het moment dat die verandering er is meteen op te stappen. De ALV waar de eerste fase op de agenda staat, is in april, dus het was logisch om mijn opvolger dat te laten voorbereiden. In het oorspronkelijke plan zou ik na juni een halfjaar aan de bond verbonden blijven als adviseur. Nu stap ik dus een halfjaar eerder terug en blijf ik een jaar als adviseur verbonden.”

“De tijd is voorbij dat bonden een plek zijn voor oud-sporters die na hun carrière vanzelf het kantoor binnenrolden”

XL43-5vragenaan-JanKossen-22. Je bent ooit begonnen bij het Watersportverbond, waar je elf jaar directeur bent geweest. Nu ben je 12,5 jaar directeur bij de KNZB? Wat heb je de afgelopen dertig jaar zien veranderen in de sportwereld?
“De belangrijkste verandering vind ik de professionaliteit van de organisaties. Ik kwam bij het Watersportverbond binnen omdat ik wedstrijdzeiler was geweest en daarna trainer. Ze zochten een ‘chef de bureau’ en ze kenden mij vanuit het trainersvak. Je werd vanuit je hobby aangenomen. Tegenwoordig werken er in dit soort organisaties gekwalificeerde mensen met diverse achtergronden en goede opleidingen. De tijd is voorbij dat bonden een plek zijn voor oud-sporters die na hun carrière vanzelf het kantoor binnenrolden, zonder dat er gekeken werd naar andere kwalificaties.”

“Ik kan me de bestuursvergaderingen in mijn begintijd bij het Watersportverbond nog wel herinneren. Je kunt het je niet meer voorstellen. We zaten in een statig pand in Amsterdam met een grote bestuurskamer en een doos sigaren. Dan gingen we tussendoor buiten de deur dineren en ’s avonds ging de vergadering weer door. Dat kun je je nu niet meer voorstellen. We hebben destijds wel vier bestuursvergaderingen gehad over de eerste sponsor voor het Watersportverbond, Spa. Daar was in het bestuur veel verzet tegen, want ze wilden het logo van de organisatie beschermen. Daar mocht niemand aankomen. Tegenwoordig zie je dat bonden 20 procent van hun inkomsten uit sponsoring halen. Dat is noodzaak geworden en bonden stellen zich dienstbaar op naar sponsors. Ook dat is allemaal veel professioneler geworden.”

“Een sportbond is dus niet langer een verzameling hobbyisten die wat bijverdienen. Bij de KNZB werken tachtig mensen. Dat vraagt om continuïteit en een solide bedrijfsmodel. In die wereld van toenemende professionaliteit drijft de sport nog altijd op vrijwilligers en daar ligt de grootste uitdaging. Zonder vrijwilligers draait geen enkele vereniging, maar ook grote evenementen zoals de Olympische Spelen kunnen niet zonder. Je moet dus een goede balans zien te vinden tussen die professionele organisatie en de enorme bijdrage die de vrijwilligers leveren.”

“Ik heb voorgesteld 100.000 euro vrij te maken voor een accountmanager. Er moet iemand zijn die de bonden echt bij de les houdt”

3. NOC*NSF probeert met TeamNL een nieuwe sponsorpropositie in de markt te zetten waar bonden zich aan kunnen verbinden. Dit lijkt nog niet echt goed van de grond te komen en onlangs zegde KPN het partnership met TeamNL op vanwege het gebrek aan goede activatiemogelijkheden. Hoe kijk jij aan tegen de mogelijkheden van TeamNL?
XL43-5vragenaan-JanKossen-3 copy“Het is geen nieuw idee. Wouter Huibregtsen en Joop Alberda hebben twintig jaar geleden al een model bedacht waarbij je de commerciële rechten van de bonden bundelt en collectief aanbiedt. Ik heb het daar met Maurits Hendriks in het verleden vaker over gehad. Met TeamNL steekt NOC*NSF dat businessmodel in een modern jasje. Ik vind het een goed idee, maar voor bonden is het moeilijk dat NOC*NSF er daardoor een nieuwe rol bij krijgt. NOC*NSF is enerzijds de koepelorganisatie. Als een bond ergens mee zit, kunnen ze bij de koepel aankloppen. Anderzijds is NOC*NSF geldverstrekker, als partij die de subsidies van het ministerie en Lotto verdeelt. Met TeamNL is NOC*NSF ook een commerciële opdrachtgever. Dat laatste vereist een tegenprestatie van de bonden en dat is lastig. Ze krijgen via NOC*NSF subsidie, maar inkomsten via TeamNL zijn geen subsidie. Het is een commercieel product waarvoor bonden een tegenprestatie moeten leveren.”

“Ik zit in de stuurgroep voor TeamNL en ik heb op onze laatste bijeenkomst voorgesteld om 100.000 euro vrij te maken voor een accountmanager. Er moet iemand zijn die de bonden ook echt bij de les houdt. Als KNZB hebben we een sponsorcontract met kledingmerk Arena. Dat is tot wederzijdse tevredenheid en we spreken alweer over de verlening vanaf 2020, maar als er een foto met een verkeerd logo in de media verschijnt, hangen ze wel meteen uit Italië aan de telefoon. Dat moet ook gebeuren met TeamNL. Er moet iemand zijn die de bonden op hun sponsorverplichtingen wijst.”

“Ik had tijdens de gezamenlijke Europese kampioenschappen contact met collega’s van de wieler-, turn- en triathlonbond. We constateerden dat we naar dat EK toewerkten zonder samenhang”

XL43-5vragenaan-JanKossen-4“Dat KPN is gestopt vanwege de activatiemogelijkheden is natuurlijk jammer. We buiten de mogelijkheden op dat gebied nog lang niet optimaal uit. Afgelopen jaar had ik tijdens de gezamenlijke Europese kampioenschappen in Glasgow contact met mijn collega’s van de wieler-, turn- en triathlonbond. We constateerden dat we alle vier naar dat EK toewerkten zonder onderlinge samenhang. Ik heb toen een mailtje naar Gerard Dielessen gestuurd, dat we NOC*NSF en TeamNL in Glasgow misten. Dat is geen verwijt, maar wel de constatering dat we er niet uit hebben gehaald wat erin zat. Dat is een les voor de toekomst en daar zijn inmiddels afspraken over gemaakt. De kijkcijfers voor dat gezamenlijke EK waren veel hoger dan de normale kijkcijfers bij de individuele bonden. Daar liggen ook tussen de Olympische Spelen door dus veel activatiemogelijkheden voor TeamNL”

4. Als directeur van de KNZB ken je Pieter van den Hoogenband goed. Wat vind je van de commotie rond zijn aanstelling als Chef de Mission en hoe denk je dat hij het gaat doen?
“Ik heb nauwelijks contact met Pieter, dus ik kan er niet over oordelen wat daar is gebeurd. Zo’n aanstelling is een lang traject. De verantwoordelijkheid ligt bij Maurits Hendriks, maar er zijn meer mensen die daar iets over vinden, dat kost allemaal tijd en op een gegeven moment komen er dingen naar buiten. Is dat goed? Nee, maar misschien hoort het ook wel een beetje bij de sport."

“Zelf heb ik ook wel met dergelijke trajecten te maken gehad, bijvoorbeeld toen we André Cats aanstelden als technisch directeur van de KNZB. Wij hadden voor de Olympische Spelen al contact over gehad en we waren het na het evenement snel eens. Dan wil het bestuur ook nog weten wie die man is en moet de atletencommissie nog met hem praten voordat je het af kunt ronden. Dat regel je niet allemaal op en namiddag. Als het in de publiciteit dreigt te komen, staat er opeens druk op. Toen wij in de gaten kregen dat het nieuws gelekt was, hebben we tijdens een vergadering op Papendal door Jeroen Bijl met zijn iPhone een foto van André en mij laten maken en is het persbericht de deur uitgedaan. Soms moet je creatief zijn in die processen.”

“Pieter is een sympathieke jongen en heeft een goede uitstraling. Dat kan hij heel goed inzetten. Hij is een uitstekend boegbeeld”

XL43-5vragenaan-JanKossen-5“Is Pieter de juiste man op de juiste plek? Ik vind dat Pieter op de momenten dat hij in het verleden dergelijke taken vervulde altijd iets heeft toegevoegd. Ik vind het wel logisch dat je een knip maakt tussen het organisatorische gedeelte en de communicatieve kant. Pieter is een sympathieke jongen en heeft een goede uitstraling. Dat kan hij heel goed inzetten. Hij is een uitstekend boegbeeld.”

5. Als je terugkijkt op je lange carrière in de sport, met welke vijf mensen heb je dan het prettigst samengewerkt? En zie je voor jezelf in de toekomst nog een rol in de sportwereld?
“Als ik vijf personen moet noemen, staat Johan Wakkie bovenaan. Dat is echt een goede vriend van me geworden via de sport. We spreken elkaar ook buiten het werk om regelmatig en hebben een eetgroepje met een aantal collega's. Daar hoort ook Arie Kauffman bij, voormalig directeur van de Atletiekunie, de KNSB en de judobond. Ik moet ook Joop Alberda noemen. Met hem had ik al intensief contact voordat hij bij ons werkte en we hebben nog altijd heel goed contact. Jeroen Bijl mag op het lijstje ook niet ontbreken. Nu hij de hockeybond werkt, hebben we iets minder contact, maar toen hij bij NOC*NSF zat, hebben we veel samengewerkt. Wij konden het op een heerlijke manier met elkaar oneens zijn, maar elkaar wel altijd blijven horen. En tot slot noem ik natuurlijk Erik van Heijningen, oud-voorzitter bij de KNZB, met wie ik een heel goede band had en nog altijd heb.”

“Ik vind het leuk om mijn kennis ter beschikking te stellen. Ook in sportorganisaties, vooral als er ergens een probleem moet worden opgelost”

“Die mensen en heel veel anderen met wie ik intensief heb samengewerkt hoop ik in de toekomst te blijven zien. Wat ik precies ga doen, weet ik nog niet. Erica Terpstra belde me toen ze het nieuws van mijn vertrek hoorde en ze zei meteen: ‘Jan, voorlopig moet je even niets aannemen, want er komt genoeg op je af in januari.’ Wat er op me afkomt, weet ik nog niet en ik ga eerst op vakantie. Daarna blijf ik zeker actief op allerlei fronten, met de Stichting Sport Mediation en met een initiatief om kleine bedrijven te coachen. Daar houd ik me nu ook al mee bezig, zoals bij het Huis voor Beweging. Ik vind het leuk om mijn kennis ter beschikking te stellen. Ook in sportorganisaties, vooral als er ergens een probleem moet worden opgelost, maar niet meer voor de lange termijn. Ik sprak laatst Theo Fledderus. Die is geloof ik twee jaar jonger dan ik en onlangs tekende hij voor een vaste aanstelling bij de Hippische bond. Daar moet ik echt niet meer aan denken.”

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst