Skip Navigation LinksHome-Nieuws-5 vragen aan...-Item

5 vragen aan Bert van Oostveen, directeur van Kenniscentrum Sport 20 november 2018

Bert van Oostveen staat als directeur van Kenniscentrum Sport minder in de spotlights dan in zijn tijd als bestuursvoorzitter en directeur betaald voetbal bij de KNVB. In totaal werkte Van Oostveen 22 jaar bij de voetbalbond. Hij sloot zijn KNVB-periode af als toernooidirecteur van het door de Oranjeleeuwinnen gewonnen EK Vrouwenvoetbal van 2017 in Nederland. Bijna een jaar geleden begon hij als directeur van Kenniscentrum Sport, een keus die vooral werd ingegeven door zijn ambitie om iets te doen met de sociaal-maatschappelijke kant van de sport.

door: Leo Aquina | 20 november 2018

1. Per 1 december ben je een jaar in dienst van Kenniscentrum Sport. Bij je aantreden liet je weten dat je in het eerste jaar alle stakeholders wilde gaan bezoeken. Is dat gelukt en wat is daaruit gekomen?
“Dat is goed gelukt. Ik heb bijna net zo veel kilometers gemaakt als in mijn KNVB-tijd en heb veel mensen gesproken. Sommigen kende ik nog uit mijn tijd bij de KNVB, anderen waren voor mij helemaal nieuw. Ik heb iedereen gevraagd hoe wij ze het beste kunnen helpen, wat ze van ons vinden, wat beter kan en wat we al goed doen. Uit de gesprekken kwam naar voren dat de sport- en beweegwereld behoefte heeft aan een kenniscentrum. Ik heb alle antwoorden meegenomen en we hebben een SWOT-analyse (Strengths, Weaknesses, Opportunities en Threats, red.) gemaakt. Die hebben we deze zomer omgezet naar concrete activiteiten.”

“In het verleden zat ik zelf aan de kant van de stakeholders en ik moet eerlijk zeggen dat wij als KNVB er indertijd weinig mee deden. Iedereen kende NISB, een voorloper van Kenniscentrum Sport. Het was een instituut met een naam, maar het zat veel meer aan de gemeentelijke kant, zeker in de perceptie van de bonden. Bij mijn kennismakingspraatje in september vorig jaar heb ik ook gezegd dat we bij de KNVB indertijd zelden dachten aan Kenniscentrum Sport. Dat is eigenlijk best gek voor zo'n grote bond die in die tijd bouwde aan een campus waarin innovatie centraal stond. Dat moest in mijn ogen anders. Na de fusie tussen NISB en Onbeperkt Sportief tot Kenniscentrum Sport is het centrum er voor de hele sport- en beweegsector en dat is wel nieuw. Tot de stakeholders behoren nu nadrukkelijk ook de bonden. Ik schuif regelmatig aan bij bondsdirecteuren. Daarnaast hebben we de relatie met NOC*NSF verstevigd.”

“Er bestond een beeld dat Kenniscentrum Sport ver afstaat van de praktijk. Dat is niet waar”

“Het feit dat ik uit de wereld van de georganiseerde sport kom is een voordeel, maar het kan ook een valkuil zijn. We heten niet alleen Kenniscentrum Sport. Het gaat ook om bewegen en daarbij gaat het lang niet altijd over sport. Er zijn mensen die helemaal niets hebben met dat competitie-element. Bewegen hoeft niet per se in een sportvorm te worden gegoten. Daarnaast richten we ons ook op de ongeorganiseerde sport, zoals de fitnessbranche. Daar liggen maatschappelijk gezien veel kansen, omdat zij grote groepen mensen bereiken die de georganiseerde sport nog niet bereikt.”

2. Wat zijn de sterke en zwakke punten van Kenniscentrum Sport en welke activiteiten hebben jullie opgestart naar aanleiding van de SWOT-analyse?
XL39-5vragenaanBertVanOostveen-2-© Peter Brinkman_Kenniscentrum Sport copy“We moeten een scherpere focus aanbrengen, ons beter realiseren waar we wel en waar we niet van zijn. We moeten concreter maken wat we kunnen doen voor een klant. Onze bestaande klanten zijn tevreden en we moeten ernaartoe dat die ons ook aanbevelen bij anderen. Daarnaast moeten we op zoek naar nieuwe klanten en daar zijn we tot nu toe niet heel sterk in geweest. Er bestond een beeld dat Kenniscentrum Sport ver afstaat van de praktijk. Dat is niet waar. Er is ongelooflijk veel kennis en die kennis staat dichter bij de praktijk dan wij allemaal denken. Onze volgende stap moet zijn om daar veel meer mee naar buiten te treden. Intern hebben we al veel stappen gezet. We werken nu met accountmanagers die sterk gaan sturen op het onderhouden van bestaande en het opzoeken van nieuwe relaties. Dat deden we te weinig.”

“Eén van de belangrijkste veranderingen is dat we als organisatie sneller en slagvaardiger opereren. We zijn een kleinere organisatie geworden met een grotere flexibele schil. Daarnaast hebben we de marketing- en communicatieafdeling in de lijn gezet om de organisatie beter te positioneren en het publiek beter te bedienen. We merken bijvoorbeeld dat redacties niet automatisch bij ons aankloppen als het over sport en bewegen gaat. Dat moet natuurlijk wel. We maken dus een rondje langs redacties. Wij moeten het ‘Clingendael’ voor sport en bewegen worden.”

“Intern bestaat al langer de discussie of de verhoudingen niet wat meer op moeten schuiven naar een evenwichtigere balans tussen publiek en privaat geld”

“We zetten ook nadrukkelijk in op public affairs. Er wordt veel geroepen als het over sport en bewegen gaat en lang niet alles is juist. Het is onze doelstelling om alles met feiten te onderbouwen. Wij maken geen politieke keuzes, maar wij kunnen wel de kennis aanleveren op basis waarvan politici gefundeerde keuzes kunnen maken. Daarbij richten we ons op Nederland en op Brussel. We willen in het voorjaar bijvoorbeeld een debat organiseren met Europarlementariërs in het kader van de verkiezingen.”

“Brussel is om nog een andere reden interessant. Als Kenniscentrum Sport hebben we een whitepaper gemaakt over de Europese financieringsmogelijkheden op het gebied van sport en bewegen. Dit zetten we begin december weer geactualiseerd online. Nederland profiteert nog lang niet optimaal daarvan, zo blijkt bij onze speurtocht door de onlangs gepubliceerde lijst van toekenningen. In 2018 halen we grofweg 8 ton aan Erasmus Plus-subsidies binnen voor sport en bewegen. Als we de 5 procentnorm zouden hanteren (het deel van het totaalbedrag waar Nederland binnen de EU naar rato van bevolkingsomvang ‘recht’ op heeft, red.) zouden we 1,8 miljoen moeten binnenhalen. Als Kenniscentrum Sport begeleiden wij niet bij het aanvragen van subsidies, maar we brengen wel in kaart welke subsidies er zijn. Met het oog op de openstaande call voor 2019 hebben we bijvoorbeeld op 15 november een drukbezochte inspiratiebijeenkomst gehouden over Erasmus Plus-subsidies.”

XL39-5vragen aanBertVanOostveen, samen met Minister Bruno Bruins copy3. Het ministerie van VWS is als subsidieverstrekker uiteraard de belangrijkste stakeholder van Kenniscentrum Sport. Hoeveel procent maakt die subsidie deel uit van de totale omzet?
“Op dit moment is dat grofweg 95 procent, de rest is eigen acquisitie. Overigens noemen wij dat geen subsidie, maar financiering. We doen alleen dingen die het algemeen nut dienen. Intern bestaat hier al langer de discussie of de verhoudingen niet wat meer op moeten schuiven naar een evenwichtigere balans tussen publiek en privaat geld. Ik denk dat het streven over ongeveer vijf jaar een balans van 70-30 procent moet zijn. Wij doen dingen die het algemeen nut dienen en die niet per se in de commerciële wereld te krijgen zijn. Tegelijkertijd krijgen we de vraag of we kunnen helpen bij het implementeren van onze kennis bij gemeentes. Het heeft altijd onze voorkeur als we dergelijke trajecten kunnen doorvertalen bij andere gemeentes, waardoor het een algemener nut heeft dan een eenmalige opdracht in de uitvoering. Het gaat om een gezonde balans tussen algemeen nut en klantgericht denken.”

“Natuurlijk stemmen we onze activiteiten goed af met VWS. Wij hebben aan tafel gezeten bij de totstandkoming van het Sportakkoord en je ziet in ons aanbod dan ook steeds diezelfde zes thema's uit het akkoord terugkomen. Ik kom natuurlijk wel uit een iets commerciëlere wereld, waar het makkelijker investeren is. Hier gaat het om overheidsgeld. Je moet zuiniger zijn, er is minder geld beschikbaar en de mate van verantwoording is vele malen hoger. Maar alles gaat tot op heden in goed en slagvaardig overleg.”

“Ik zit al 23 jaar in de sport en ik heb nog nooit een Sportakkoord van deze omvang voorbij zien komen”

4. Wat was precies de rol van het Kenniscentrum Sport bij de totstandkoming van het Sportakkoord en hoe verhouden jullie je in dat opzicht tot andere stakeholders zoals de Vereniging Sport en Gemeenten en NOC*NSF?
“Wij hebben in de voorfase meegedacht over de opzet van en de communicatie. Uiteindelijk hebben VWS, NOC*NSF en de VSG het Sportakkoord samen geschreven. Daarna is er aan deeltafels verder nagedacht over de uitwerking. Onze rol daarbij was die van factchecker. Nadat het Sportakkoord er was, hadden wij nog een monitorende rol. Voor ons is dit een natuurlijke en gezonde rol. Wij zijn erbij, maar houden voldoende afstand om de helicopterview te behouden voor een onafhankelijk oordeel.”

“Wat er in de uitvoering van het Sportakkoord terecht gaat komen? Dat is een terechte vraag. Ik sta daar op voorhand positief tegenover. Ik zit al 23 jaar in de sport en ik heb nog nooit een akkoord van deze omvang voorbij zien komen. Het initiatief verdient waardering en het moet vooral ook tijd krijgen. Ik loop een beetje voor de muziek uit, maar de vraag is: wat gaan wethouders, sportverenigingen, anders georganiseerde sporters en ambtenaren met elkaar doen om lokaal voor de uitvoering te zorgen van de zaken die op landelijk niveau zijn bedacht? Dat moet lokaal ingekleurd worden, want in de gemeente Cuijk ziet het er anders uit dan in de gemeente Zoetermeer.”

XL39-5vragenaanBertVanOostveen-1-© Peter Brinkman_Kenniscentrum Sport copy“Alle partijen moeten erover nadenken hoe zij die lokale initiatieven kunnen faciliteren en in ons geval is dat met kennis. Wij kunnen inzichtelijk maken hoe een gemeente ervoor staat in vergelijking met het landelijk gemiddelde. Daarom hebben we na de gemeenteraadsverkiezingen een brief gestuurd aan alle nieuwe wethouders dat we langs willen komen om advies te geven en dat doen we nu ook. Wij kunnen voor bestuurders heel goed inzichtelijk maken aan welke knoppen ze moeten draaien om beter te kunnen scoren op het thema sport en bewegen.”

“Je wordt als KNVB-bestuurder afgerekend op het sportieve. Dat weet je als je eraan begint”

“Onze positie ten opzichte van VSG en NOC*NSF is helder. De VSG is vooraleerst de belangenbehartiger van de gemeentes als het gaat om sport en bewegen. In het verleden is er inderdaad gesproken over een fusie. Dat vind ik op dit moment niet meer zo interessant. Ik wil waken voor een structuurdiscussie. Ik steek de energie liever in samenwerking. Wat kunnen jullie? Wat kunnen wij en hoe kunnen we ervoor zorgen dat de gebruiker, in dit geval dus de gemeente, daar optimaal baat bij heeft? Ik heb daarover goed contact met VSG.”

“We reiken neutrale kennis aan en andere partijen kunnen besluiten om daar iets mee te doen. Ook met NOC*NSF heb ik regelmatig contact. Natuurlijk is er een overlap in wat we doen en het gaat niet om landjepik. Sport als middel is voor de georganiseerde sport van belang, als het gaat om maatschappelijke doelen, maar ook als verdienmodel. Als het gaat om die maatschappelijke kant, zijn wij een logische partner. Als het gaat om het verdienmodel van de georganiseerde sport, moet je met een commerciële partij in zee.”

5. Je keus voor het Kenniscentrum Sport na 22 jaar KNVB lag niet direct voor de hand. Waarom heb je die keus gemaakt en welke ervaringen uit je KNVB-leven neem je mee in je huidige werk?
“Ik kan me voorstellen dat het niet voor iedereen een vanzelfsprekende keuze was, maar voor mij was het dat wel. Na 22 jaar bij de KNVB heb ik goed nagedacht over wat ik verder wilde doen. Er waren best mogelijkheden om internationaal in het voetbal verder te gaan, maar ik wilde eigenlijk voorkomen dat ik nog tien tot vijftien jaar in het voetbal zou blijven. Bovendien wilde mijn vrouw niet naar het buitenland en dat maakte de keus ook makkelijker. Ik heb veel gepraat met mensen binnen en buiten mijn eigen netwerk om: mensen in de zorg, het onderwijs en het openbaar bestuur. Uiteindelijk heb ik al mijn wensen op een rijtje gezet en daar stond een belangrijk punt bij: de sociaal-maatschappelijke kant van de sport." 

"Toen kwam deze vacature voorbij en het leek mij een interessante klus waar ik mijn tanden in kon zetten en ik ook nog eens een hoop van kon leren. Dus ik heb gesolliciteerd en ik ben het geworden. Vanuit de KNVB neem ik de nodige bestuurlijke ervaring en het netwerk mee. De selectiecommissie was op zoek naar iemand die in staat was in een complexe bestuurlijke omgeving te functioneren en iemand die het centrum kon positioneren. In dat opzicht past de functie wel bij mij.”

“Soms kun je een keuze beleidsmatig goed verdedigen, maar dan pakt het toch verkeerd uit”

XL39-5vragenaanBertVanOostveen-1-© Willem Mes Fotografie_Kenniscentrum Sport kopie.jpg“Er zijn drie zaken uit mijn KNVB-tijd waar ik in mijn huidige werk heel veel aan heb. Ten eerste: steek alleen energie in zaken die je kunt beïnvloeden. Je wordt als KNVB-bestuurder afgerekend op het sportieve. Dat weet je als je eraan begint, want het is inherent aan de sport. Je kunt alles goed doen, en toch verliezen. Er zijn dingen waar je beperkt grip op hebt. Ik heb geleerd vooral te focussen op de dingen waar je wel grip op hebt. Dat neemt natuurlijk niet weg dat je kritisch moet blijven kijken naar je eigen rol. Als je de film terugdraait, doe je altijd dingen anders. Die zelfkritiek moet je hebben.”

“De tweede waardevolle les is pragmatiek. Er is een verschil tussen de theorie en de praktijk. Soms kun je een keuze beleidsmatig goed verdedigen, maar dan pakt het toch verkeerd uit. Je vraagt me nu ook weer naar de keuze voor Guus Hiddink als bondscoach en Danny Blind als zijn opvolger. Dat pakte niet goed uit, dus het was de verkeerde keuze. We hadden ons natuurlijk altijd moeten kwalificeren voor het EK in 2016. Aan de andere kant moet je ook niet vergeten welk verwachtingspatroon we in Nederland in het verleden altijd hadden. We hebben heel lang geleefd in de veronderstelling dat we heel goed waren. Wat dat betreft ben ik blij dat we er tegenwoordig wat realistischer tegenaan kijken.”

“Het derde punt dat ik in mijn huidige werk meeneem van mijn tijd bij de KNVB is klantgericht denken. Die omslag hebben we in mijn tijd bij de KNVB gemaakt. We waren de meet- en regelbond, tot we ons realiseerden dat we één van de grootste verenigingen van Nederland waren en dat we onze leden moesten bedienen. Ik ben wel trots op de bijdrage die ik aan de omslag in denken heb kunnen leveren. Klantgericht denken is voor iedereen bij Kenniscentrum Sport nu het motto en daar mag je ons op aanspreken.”

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst