Skip Navigation LinksHome-Nieuws-5 vragen aan...-Item

5 vragen aan Joëlle Staps, plaatsvervangend directeur sport bij het ministerie van VWS 6 november 2018

Joëlle Staps (1978) was zes jaar geleden bij de Nevobo de jongste directeur bij een grote sportbond in Nederland. 'Joëlle bracht structuur en overzicht en tegelijkertijd bracht ze de energie en passie over die een organisatie nodig heeft om optimaal te functioneren', aldus voorzitter Peter Sprenger over haar verdiensten bij de volleybalbond. Inmiddels is Staps plaatsvervangend directeur sport bij het ministerie van VWS. Tussen haar afscheid van de Nevobo en haar aantreden in Den Haag bluste zij op interim-basis brandjes bij de Squashbond en de Atletiekunie.

door: Leo Aquina | 6 november 2018

1. Je was in 2012 de jongste directeur bij een grote sportbond in Nederland. Hoe ben je in die functie terechtgekomen en merkte je veel verschil tussen de sportwereld en het bedrijfsleven, waar je eerder in had gewerkt?
“Dat is een bijzonder verhaal. Ik zat bij Boer & Croon in een programma voor young executives. Daar deed ik steeds verschillende projecten bij allerlei soorten bedrijven op het gebied van consultancy en management. Zelf had je niet heel veel invloed op het project dat je toegewezen kreeg. Ik was tevreden zolang de opdrachtgever tevreden was, maar op een gegeven moment ging ik toch denken: wat wil ik eigenlijk zelf? Onderdeel van dat programma was ook een intensief persoonlijk ontwikkeltraject. Daarbinnen volgde ik een coachopleiding en in een groepssessie werd ons toen op een gegeven moment gevraagd wat je zou willen als je het helemaal zelf voor het uitkiezen had. Toen zei ik dat ik graag de baas wilde zijn van een grote professionele volleybalclub. Ik wist natuurlijk dat het kansloos was, want we hebben in Nederland geen professionele clubs met een betaalde manager, maar iemand in de zaal vertelde me toen dat hij de directeur van de volleybalbond kende en dat ik daar maar eens koffie mee moest gaan drinken.”

“Ik denk dat er meer overeenkomsten zijn tussen de sportwereld en het bedrijfsleven dan verschillen”

XL37-5vragenaanJoelleStaps-1“Ik dacht: kansloos verhaal, maar we moesten bij die opleiding ook stappen zetten om onze dromen te realiseren, dus ik maakte die afspraak. Dan had ik in ieder geval dat vinkje achter mijn naam. Ik ging koffiedrinken met Matthijs Huizing, die toen directeur was van de Nevobo. Hij bleek op zoek te zijn naar een adjunct-directeur, liefst een vrouw die empathisch goed onderlegd was en voor ik het wist werkte ik bij de Nevobo.”

“Ik denk dat er meer overeenkomsten zijn tussen de sportwereld en het bedrijfsleven dan verschillen. Als consultant had ik geleerd snel de inhoud en het krachtenveld waarin ik werkte te begrijpen en dat is bij een sportbond ook cruciaal. Dat krachtenveld is bij een sportbond ingewikkelder. Er zijn veel gepassioneerde mensen en lang niet altijd is degene die op de formele positie zit, ook daadwerkelijk de beslisser. Het kan zijn dat je een voorstel doet, netjes alle formele paadjes bewandelt, maar onverwacht toch op enorm veel weerstand stuit. Als er bijvoorbeeld een scheidsrechter is met veel draagvlak onder andere scheidsrechters, moet je zo iemand niet overslaan in het besluitvormingsproces.”

2. Toen algemeen directeur Marcel Sturkenboom in 2011 na twee jaar vertrok vanwege een verschil van inzicht met het bestuur, werd jij als algemeen directeur belast met de grote reorganisatie die al in gang was gezet. Waarom was dat nodig?
“Het vertrek van Marcel maakte het lastiger. Ik werkte toen ook net twee jaar bij de bond. Marcel deed de externe relaties en ik draaide de binnenkant. Die hele reorganisatie lag al bij mij en toen Marcel weg was, werd mij gevraagd het roer als algemeen directeur over te nemen. Ik heb mezelf toen wel afgevraagd of ik het wilde en of ik het wel kon. Ik had een heel andere leidersstijl dan de gangbare bondsdirecteuren zoals Marcel of een Johan Wakkie van de hockeybond. Ik ben van een andere generatie, die meer op basis van gelijkwaardigheid handelt. Het heeft ook te maken met profileringsdrang. Ik hoefde in eerste instantie niet zo nodig op de bühne bij een congres, of met mijn hoofd in de krant. Dat heb ik moeten leren, want het wordt je wel gevraagd vanuit je functie. Het went ook wel, maar het is nog steeds niet mijn grootste hobby.”

“De volleybalbond doet het momenteel goed en ik denk dat we met de reorganisatie het fundament hebben gelegd”

“Toen ik bij de Nevobo kwam, waren er eigenlijk negen kleine Nevobootjes in het land. We hadden acht regio's en een landelijke organisatie. Iedere regio had een eigen bestuur, een eigen contributiestelsel en zelfs eigen spelregels. Er was echter maar één KvK-inschrijving en één jaarrekening. Dat knelde enorm. Het hoofdbestuur was verantwoordelijk, maar had geen zeggenschap over de regio's. Dat leidde in de bondsraad continu tot conflicten. We hebben met de reorganisatie onder meer een nieuw landelijk contributiestelsel ingevoerd met een tientjeslidmaatschap en we hebben de bestuursstructuur herzien. Het is niet zo dat vanaf toen alles van bovenaf werd opgelegd, maar sindsdien opereert de Nevobo veel meer als één organisatie. De voorzitters van de regiobesturen maken sindsdien deel uit van het hoofdbestuur waardoor de verbinding ontstaat en het wij-zij-denken wegvalt. Het was niet altijd makkelijk uit te leggen, maar uiteindelijk is er niemand boos opgestapt. De problematiek was voor iedereen evident en de passie voor de sport was enorm. Iedereen voelde zich daar verantwoordelijk voor en daar kon ik mensen dus goed op aanspreken.”

“De volleybalbond doet het momenteel goed en ik denk dat we met die reorganisatie het fundament hebben gelegd. Er is rust in de gelederen, waardoor je ook weer wat risico-elementen kunt toevoegen. Er is een goede verhouding tussen de bondsraad, het bestuur en het kantoor. Zonder die reorganisatie hadden we evenementen zoals het EK zaal- en het WK beachvolleybal in 2015 nooit kunnen organiseren.”

“Ik hou ervan om problemen op te lossen. Als het goed loopt, vind ik het eigenlijk niet meer zo interessant”

3.Wist je na je vertrek bij de Nevobo meteen wat je wilde?
“Nee, ik had eigenlijk juist besloten om even niets te doen om in alle rust te kijken wat ik wilde. In eerste instantie hield ik het af als bonden mij polsten. De Sportfederatie Zoetermeer, waar de squash-, scherm en tafeltennisbond bij elkaar zaten, had een specifieke hulpvraag waar ik wel wat mee kon, dus daar ben ik op interim-basis ingestapt. Er waren twee grote problemen: het samenwerkingsverband tussen de drie bonden stond onder druk en de squashbond zat zonder directeur en had grote financiële problemen. Ik ben ook ingestapt als interim-directeur van de squashbond. Ik zat er dus met een dubbele pet, wat het moeilijk maakte om de moeizame samenwerking aan de orde te stellen. Het basisidee was delen in overheadkosten, maar er was geen synergie. Squash heeft een grote achterban in de commerciële sector, terwijl tafeltennis juist een hele traditionele achterban heeft in het verenigingsleven. De Sportfederatie is dan ook opgehouden te bestaan en de squashbond heeft mijn advies opgevolgd en zit nu bij tennis veel beter op zijn plaats. Zo'n zelfde synergieprobleem was er ook in het Huis van de Sport, waar we met de Nevobo zaten. De bonden waren te divers qua organisatie en achterban. Daarom zijn er, toen het Huis van de Sport ophield, nieuwe en logischere samenwerkingsverbanden ontstaan.”

XL37-5vragenaanJoelleStaps-2“De financiële problemen van de squashbond hadden te maken met het feit dat de ledenadministratie niet bleek te kloppen. Het systeem kon afgemelde leden niet verwerken, waardoor er veel leden instonden die geen lid meer waren. Daar werd wel een automatische contributierun op gedaan, die natuurlijk leidde tot veel boze mensen. Bovendien klopte de begroting daardoor niet omdat er begroot was op inkomsten die er helemaal niet waren. Ik heb er drie maanden gezeten, te kort om alle problemen op te lossen maar het gaat nu wel de goede kant op.”

“Na de squashbond belde de Atletiekunie: hun directeur was uitgevallen. Ze hadden twee weken later een algemene ledenvergadering en er was een tekort van vijf ton op de begroting. Ze vroegen mij als onafhankelijk persoon om ze uit de brand te helpen. Ik zag al vrij snel waar het probleem zat. Iedere manager had om zijn eigen winkel veilig te stellen zijn eigen budget opgeplust en niemand wilde die zekerheid prijsgeven. Daarin zie je hoe de kenmerken van de tak van sport terugkomen in de cultuur van de bond. Atletiek is een individuele sport en in de bond zie je meer eilandjes waar iedereen zijn eigen ding doet. Volleybal is een teamsport. Daar is iedereen veel meer geneigd tot samenwerking. We hebben dat probleem bij de Atletiekunie vrij snel op kunnen lossen. De directeur kwam echter minder snel terug dan verwacht en er hing nog een reorganisatie boven de markt. Toen heb ik gezegd: laat mij het dan maar doen als interimmer. Laat mij dan maar de bad guy zijn in de reorganisatie. Daarom heb ik er in totaal bijna een jaar gezeten.”

“Ik hou ervan om problemen op te lossen. Als het goed loopt, vind ik het eigenlijk niet meer zo interessant. Mijn grootste verdienste bij de Nevobo is dat fundament. Daarna gaat het om ondernemerschap en innovatie. Daar ben ik gewoon minder goed in. Ik ben beter in problemen oplossen dan in kansen grijpen. Michel (voormalig Nevobo-collega Michel Everaert, red.) zei wel eens gekscherend: ‘Ik heb te weinig problemen veroorzaakt, anders was je wel gebleven.’”

“Als ik vertelde dat ik directeur van de Nevobo ben, zeiden mensen ook vaak: 'Oh, leuk, en wat is je echte baan?’”

4. Inmiddels ben je alweer een klein jaar plaatsvervangend directeur sport op het ministerie van VWS. Hoe ben je daar terechtgekomen en welke problemen moet je daar oplossen?
“Ik zat op de camping in Frankrijk toen ik werd gebeld door de search-afdeling van VWS. Ze wezen me op de vacature, maar ik moest er wel even over nadenken voordat ik solliciteerde. Ik had besloten dat ik geen bondsdirecteur meer wilde zijn, maar vroeg me af of politiek Den Haag wel iets voor me was. Ik dacht aan functies in het onderwijs of de jeugdzorg, maar ik kreeg van een loopbaanadviseur wel te horen dat ze toch vooral kijken naar mensen met bewezen ervaring in die sector. Hoewel die adviseur ook zag dat ik dergelijke functies wat betreft bewezen competenties prima aan zou kunnen, was er weinig kans dat ik ertussen zou komen. Buiten de sport weten weinig mensen hoe ingewikkeld een baan als bondsdirecteur is. Als ik vertelde dat ik directeur van de Nevobo ben, zeiden mensen ook vaak: ‘Oh, leuk, en wat is je echte baan?’ Dan moest ik ze uitleggen hoe groot de organisatie van zo'n bond is, hoeveel mensen er werken en hoeveel geld erin omgaat. Dat realiseren mensen zich niet.”

“Mede daardoor ging ik deze vacature anders bekijken en ben ik blij dat ik het na een sollicitatie ook geworden ben. Ik leer hier enorm veel over verschillende bestuursstijlen en het politieke krachtenveld. Mijn opdracht is tweeledig: enerzijds stuur ik samen met directeur sport Annelies Pleyte de Directie Sport aan, anderzijds ben ik projectleider van het Sportakkoord. Dat laatste is mij op het lijf geschreven want ik ken het werkveld erg goed. Toen ikzelf bij een bond werkte snapte ik vaak niet zo goed waarom VWS niet begreep hoe bonden werken, en nu ik hier werk zie ik de andere kant en snap ik ook de frustratie van VWS richting de sport. Ik heb mij hier vanaf het begin voorgenomen om een brug te slaan tussen politiek Den Haag en de sport.”

XL37-5vragenaanJoelleStaps-3jpg5. Als ambtenaar op het ministerie zit je niet zelf aan de knoppen. Hoe frustrerend is dat en wat zouden jouw speerpunten zijn als je minister van Sport was?
“Om te beginnen zie ik mezelf ook in de toekomst niet als minister van Sport. Ik heb grote bewondering voor politici als je ziet hoe die mensen worden geleefd. Ik denk niet dat het iets voor mij is. Voor mij is de belangrijkste vraag welke rol je als overheid wil spelen in het sportdomein. Er zijn mensen die zeggen dat de overheid daar eigenlijk helemaal geen rol in heeft, want het gaat om vrijetijdsbesteding van mensen en dat moeten mensen lekker zelf weten. Aan de andere kant is er ook veel te zeggen voor enige mate aan regulering en sturing door de overheid. Ik weet zelf nog niet precies wat ik daarvan moet vinden.”

“Met de frustratie dat ik zelf niet aan de knoppen draai, valt het erg mee. Dat komt mede doordat we een minister hebben die ons veel ruimte en vertrouwen geeft en ook omdat het Sportakkoord nieuw is en ik er dus zelf veel vorm aan kan geven. Waar ik wel heel erg aan moet wennen is de snelheid, of eigenlijk vooral het gebrek daaraan. Ik wil de dingen het liefst vandaag nog regelen en hier moet je, zoals ze dat mooi zeggen, eerst nog heel veel hoepeltjes door.” 

"We hebben een minister die vanaf de eerste dag heeft gezegd dat lol in sport centraal staat. Dat is wat anders dan de benadering van minister Schippers, die sport met name positioneerde als een middel om allerlei maatschappelijke problemen aan te pakken. De sport zelf had daar ook moeite mee, omdat sportorganisaties daar vaak helemaal niet goed op zijn toegerust. Lol in sport sluit veel meer aan bij de doelstelling die sportorganisaties zelf ook hebben. Als die organisaties hun kerntaak sport goed uitvoeren, zijn ze automatisch maatschappelijk van grote waarde. Dan slagen we erin om steeds meer mensen in Nederland naar dat sportdomein toe te trekken en zo ook positieve effecten in andere vraagstukken te realiseren.”

“Het Sportakkoord is natuurlijk een papieren afspraak, maar het zou mijn eer te na zijn als het ergens onder in een la verdwijnt”

“Door het Sportakkoord gaan we als VWS veel meer samen met het veld bekijken wat we moeten doen. Het is natuurlijk een papieren afspraak, maar het zou mijn eer te na zijn als het ergens onder in een la verdwijnt. Als overheid zijn wij partij, maar we zijn afhankelijk van het lokale speelveld. Dat zei ik bij de bond ook al: wij bieden geen sport aan, dat doen de verenigingen. Wat we wel willen is samen optrekken om zo de energie en de budgetten beter in te richten. Dat gaat ook over de relatie tussen de gemeente en de sportaanbieders. De hockeyclub wil een veld, de volleybalclub wil meer zaalruimte, er zijn commerciële sportaanbieders met belangen en uiteindelijk willen we allemaal sport en bewegen stimuleren. Hoe kunnen we de middelen en de mensen zo inzetten dat we er maximaal voordeel uithalen?”

“Het Sportakkoord mikt op integraal beleid. We hopen dat er geld vrijgemaakt wordt in andere sectoren zoals onderwijs en zorg, omdat sport ook betekenis kan hebben op hun specifieke beleidsterreinen. Dat is lastig want er zijn altijd urgente problemen die voorrang krijgen. Iedereen snapt de waarde van sport, maar ik begrijp ook dat het niet bovenaan de agenda staat bij onderwijs als er gelijktijdig een lerarentekort is. Er gebeurt steeds meer als het gaat om integraal beleid, maar dat is echt een traject van de lange adem.”

« terug

Reacties: 1

Theo Fledderus
08-11-2018

Joelle, houd vooral de lol er in en zorg dat het Sportaccoord snel leidt tot zichtbare resultaten. Als iemand dat kan ben jij het!

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst