Skip Navigation LinksHome-Nieuws-5 vragen aan...-Item

5 vragen aan Peter Sprenger, voorzitter van volleybalbond Nevobo 9 oktober 2018

Peter Sprenger volgde in 2015 Hans Nieukerke op als voorzitter van de volleybalbond (Nevobo). Het gaat goed met de bond, die de afgelopen jaren veel internationale evenementen organiseerde. Op het afgelopen WK zaalvolleybal keerden de Nederlandse mannen met een achtste plaats terug aan de wereldtop. Sprenger was erbij en leverde samen met de Arnhemse gedeputeerde Jan Markink een bidbook in voor het WK vrouwen zaalvolleybal van 2022. De beslissing daarover valt op 14 november. In de nazomerzon op het terras van het Eindhovense sportmarketingcentrum SX, praat Sprenger uitgebreid met Sport Knowhow XL over het Nederlandse volleybal en de marketingwaarde van sport, want daar ligt Sprengers professionele expertise als CEO van Techonomy, dat gespecialiseerd is in marketingtechnologie en digitale strategie.

door: Leo Aquina | 9 oktober 2018

1. De lange mannen zijn vorige week achtste geworden op het WK zaalvolleybal in Italië. Is het Nederlandse volleybal terug aan de top? 
“Met de vrouwen in de zaal en met het beachvolleybal draaien we natuurlijk al jaren structureel mee in de wereldtop. Als je kijkt naar de heren zijn we inderdaad terug. In 2007 raakten we de A-status kwijt, maar deze status hebben we terug dankzij de prestatie op het WK. Die achtste plek was voor ons belangrijk. De internationale bestuurders hebben we daarom attent gemaakt op hun eigen regels toen we in eerste instantie als negende werden geclassificeerd. In de regels stond dat het aantal gewonnen wedstrijden telde en niet de eindstand in de poule in de tweede ronde. België en Canada waren tweede geworden in die poule, maar vielen af voor de final six omdat alleen de beste nummers twee doorgingen. Wij waren derde in de poule, maar hadden minder verlies- en meer winstpartijen in de eerste twee rondes en dat telde reglementair.”

We zijn in Nederland altijd heel kritisch op sportbonden, vaak terecht, maar er gaan ook veel dingen goed. Als je succes hebt, zien mensen eerder wat je goed doet”

XL34-5vragenaanPeterSprenger300“We kunnen echt trots zijn op die achtste plaats. NOC*NSF had besloten niet meer in het mannenvolleybal te investeren, dus hebben we het allemaal met geld van de bond gedaan. Dat is geld van de leden. De afgelopen vijf jaar hebben we geïnvesteerd in topsport en daarin hebben de leden ons via de ledenraad altijd gesteund. De wereld rondreizen met een ploeg en alles wat daaromheen zit - onder meer deelnemen aan de World League - kost allemaal geld. Bij de vrouwen levert dat nog wel eens leuk prijzengeld op. Als je tweede wordt op een EK krijg je - ik zeg dit uit mijn hoofd - ongeveer 150.000 dollar. Dat geeft iets meer financiële ruimte, maar daar moeten de speelsters zelf ook van profiteren. Uiteindelijk kost topsport altijd geld en dan is het leuk om te zien dat het nu ook tot succes leidt. Met die A-status krijgen we een stukje topsportfinanciering van NOC*NSF erbij en dat zijn toch weer enkele tonnen. Zoiets geeft meer speelruimte, ook voor de breedtesport.”

“Los van de A-status is topsportsucces belangrijk voor de uitstraling van de sport. Ik noem het wel eens free marketing. Dat wil niet zeggen dat je niets meer aan marketing hoeft te doen als je succes hebt, maar het is wel een mooi extraatje. We zijn in Nederland altijd heel kritisch op sportbonden, vaak terecht, maar er gaan ook veel dingen goed. Als je succes hebt, zien mensen eerder wat je goed doet.”

2. In hoeverre is het topsportsucces van de volleyballers het gevolg van beleid? 
“Daar geloof ik wel in. De prestatie van de teams wordt niet alleen geleid door de technische investeringen, maar ook door marketing want dat genereert geld. Op het moment dat we geld hebben, kunnen we onze teams de beste programma's laten draaien en toernooien laten spelen. De Nederlandse mannen hebben voor het WK een oefentrip in Brazilië gehad, overigens ook met steun van NOC*NSF, en dan zie je het effect. In drie oefenwedstrijden schoof Brazilië Oranje drie keer makkelijk aan de kant, maar op het WK hebben we ze verrast. Een degelijk financieel beleid zorgt dat je geen veren hoeft te laten in je ambitie.”

“In de afgelopen jaren hebben we ervoor gezorgd dat de bond er financieel goed voorstaat. We zitten momenteel zwaar boven het geprognosticeerde sponsorbudget”

“In 2011 en 2012 zijn er goede keuzes gemaakt door mijn voorganger Hans Nieukerke, directeuren Joëlle Staps en Michel Everaert en het bestuur daarachter. De belangrijkste keuzes waren een structureel evenementenbeleid met structurele partners en een eredivisiecircuit in het beachvolleybal waarin we nauw samenwerken met gemeentes. Je bouwt dan over een langere termijn een relatie op. In de afgelopen jaren hebben we ervoor gezorgd dat de bond er financieel goed voorstaat. We zitten momenteel zwaar boven het geprognosticeerde sponsorbudget. Dat is geen doel, maar het is wel een basis. We bieden onze leden een fantastisch pakket, maar we moeten niet alleen onze leden bedienen. Uiteindelijk gaat het erom onze sport te populariseren. We hebben 140.000 leden, maar er zijn nog eens 600.000 mensen die wel eens volleyballen. Er zijn anderhalf miljoen mensen van wie we weten dat ze bereid zijn een kaartje te kopen voor een nationaal team en als we kampioen worden, hebben we zeventien miljoen fans.”

“Wij hebben een relatie met de volleyballer. Zonder lid te zijn van de bond kun je ook competitief spelen. Er zijn 80.000 mensen die meedoen aan recreatieve beachtoernooien. Die hoeven we niet allemaal lid te maken, maar we kunnen met hen wel een relatie opbouwen. Er zitten veel groeikansen bij de ongebonden sporter. Wij hebben al die mensen aardig in beeld en daar spelen we op in. Wat is er nou logischer om iemand van wie je weet dat hij bij het WK-beach in 2015 in geweest, speciaal uit te nodigen voor het EK beach in 2018?”

“Er zijn nog te weinig partijen geïnteresseerd in wat NOC*NSF in het mandje heeft gestopt. Daar ligt dus de zorg. Waarom krijgen we dat niet voor elkaar?”

XL34-5VragenAanPeterSprenger-1“Twee jaar geleden hebben we besloten het beachcircuit terug te kopen van een commerciële aanbieder, die al jarenlang de rechten exploiteerde. Het is logisch om dat in het volleybalhuis van de bond onder te brengen. Wij bepalen het beleid, de strategie en we hebben grip op de rechten. Het is bovendien goed om het beachvolleybal aan te kunnen bieden in onze sponsorpropositie. Sponsor Dela was gestopt met het damesteam in de zaal. Die ploeg was bezet door een andere sponsor toen Dela twee jaar later terugkwam. Wij konden ze destijds het beachcircuit aanbieden en dat is voor Dela heel interessant. Het gaat al lang niet meer om die naam op het shirt. De relatie die wij als sport hebben met al die mensen in het recreatieve circuit is voor Dela veel interessanter. Ik geloof dan ook niet dat de sponsormarkt voor de sport in Nederland daalt, maar de vorm verandert wel.”

3. Hoe kijk je als voorzitter van de volleybalbond aan tegen de sponsorpropositie TeamNL van NOC*NSF? 
“Vanuit bondsperspectief is het heel interessant. De sponsorassets die NOC*NSF verkoopt zijn voor meerdere bonden interessant en daar wordt nu al op afgerekend. Het probleem is dat je met het vehikel dat je hebt gecreëerd de markt nog niet hebt kunnen lostrekken. Er zijn nog te weinig partijen geïnteresseerd in wat NOC*NSF in het mandje heeft gestopt. Daar ligt dus de zorg. Waarom krijgen we dat niet voor elkaar? Misschien is het een kwestie van tijd, maar ik denk dat we de sales niet scherp genoeg neerzetten. Als je iets wil verkopen, moet je zorgen dat je voldoende salespower hebt en daar ontbreekt het nogal eens aan in de sport.”

“Het feit dat bonden er zelf voor kunnen kiezen wat zij wel en niet onderbrengen in TeamNL is de kracht, maar ook de zwakte van het concept. Als een bond in staat is iets zelf goed te vermarkten, breng je het niet naar NOC*NSF. Wij zijn bijvoorbeeld prima in staat om Oranje te vermarkten. Aan de andere kant is het natuurlijk ook van grote waarde voor TeamNL. Daarom heeft TeamNL ook het eerste kooprecht als bij ons een contract afloopt, maar dan moeten ze er wel iets tegenover zetten. Dat gaat pas werken als de vraag bij TeamNL groter is dan het aanbod en dat is op dit moment nog niet het geval.”

“Het doorlopend organiseren van evenementen is echt een pijler onder ons bestaan”

“De visie achter TeamNL klopt wel. Veel sporten hebben hun moment één keer in de vier jaar tijdens de Olympische Spelen. Hoe interessant is dat voor sponsors? Die gezamenlijke propositie heeft een gigantische potentie, maar we moeten ons wel realiseren wat dat in de uitvoering vraagt. Ik zie in potentie veel meer waarde dan de beoogde drie, vier of vijf miljoen euro, maar je moet het beter verkopen.”

4. Joop Alberda is sinds 1 september 2018 technisch directeur ad interim. Bestaat er een kans dat hij blijft?
“We zijn op dit moment op zoek naar een nieuwe technisch directeur. Joops waarde is gigantisch, maar hij is 68 jaar oud. Hij wil zelf niet in die rol blijven want we moeten een nieuwe generatie opleiden. We hadden met Bram Ronnes een jonge technisch directeur en waren heel tevreden over hem, maar hij wilde wat anders. Dat was een persoonlijke keuze. Toen hij vertrok, wilden we niet halsoverkop iemand aantrekken, daarom kwamen we bij Joop. Met hem konden we rustig naar de toernooien werken die eraan zaten te komen. Dat gaf rust en tijd bij de zoektocht naar een opvolger.”

“Ik kan op dit moment geen namen noemen, maar we hebben behoorlijk wat profielen binnengekregen. We willen aan de ene kant graag dat het een volleyballer is, maar dat hoeft niet per se. Ook in andere sporten wordt over de eigen sport heen gekeken. De hockeybond heeft Jeroen Bijl aangesteld. Die heeft nooit gehockeyd, maar hij weet wel waar het in de topsport om draait. Vroeger was een technisch directeur een soort coach van de bondscoaches, maar tegenwoordig heeft deze persoon meer een faciliterende rol. Dan hoef je niet per se alle ins en outs van de sport te kennen. Als we een bondscoach hebben die op dat vlak nog gecoacht moet worden, hebben we de verkeerde coach aangesteld. Wel willen we graag een Nederlander. Een bondscoach kan uit het buitenland komen, met nieuwe inzichten en een frisse blik, maar als technisch directeur ben je de bewaker van onze sportcultuur. Bovendien is het een groot voordeel als je de Nederlandse sportwereld goed kent.”

XL34-5VragenAanPeterSprenger-25. Jullie hebben in Italië het bidbook voor het WK 2022 ingeleverd. Waarom willen jullie dat evenement hebben en hoe schat je de kansen van Nederland in?
“Het doorlopend organiseren van evenementen is echt een pijler onder ons bestaan. We zetten het in voor de marketing van onze sport en het heeft enorm veel waarde voor de sponsoring. We hebben de afgelopen jaren prachtige topsportevenementen georganiseerd en dan is het WK het allerhoogste. Dankzij ons evenementenbeleid hebben we een lange relatie met gemeenten en de provincie Gelderland. Als je een evenement organiseert, kan dat niet zonder publiek geld en dat moet je kunnen legitimeren. De totale begroting voor het WK 2022 is 22 miljoen euro en daarvan is zo'n 40 tot 45 procent publiek geld. Wij moeten aantonen dat het dat ook waard is.”

“China is natuurlijk een gigantische markt, dus op geld gaan we dat niet winnen”

 “Je moet als sportbond niet alleen maar bij de overheid aankloppen voor incidenteel geld. Het is van belang dat je een relatie onderhoudt en je moet iets te bieden hebben dat voor die overheidspartij ook aantrekkelijk is. Wij hebben in combinatie met het EK beachvolleybal in Arnhem afgelopen jaar ook het WK zitvolleybal georganiseerd. Dat is voor de gemeente en de provincie heel belangrijk. Onze evenementen gaan niet alleen over topsport, maar ook over maatschappelijke en sociale impact. Daarmee trek je de politiek over de streep. En het moet meer zijn dan window dressing. We hebben keiharde feiten van de evenementen in de afgelopen jaren. Hoeveel kinderen hebben we bereikt? Op hoeveel scholen zijn we geweest? Dankzij het EK beachvolleybal in 2018 zijn honderdduizenden kinderen in aanraking gekomen met sport.”

XL34-5VragenAanPeterSprenger-3 copy“In hoeverre wij kans maken? Japan en China zijn onze concurrenten, net als Italië. Van dat laatste land weten we officieel niets, maar we hebben in de wandelgangen opgevangen dat ze het WK willen organiseren. Deze landen zijn allemaal geduchte concurrenten. Japan heeft een enorme financiële basis, maar zij organiseren het dit jaar ook al, dus wij hopen dat ze het niet twee keer in hetzelfde land willen doen. China is natuurlijk een gigantische markt, dus op geld gaan we dat niet winnen. De Chinese vrouwen zijn ook nog eens olympisch kampioen. Wij hopen op andere punten goed uit de verf te komen. Internationale sportbonden kijken steeds meer naar de boodschap die ze willen uitstralen en de legacy die ze willen achterlaten. De wereldvolleybalbond vindt de gelijkheid tussen man en vrouw bijvoorbeeld erg belangrijk. Dat is het terrein waar wij kunnen scoren. We zitten nog een dikke maand in spanning: op 14 november valt de beslissing.”

« terug

Reacties: 1

Stan Stolwerk
10-10-2018

Goed bezig Peter (niet enkel bij nevobo). Een aantal van je 'adviezen'  hier bij ons consumentenplatform NKC (Nederland) en Campercontact (EU) inmiddels draaiend. Mooie analyse van 'jullie bereik' daarmee illusterend dat je leden moet koesteren maar dat er veeeel meer groepen zijn die aan je te binden zijn en die super relevante data leveren ... die in te zetten zijn. Mooi dit te lezen; herkenbaar. Met groet.. en als je in de buurt van Amersfoort bent: koffie staat klaar. gr Stan Stolwerk

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst