Skip Navigation LinksHome-Nieuws-5 vragen aan...-Item

5 vragen aan Gerard Kemkers, voormalig manager topsport en talentontwikkeling bij FC Groningen 11 september 2018

Gerard Kemkers behoeft eigenlijk geen introductie. Als schaatser won hij zilver op het WK allround van 1989 en olympisch brons op de 5000 meter in Calgary in 1988. Daarna studeerde de Groningse Drent af aan de Academie voor Lichamelijke Opvoeding (ALO) in Amsterdam en werd hij bondscoach van de Amerikaanse schaatsers. In 1998 keerde Kemkers terug als coach bij de schaatsbond (KNSB) en vanaf 2002 was hij coach van de TVM-schaatsploeg, waarmee hij in twaalf jaar tijd met onder anderen Sven Kramer en Ireen Wüst karrenvrachten aan eremetaal verzamelde op EK's, WK's en Olympische Spelen. Na Sochi 2014 ging Kemkers aan de slag bij FC Groningen. In maart 2018 werd bekend dat Kemkers vanwege een verschil van inzicht weg zou gaan bij de club. Onlangs gaf hij in Frankrijk een lezing onder meer voor Chinese studenten, op uitnodiging van de Executive MBA Sportmanagement van de Wagner Group. Terug in Groningen op een zonnig terras om de hoek van het nieuw gebouwde TopSportZorgCentrum, een erfenis van Kemkers bij FC Groningen, praat hij Sport Knowhow XL uitgebreid bij over zijn vertrek bij de club, zijn visie op innovatie en talentontwikkeling in de sport, en over zijn toekomstplannen.

door: Leo Aquina | 11 september 2018

1. Het Dagblad van het Noorden schreef over jouw vertrek bij FC Groningen: 'Verschil van inzicht over zijn bevoegdheden en het daarbij behorende takenpakket vormen het breekpunt.' Kun je je daarin vinden? 
“Dat is niet helemaal waar, dergelijke knelpunten spelen vooral bij een verschil in visie. Desondanks hebben we op een goede manier afscheid van elkaar genomen. We hebben een aantal gesprekken gevoerd en de directie koos uiteindelijk voor een route waar ik me niet happy bij voelde, omdat ik er anders over dacht. De conclusie was: jullie willen in een gele auto stappen en ik in een groene. Dan ben ik er de man niet naar om mee te rijden in die gele auto. Dat past niet bij mij en het paste ook niet bij mijn positie. Ik heb een reputatie en ik ben binnengehaald om iets te bereiken. Als mijn standpunten te veel afwijken van de koers die de club wil varen en dat in de nabije toekomst geen andere kleur lijkt te krijgen, is het voor mij geen optie om mijn standpunten te laten varen voor die koers.”

“We hebben zeker een jaar nodig gehad om erachter te komen wat mijn rol bij FC Groningen nu eigenlijk precies moest zijn”

“De club en de directie grepen naar mijn mening te veel terug naar bekende wegen. Ze wilden voetbal in de lead. Daar ben ik het in de basis helemaal mee eens, maar voetbal kan wel gezonde ruggenspraak gebruiken. Een onderdeel van discussie was de visie op opleiden en presteren. Ik merkte dat ik meer ruimte nodig had als ik iets wilde bereiken omdat mensen mijn ideeën niet van nature omarmden. Toen ik binnenkwam hebben we mijn rol eigenlijk te weinig gedefinieerd. We hebben zeker een jaar nodig gehad om erachter te komen wat die rol nu eigenlijk precies moest zijn. Daardoor ben ik misschien wel een beetje krachteloos geworden. Neemt niet weg dat ik vol trots terugkijk op het uitdenken van een visie en het begeleiden van de bouw van het TopsportZorgCentrum. Aan de A7 opent Arjen Robben op 13 oktober een geweldig gebouw dat staat voor een unieke missie.”

GK1“In mijn visie moet je binnen de club twee prestatiewegen bewandelen en duidelijke expertisegebieden opbouwen. Er is een puntenprestatie: het eerste elftal moet iedere week zo'n goed mogelijk resultaat halen. Aan de andere kant is er een ontwikkelprestatie. Om talentvolle voetballers op een zo hoog mogelijk niveau af te leveren richting de Eredivisie, moet je andere dingen doen dan hetgeen je doet om het eerste elftal wekelijks klaar te stomen voor een wedstrijd. Hans Nijland (algemeen directeur FC Groningen, red.) wilde één visie, geen onrust binnen de club. Daar ben ik het helemaal mee eens. Elke prestatiecultuur, of het nu gaat om punten of om ontwikkeling, is gebaat bij rust in de omgeving. Maar als je wilt veranderen, gaat dat altijd gepaard met onrust. En opleiden is iets anders dan wekelijks naar de ranglijst kijken. Het is een keuze om dat verschillend te benaderen. Zo'n transitie kost tijd en daar is lef voor nodig. Voor mij is het blijkbaar nog te vroeg.”

“Ik wil waken voor het beeld dat Gerard Kemkers roept dat er helemaal niets van deugt in de voetballerij. Die positie wil ik helemaal niet hebben. Ik wil constructief helpen, meer niet. Ik ken de evolutie van het voetbal en ik heb respect voor de manier waarop veel mensen werken. Ik heb ook enorm veel geleerd bij FC Groningen, dat heb ik bij mijn afscheid ook gezegd. Dat maakt me dankbaar. De reacties bij mijn afscheid waren hartverwarmend. Onder de supporters bleek veel bereidheid om een topsportprofessional uit een andere sport te omarmen op weg naar verandering. Achteraf heb ik dat zelf een beetje onderschat en misschien had ik zelf wel wat meer gas moeten geven. Het geeft mij in ieder geval de zekerheid dat deze club een goede basis heeft om die verandering in te zetten. Het publiek is er klaar voor.”

2. Innovatie lijkt een toverwoord in de sport. Wat is jouw definitie van innovatie en hoe heb je dat als coach in het verleden benaderd?
“Ik had indertijd twee redenen om te stoppen als schaatscoach. Ten eerste vond ik dat ik te routinematig was gaan werken en ten tweede merkte ik dat ik meer tijd wilde besteden aan mijn gezin. Als schaatscoach was ik 220 dagen van huis en het schaatsen had altijd voorrang. Daar had mijn gezin geen moeite mee, maar ik ben een familieman. Dit kwam uit mijzelf. Dat geldt ook voor het routinematige werken. Niet iedereen in mijn omgeving had daar moeite mee, maar ikzelf ontwikkelde me niet meer genoeg en daardoor kon ik ook niet meer het beste aan mijn mensen geven. Althans, dat was mijn kijk op dat moment.”

“Ik wil het voetbal niet afvallen, maar ik denk wel dat voetbal van nu de dingen doet die misschien acht jaar geleden goed waren”

“Innovatie wordt te vaak gedefinieerd in termen van bits & bytes en technologie, maar dat hoeft helemaal niet. Je kunt ook vernieuwen in andere dingen: coachstijlen, communicatiekeuzes, trainingsmethodes en periodisering. Er is te veel om op te noemen. Het gaat om inspiratie, nooit terugvallen op gebruiken, altijd op zoek zijn naar verbetering. Ik heb al heel vroeg in mijn carrière geleerd dat je omgevingsfactoren moet variëren om ervoor te zorgen dat de prikkel blijft. Ik was zes jaar schaatser en ik heb gewerkt met Leen Pfrommer, Henk Gemser en Ab Krook, de groten in hun vak uit die tijd. Ze waren alledrie anders. Ook daarna heb ben ik veel van omgeving gewisseld: vier jaar ALO, vier jaar coach in Amerika, vier jaar KNSB en vervolgens twaalf jaar TVM. Dat laatste was lang en daar liep ik in Sochi tegenaan. Niet in de tijd rond de Olympische Spelen zelf - dat is spannend, mooi en leerzaam - maar wel in de maanden ernaartoe. Weer een trainingskamp in Sankt Moritz, dat werd te veel routine.”

5vragenaanGerardKemkers-23. Voetbal is een conservatieve wereld. Zit innovatie bij andere sporten meer in het DNA?
“Ja, maar dat komt voor een deel ook door de manier waarop andere sporten georganiseerd zijn. De weg naar de top is vaak lastiger: je moet harder knokken voor je eerste salaris, maar ook in andere sporten zie ik de neiging om simpelweg altijd de beste na te doen. Daar heb ik een groot probleem mee. Topsport onderscheidt zich door een constante zoektocht naar dingen die nog niet zijn gedaan, alles in het teken van beter worden, onderscheidend zijn. Ik wil het voetbal niet afvallen, want ik snap de ontstaansgeschiedenis en heb enorm veel respect voor de principes die gelden. Dat geldt ook voor de mensen die erin werken, maar ik denk wel dat voetbal van nu de dingen doet die misschien acht jaar geleden goed waren. Inmiddels leven we in een andere tijd. Voetbal worstelt met de doorontwikkeling. Te vaak brengen de mensen datgene wat zij zelf allemaal hebben ondergaan, weer terug in de piramide. Hoe ontsnap je aan die cirkel? Bij FC Groningen merkte ik hoe lastig het was om iemand die uit een andere sport komt een positie te geven, dat ernaar wordt geluisterd, dat er iets met die mening wordt gedaan. Voetbal moet innoveren in de brede zin. Dat moet niet van een schaatscoach komen, of van een volleyballer. Het begint ermee dat voetbalmensen openstaan voor een gesprek met ons. Voetbal moet immers leidend zijn. Alleen dan is verandering echt krachtig.”

“Ik denk dat we de slag in het voetbal gaan winnen als we beter gaan opleiden. Je zult mij niet horen zeggen dat voetbal geen topsport is. Zo ben ik wel eens geciteerd, maar dat was uit de context gerukt. Mensen hebben altijd veel te snel een oordeel klaar zonder echt een kijkje in de keuken te hebben genomen, maar ik constateer wel dat het niveau van wat er doorstroomt naar de top niet aan mijn standaard voldoet. De kwaliteit van wat er instroomt in de Eredivisie kun je verbeteren in de opleiding. Het talent moet meer kans op ontwikkeling krijgen, via ijzersterk opleiden naar verbeterde prestaties aan de top. Gelukkig zie je in het gehele spectrum wel een beweging in die richting.”

“In het voetbal ligt de focus ook in de opleiding op de prestatie. Als meerdere jeugdelftallen kampioen worden, heeft de opleiding het goed gedaan. Volgens mij klopt dat niet. Je moet het eerste elftal afrekenen op punten en de plek op de ranglijst aan het einde van het seizoen, maar de jeugdopleiding moet je afrekenen op het aantal spelers en de kwaliteit van de spelers die doorstromen naar het eerste elftal. Je moet je richten op het beter maken van de individuele talenten. Dat betekent dat je andere dingen moet doen dan je met het eerste elftal doet.” 

“Je moet een opleidingscoach niet afrekenen op de plek op de ranglijst, maar op de vraag of hij zijn spelers met wat hij doet beter maakt”

"In het schaatsen ben ik dit ook tegengekomen. Gewestelijke ploegen kopieerden wat ik met Sven Kramer deed. Dat klopt in mijn ogen niet. Een talent van 18 jaar heeft andere dingen nodig om aan de top te komen dan de top te kopiëren. Je moet steeds kijken wat de volgende stap is die iemand moet zetten. Je moet een kind dat in de brugklas binnenkomt ook geen examenopgave voor 6 VWO geven.”

4. Je moet je in de jeugdopleiding richten op de individuele talenten, maar uiteindelijk moeten die spelers als zij eenmaal in de Eredivisie zijn wel bezig zijn met de teamprestatie. Dat is toch met elkaar in tegenspraak?
“Niemand kan zich individueel ontwikkelen zonder een team. Je moet een opleidingscoach niet afrekenen op de plek op de ranglijst, maar op de vraag of hij zijn spelers met wat hij doet beter maakt en of hij ze optimaal voorbereidt op presteren aan de top. Als alle elftallen in de jeugd van een club kampioen worden, vraag ik mij af of je de talenten daarmee optimaal opleidt. Er schuift nooit een compleet jeugdelftal naar de senioren. Misschien is een pad langs nederlagen en teleurstellingen voor sommigen wel veel beter op weg naar de top. Dan leert iemand knokken voor zijn positie.”

"Dat je de opleiding niet moet afrekenen op de teamprestatie, betekent niet dat ik voorbij ga aan de kracht van het team. Daar geloof ik juist heel sterk in. Denk je dat Sven Kramer en Ireen Wüst zulke goede schaatsers hadden kunnen worden als zij geen teamspelers waren geweest? Zij wisten heel goed dat het team er ook voor zorgde dat zij individueel beter werden. Sporters moeten leren wanneer zij moeten kiezen voor zichzelf en wanneer voor het team. In het voetbal hangt dat ook nog eens samen met de positie in het veld. Een diepe spits is meer individualist dan een spelverdeler, moet ik die spits dan zijn hele leven vertellen dat hij zich moet inzetten voor het team? Moet een jeugdspeler altijd te horen krijgen dat hij zichzelf moet wegcijferen voor het team, totdat hij afvalt? Er zit een individuele component in. Jongens moeten vechten. Uiteindelijk wil je op het veld toch ook een beetje gangstergedrag hebben. Ook dat is onderdeel van talent zijn.”

“Aan de ene kant denk ik wel eens dat talenten tot hun zestiende beter af zijn bij een amateurclub. Daar leren ze knokken en als ze goed genoeg zijn, worden ze vanzelf iedere keer naar een hoger elftal gezet. Als jongetjes van twaalf bij een profclub komen, gelden de wetten van de topsport. Ze krijgen elke dag te horen hoe goed ze zijn. Wat doet dat met een jongetje van twaalf? Maar ik snap de andere kant ook wel. Het verschil in faciliteiten tussen prof- en amateurclubs is enorm en clubs willen natuurlijk zo jong mogelijk talent vastleggen. Het gevaar is wel dat het daardoor vaak te steriel wordt. Kijk alleen maar naar de diversiteit van het beweegonderwijs. Is een voetbaltalent beter af als hij alleen maar voetbalt, of is hij een betere speler bij de senioren als hij zich motorisch breed ontwikkelt?”

GK2

“Ik heb er wel eens voor gepleit om in bepaalde opleidingsfases gedurende het seizoen een periode van zes of acht weken in te richten zonder wedstrijden”

“Daarmee zijn we terug op hoe het in de praktijk is ingericht. Er zitten, door het hele voetbal heen, vooral coaches aan het roer die ieder weekend bezig zijn de wedstrijd te winnen, daarmee kweek je niet per se betere profvoetballers. Ik heb er wel eens voor gepleit om in bepaalde opleidingsfases gedurende het seizoen een periode van zes of acht weken in te richten zonder wedstrijden. Een voetbaltrainer weet niet wat dat is, die kijkt iedere keer naar de wedstrijd van komend weekend. Zo'n wedstrijdloze periode geeft de mogelijkheid om te werken aan onder andere fysiologische groei. Je zou erover na kunnen denken hoe je spelers beter kan maken met een uitgedokterd trainingsprogramma. Wedstrijden verlagen per definitie de trainingsload. Als er een wedstrijd zit aan te komen, komt er altijd ergens in het hoofd een stemmetje dat zegt: toch maar een beetje inhouden. Je zou bijvoorbeeld bij de jongere jeugd tot kerst helemaal geen competitie kunnen spelen, maar alleen toernooien. Het mooie van schaatsen is dat er de hele zomer geen wedstrijden zijn. Dan trekken schaatsers zich op de training maximaal leeg om die motor maar op te voeren. Van dat soort principes heeft het voetbal weinig meegekregen. Wat Raymond Verheijen doet, is passend voor de Eredivisie, maar waarom doen clubs dat ook bij de onder 17-elftallen? Dat snap ik niet.”

“Nu ga ik me bezighouden met het ontwikkelen van talent. Ik raakte in gesprek met Bernard ten Doeschot van Infestos en er was een klik”

5. Je begint op 1 november aan een nieuw avontuur met Infestos. Onlangs werd ook de nieuwe daaraan gekoppelde schaatsploeg gepresenteerd. Wat ga je precies doen?
“In tegenstelling tot wat ik hier en daar wel heb gelezen, is dit voor mij geen directe terugkeer in de schaatswereld. Die mogelijkheden zijn er wel geweest. Toen bekend werd dat ik wegging bij Groningen was er belangstelling uit bijvoorbeeld China. Er zijn daar veel mogelijkheden, financiën zijn geen probleem. Maar ik merkte ook dat het een groot ongestructureerd land is. Ik werd door zes verschillende mensen benaderd en niemand kon me precies vertellen wat de bedoeling was. Daarom heb ik het afgehouden.”

“Nu ga ik me bezighouden met het ontwikkelen van Nederlands talent. Ik raakte in gesprek met investeringsmaatschappij Infestos en er was snel een klik. We hadden nog een aantal gesprekken en het ging altijd maar over één ding: talent, in de sport maar ook in het bedrijfsleven. Infestos heeft een hart voor sport en wilde met hun financiële mogelijkheden graag iets bijdragen. We willen ons inzetten voor talent tussen grofweg 16 en 22 jaar. Hoe kunnen we sporters iets extra's meegeven, ze nog beter klaarstomen voor de top? Daarbij moeten we nog op zoek naar onze precieze plek in het Nederlandse topsportlandschap. Een mooi proces voor de komende maanden.”

“Ik zie liever iemand aankomen met 5000 euro om vervolgens samen te kijken hoe we daarvan 10.000 kunnen maken, met kennis visie en een groot netwerk”

"De schaatsploeg is eigenlijk een soort aanjager en versneller. Zijn we gelijk zichtbaar. Ik heb daarin geen directe inhoudelijke rol. Eigenlijk ben ik vanuit mijn nieuwe werkgever eindverantwoordelijk voor de schaatsploeg in zijn geheel, zoals die is gepositioneerd binnen het gehele talentenproject.. Ik ga niet op de stoel van de trainers zitten. Dat is de verantwoordelijkheid van Peter Kolder en zijn assistent Wouter Olde Heuvel. Het is de bedoeling om het team langzaam te laten ‘groeien’ in de richting van de ambitie van het gehele project. Het blijft geen Infestos-topteam, maar de ploeg zal straks in een verjongde vorm onderdeel worden van het bredere talentenplatform.

"Hoe het talentenproject er precies uit gaat zien en gaat heten, ontwikkelt zich in de komende maanden. Een eerste logische stap zal zijn het gesprek te zoeken met NOC*NSF en de bonden. De meeste talenten kloppen aan voor geld. Er is wel budget, maar daar gaat het niet om. We willen talent faciliteren en begeleiden met visie. Ik zie liever iemand aankomen met vijfduizend euro om vervolgens samen te kijken hoe we dat tienduizend waard kunnen maken, met kennis visie en een groot netwerk. Het moet een open platform zijn, waarbij het de uitdrukkelijke ambitie is dat andere bedrijven het initiatief van Infestos gaan volgen. Door gezamenlijk kennis, kunde en middelen beschikbaar te stellen voor het thema talent, kunnen alle betrokkenen elkaar inspireren en versterken. Kennisdeling binnen de sport, maar ook tussen sport en bedrijfsleven, blijft een boeiend thema. Wij geloven dat er in beide takken werkbare parallellen bestaan in het herkennen en begeleiden van talent."

« terug

Reacties: 5

Menno Hornman
11-09-2018

Mooi en inhoudelijk interessant artikel, dank!

Bernard Fransen
11-09-2018

Dag Gerard: lijkt me een mooi nieuw te ontwikkelen concept, met mogelijk generaliseerbare uitkomsten voor talentontwikkeling in de breedste zin / presteren op topniveau / ontwikkelen nieuwe verdienmodellen in zowel profit- als non-profitorganisaties. Veel succes

ingrid Munneke
11-09-2018

Mooi helder artikel en ik herken je er helemaal ik. Het zou leuk zijn als je je visie binnen een andere sport, en dat is voor mij natuurlijk roeien zou kunnen uitdragen. Met name naar de coaches van het (jeugd)roeien bij het RTC in Groningen. 

Jan Willem Snippe
11-09-2018

Heel  goed , helder verhaal Gerard.  Ik zie uit naar weer eens nader contact !

Erik Hein
14-09-2018

Beste Gerard,

Leuk en leerzaam om te lezen. Voor sportgericht schrijf ik momenteel een artikel over sportpedagogiek. Ik ben dan ook heel benieuwd hoe jij als oud ALOer tov wedstrijd (top) sport en pedagogiek staat?

Zie jij nog pedagogische mogelijkheden in de de wedstrijd (top) sport of is wedstrijdsport
per definitie niet pedagogisch? D.w.z enkel gericht op winnen (bewegen verbeteren/kwalificering).
Of zijn er in de jeugd topsport wel degelijk pedagogische opgaven cq kansen?

Alle andere niet in de vragen genoemde perspectieven op jeugdsport en
pedagogiek zijn ook welkom. 

vr gr drs Erik Hein

www.erikheinacademy.com

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst