Skip Navigation LinksHome-Nieuws-5 vragen aan...-Item

5 vragen aan Henk Kraaijenhof, performance consultant 10 april 2018

Drie keer vallen en je staat op de drempel bij mediamagnaat en tv-producent John de Mol en diens bedrijf Talpa. Henk Kraaijenhof (62) ziet er wel de humor van in en met een bulderende lach kan hij erover vertellen, zonder namen te noemen, uiteraard. Het is nauwelijks toeval dat hij er hier in Laren tegenwoordig klandizie aan heeft met zijn bedrijf Vortx, dat zich specialiseert in het meten van stress en vermoeidheid. Op dat gebied brengt Kraaijenhof een schat aan ervaring uit de topsport in, niet in de laatste plaats door zijn voortdurende nieuwsgierigheid naar noviteiten. Het begon voor hem ooit allemaal met de ontdekkingsreis van Nelli Cooman, om later ook met een ster als Merlene Ottey te werken en topsporters als voetballer Edgar Davids, sprinter Troy Douglas, tennisser John van Lottum, de profs van de Italiaanse topclub Juventus, de Nederlandse hockeyers en volleyballers en verschillende schaatsers. Tegenwoordig raakt hij meer zijdelings de topsport via het delen van kennis in columns en seminars. Of, nou, hij begeleidt toch weer een sprintster. Ze heet Ronéll Rosier. En is, jawel, de dochter van Nelli Cooman.

door: Marc Hoeben | 10 april 2018

1. Je bouwde een naam op als trainer van topsprinters en was later actief in andere takken van topsport. Tegenwoordig ben je vooral ondernemer met je bedrijf Vortx. Vanwaar die ommezwaai?
“Met de opkomst van de trilplaat, zo rond 1997, ben ik een eigen bedrijf begonnen. Dat heette eerst nog Nemesis, later heb ik gekozen voor Vortx. Door de powerplate stierf de trilplaat een zachte dood. Maar toen kwam er iets anders op mijn pad: het meten van stress en vermoeidheid. Daarmee had ik al wel wat ervaring, het zijn ook de vaste metgezellen van topsporters. Maar nu ging ik mij veel meer richten op de werkende mens. We zitten bijvoorbeeld hier in Laren praktisch naast Talpa van John de Mol. Ik zie daardoor veel bekende Nederlanders voorbijkomen in de praktijk. Daarnaast begeleid ik nog steeds topsporters - ook op dit terrein - en coaches. Ik schrijf boeken en columns en ik organiseer seminars, allemaal vanuit de gedachte dat ik graag aan kennisdeling doe. Dat is dan allemaal onder die ene paraplu van dit bedrijf, simpel met één telefoonnummer, op één adres, met één mailadres."

"Je hebt eerst de bonden, dan de sporters en helemaal aan het einde van de lijn komen coaches"

“Stress, vermoeidheid, burn-out; het is in onze maatschappij een steeds groter probleem aan het worden. Ik heb veel managers van bedrijven als klant. Bijvoorbeeld vanochtend nog, iemand die vond dat hij te veel hooi op zijn vork nam. Hij kreeg dan ook nog te horen dat zijn grote steun en toeverlaat binnen het bedrijf zou wegvallen. Op dit gebied heb ik dus momenteel erg veel werk. Het zorgt voor een mooi inkomen en ik kan daar weer andere dingen in de hobbysfeer van betalen. Want zo kijk ik wel een beetje tegen het werk in de sport aan, als hobby. Eigenlijk is sport een dorre akker. Financieel en intellectueel. Ik ben in de jaren tachtig nog bondscoach geweest bij de atletiekbond. Nou, van die vergoeding kon je echt niet leven en ik ben bang dat het nog steeds zo is. Je hebt eerst de bonden, dan de sporters en helemaal aan het einde van de lijn komen coaches. In mijn tijd had de bond een paar medewerkers op kantoor en vijf bondscoaches, die allemaal nauwelijks betaald kregen. Ik geloof dat ze tegenwoordig tegen de veertig medewerkers op kantoor hebben die de gekste dingen verzinnen. Maar nog altijd slechts vijf bondscoaches, die nog steeds slecht betaald krijgen.”

XL13-5vragenaanHenkKraaijenhof-12. Hoe gaat dat in zijn werk, het meten van stress en vermoeidheid? En wat kun je er uiteindelijk mee?
“Het probleem met stress en burn-out is dat het geen ziektes zijn, ze zijn eigenlijk niet als zodanig officieel erkend. Maar je bent met een burn-out wel minimaal een jaar uit de running en je komt vaak in een burn-out terecht omdat eerdere klachten niet worden onderkend. Het lastige is ook wel: bij wie klop je aan? De huisarts heeft hiervan nauwelijks verstand."

“Wij meten hier met verschillende apparaten en onderscheiden op het gebied van stress vier verschillende fasen. In de eerste gaat het om fysieke vermoeidheidsverschijnselen. Bij de tweede gaat om een vermoeidheid in het hoofd, dat je voortdurend loopt te piekeren. Bij de derde hebben we het over een overbelasting van het autonome zenuwstelsel. Mensen gaan dan vechten en vluchten, ze slapen slecht, zijn hyperactief. Eigenlijk blijft het gaspedaal hangen. Dat kun je dan zien in allerlei waardes, van de hartslag tot de bloeddruk en de spijsvertering. Over al die vitale functies heb je dan minder of te weinig controle. Bij de vierde heb je het over het systeem van de stresshormonen, bijvoorbeeld cortisol. Stresshormonen vormen normaal een backupsysteem van het lichaam. Via de hersenen - hersengolven - meten we dat, via de activiteit van de hypofyse, de hypothalamus en de bijnieren, die weer cortisol produceren. Uiteindelijk zit je, als je veel stress hebt en in dat proces ver bent gevorderd, laag in je cortisol. Hieruit voortvloeiend kun je ook verschillende types van burn-out onderscheiden. De oorzaak kan dus bijvoorbeeld liggen in het centrale zenuwstelsel of het kan liggen in het systeem van de stresshormonen." 

"De grootste vijand van goed werken is perfect werken"

"Ik heb de laatste achttien jaar zo’n achtduizend mensen getest. Het grote voordeel is dat je door deze diagnose weet in welke hoek je het moet zoeken. Ik zeg altijd: een therapie is zo goed als de diagnose. Mensen gaan bij ons met tips naar huis, maar voor een therapie verwijs ik ze wel weer door naar anderen. Bij die tips moet je beseffen dat je in de buurt komt van hoe mensen in elkaar zitten. Vaak hebben ze de moeilijke situatie zelf opgezocht. Het gaat vaak om perfectionisten, ze zijn wat onzeker, durven moeilijk ‘nee’ te zeggen. De grootste vijand van goed werken is perfect werken. De mensen die hier komen zijn in het algemeen slimme mensen. Ze denken hun situatie altijd zelf in de hand te kunnen houden, door dingen weg te kunnen denken. Maar ja, dan gaat bijvoorbeeld je lievelingshond dood en heb je tijd nodig om een emotie te verwerken. Dat heb je dan dus eigenlijk nooit helemaal in de hand. Over zulke dingen geef ik tips, maar het draait vooral om bewegen, voeding en stressmanagement." 

HenkKraaijenhof

"Bewegen kan goed zijn, maar bij mensen met een burn-out kan zo’n tip ook volkomen averechts werken, omdat ze erin kunnen doorslaan. Soms is het zelfs beter om te stoppen met sport. Het ligt dus heel individueel en dat geldt ook voor tips over voeding. Bij stressmanagement geef ik vaak advies om aan zoiets als yoga of taichi te doen. Het leuke is dat je dan echt tijd voor jezelf hebt en dat de iPhone een tijdje uitstaat. Weet je, mensen willen altijd meer. Ze worden genekt door hun eigen ambitie. Dan kan het geen kwaad om daar even uit te stappen.”

3. Zegt Henk Kraaijenhof, de perfectionist, de man die niet voor niets een leven sleet in de topsport om met de allerbesten te werken? 'Helping the best to get better', is toch de slogan van je seminars?
“Ha ha, ja, tot op zekere hoogte klopt dat wel. Maar dat perfectionisme is altijd wel begrensd geweest door de faciliteiten. Ik ben in mijn werk zeer gestructureerd, maar ik compenseer dat weer door in het dagelijks leven heel chaotisch te zijn. Ik ben voortdurend mijn sleutels kwijt, ik leg ze nooit op dezelfde plek en daar heb ik ook eigenlijk helemaal geen behoefte aan. Ik kan het accepteren dat ik ze af en toe kwijt ben."

"Helping the best to get better is inderdaad de slogan van mijn seminars. Die geef ik in de hele wereld, in China, Canada, de Verenigde Staten, Duitsland, België, noem maar op. Meestal aan topsportcoaches of opleidingen van sportuniversiteiten. Dan gaat het niet alleen om mensen uit de atletiek, maar uit allerlei takken van sport. Je kunt ook wel zeggen dat ik in vele keukens gekeken en gewerkt heb. Ik heb in het hockey met Roelant Oltmans gewerkt, heb bij de voetballers van Juventus gezeten, heb met schaatsers gewerkt, met de volleyballers destijds onder Toon Gerbrands. Als je de basis begrijpt, dan maakt dat allemaal niet zo veel uit."

"De grootste vijand van een sporter is de coach die niet weet wat een lichaam doet. Mede daardoor vallen er in Nederland verschrikkelijk veel talenten af"

“Ik moet zeggen: ik heb gelukkig altijd goede mensen om me heen gehad en op die seminars zie ik eigenlijk ook alleen gemotiveerde mensen voorbijkomen. Maar zo zit de moderne samenleving nauwelijks nog in elkaar, eigenlijk zijn we helemaal niet zo geïnteresseerd in elkaar. Ik ben één van de oprichters van NLcoach, vanuit de gedachte dat we met een collectief konden streven naar een betere positie voor coaches. Maar dat is nu wel heel erg verwaterd. In het blad van NLcoach viel te lezen dat van de vierhonderdduizend trainers in Nederland zo’n negentig procent niet is opgeleid. Hoe is dat in godsnaam mogelijk? Dat is toch schandalig! De grootste vijand van een sporter is de coach die niet weet wat een lichaam doet. Mede daardoor vallen er in Nederland verschrikkelijk veel talenten af. Slechts vierduizend mensen zijn ook maar lid van NLcoach. Dan heb je als belangenorganisatie toch geen bestaansrecht?"

XL13-5vragenaanHenkKraaijenhof-2"Kijk, ik erger me niet eens aan NLcoach. Maar wel aan mensen die weigeren lid te worden. Er staan te veel mensen langs de lijn te schreeuwen, terwijl ze geen flauw benul hebben. Zo kan het ook dat we in de sport steeds meer gevallen van een burn-out of overtraindheid tegenkomen. Kijk, bij de Grand Canyon maak je ook niet de mooiste foto door met je tenen op de rand van de afgrond te gaan staan. Je moet de sporter niet naar die rand duwen. Maar ja, hoe gaat dat? Coaches worden gedreven door angst dat de prestaties misschien gaan tegenvallen, door het idee dat ze misschien niet genoeg hebben gedaan en dat er aan hen getwijfeld wordt."

"Mijn mening is: train zoveel als nodig, niet zoveel als mogelijk. Als je met één keer per week trainen olympisch kampioen kunt worden, waarom zou je dan meer doen? De trend in Nederland is ook die van meer, meer, meer. We lezen over de zusjes Williams in het tennis, we lezen over Tiger Woods in golf. We hebben het idee dat we een achterstand moeten inlopen. Soms betekent de overstap naar een hogere jeugdcategorie opeens een dubbele belasting. Over zulke zaken wordt meestal niet goed nagedacht. Want waarom zou je dat doen als je nog steeds vooruitgaat?”

"We hebben in Nederland overal verschrikkelijk mooie topsportaccommodaties. Maar als ik ergens langs rij, dan zie ik dat er niks gebeurt"

4. Hoe staan we er in Nederland voor met onze topsportcultuur?
“We zijn enorm doorgeslagen in het overorganiseren van de dingen, met allerlei regeltjes en wetgeving. Je ziet ook overal een enorme overhead bij bonden, van heel veel overbodig personeel. Maar je moet je voorstellen: een tijdje geleden kreeg ik het verzoek van een atlete uit Bermuda, of ze hier een tijdje kon komen trainen. Ik dacht: geen enkel probleem. Je hebt hier in ’t Gooi in een straal van een paar kilometer vijf atletiekbanen liggen. Ik had niet eens een sleutel nodig, desnoods zou ik over het hek klimmen. Maar dacht je dat ik op één van die banen terecht kon? Welnee. Ik kreeg overal een ‘nee’, zonder een goed argument. Ik heb toen ook een mailtje naar een vereniging gestuurd. Met de vraag of ik überhaupt ergens terecht kon. Dat is nu twee jaar geleden. Ik wacht nog steeds op antwoord. We hebben in Nederland overal verschrikkelijk mooie topsportaccommodaties. Maar als ik ergens langs rij, dan zie ik dat er niks gebeurt. Waarschijnlijk omdat die accommodatie aan iemand toebehoort of aan een organisatie en die heeft daarvoor dan weer allerlei regeltjes in het leven geroepen. Zo gaan we met z’n allen kapot aan kleinzieligheid.”

XL13-5vragenaanHenkKraaijenhof-35. Je begeleidt nu Ronéll Rosier, de dochter van de vrouw met wie het voor jou in de topatletiek allemaal begon: Nelli Cooman. Hoe moeten we dat zien? De terugkeer van Henk Kraaijenhof in de topsport?
“Nee, joh, dit moet je echt als een hobbyproject. Dit doe ik omdat zij de dochter van Nelli is. Na al die jaren heb ik nog steeds een bijzondere band met Nelli. We zien elkaar geregeld, we hebben een paar keer maand contact. Heel mooi dat uit onze samenwerking zo’n sterke band is overgebleven. Dat is altijd zo gebleven en dat contact is nu natuurlijk weer wat sterker geworden, omdat ik haar dochter nu als sprinter begeleid. Ik kende Ronéll amper, had haar alleen vroeger wel eens zien meedoen aan sprintwedstrijdjes voor de Nelli Cooman Games in Stadskanaal. Geweldig om te zien, hoe die kinderen dan in een startblok zitten met de kont omhoog en ondertussen het hoofd opzij draaien naar de starter. Ik moest destijds ook wel lachen. Ronéll rende het stuk na de finish terug harder dan de sprint zelf."

"Ik liet haar op de parkeerplaats van het autobedrijf naast ons een stukje lopen. Ik zei: ‘Dit is een meter of twintig, laat maar zien wat je hebt.’ Je kon, bij wijze spreken, de geur van verbrand rubber ruiken"

XL13-5vragenaanHenkKraaijenhof-4“Nelli heeft het sprinten van haar dochter altijd een beetje tegengehouden, omdat ze eigenlijk niet wilde dat zij dezelfde weg zou bewandelen. Ronéll heeft ook aan andere sporten zoals hockey gedaan. Maar op een gegeven moment gaf ze zelf heel goed aan wat ze wilde en dat was het moment, vorig jaar zomer, dat Nelli mij belde. Of ik eens wilde kijken of haar dochter sprinttalent heeft, was de vraag."

"Prachtig was dat. Ze kwam hier, bij ons bedrijf in Laren. Ik liet haar op de parkeerplaats van het autobedrijf naast ons een stukje lopen. Ik zei: ‘Dit is een meter of twintig, laat maar zien wat je hebt.’ Je kon, bij wijze spreken, de geur van verbrand rubber ruiken. Dus heeft ze talent? Dan zeg ik: 'ja'. Maar het is allemaal nog heel pril, ze heeft pas een paar wedstrijdjes gelopen. Ze is nu in de fase dat ze traint om te trainen. Ze is net achttien geworden, ze doet examen vwo, ze wil graag medicijnen studeren. Het is nog onduidelijk of het straks allemaal goed te combineren is met haar opleiding." 

"Maar ze wil wel heel graag en ik vind dit wel heel mooi, om te zien en ook als project waarbij ik weer nieuwe zaken met een sporter kan testen. Zo gebruik ik een soort vest met allerlei sensoren om de spierenactiviteit tijdens het sporten te meten. En ook de lila  KAATSU banden waarmee je de bloedtoevoer kunt reguleren, om zo op een heel effectieve manier met een lage belasting krachttraining te doen. En ik heb een pak voor weerstandstraining, met allerlei gewichtjes, van de Canadese bewegingswetenschapper Joe Dolcetti, die in Maleisië aan het nationale sportinstituut werkt."

"Dafne werkt twintig, dertig uur per week met een biomechanicus aan haar start. Maar die start is nog steeds niet goed"

“Weet je, ik krijg nog heel veel verzoeken om mensen te begeleiden, uit de hele wereld. Ik doe dit, met Ronéll, omdat zij de dochter van Nelli is. Dat maakt het anders. Eigenlijk heb ik destijds - na de Spelen van 2004 in Athene - besloten het stokje over te geven aan een nieuwe generatie trainers. Tsja. Dat stemt me dan wel een beetje treurig, om te zien dat er nauwelijks opvolging is. We hebben Dafne Schippers, als die ene topper. Ze heeft na Bart Bennema haar heil bij de Amerikaan Rana Reider gezocht en de verhalen zijn dat er vooral keihard wordt getraind. Zo werkt ze ook twintig, dertig uur per week met een biomechanicus aan haar start. Maar die start is nog steeds niet goed en je kunt je ook wel afvragen of meer uren maken altijd beter is. Ik ben daar zelf helemaal niet zo’n voorstander van. Het kan zomaar zijn dat iemand met minder uren en slimmere programma’s nog steeds progressie boekt. Dan heeft het dus helemaal geen zin om de belasting op te schroeven.”

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst