Skip Navigation LinksHome-Nieuws-5 vragen aan...-Item

5 vragen aan Marieke van der Plas, de nieuwe directeur van de KNGU 19 december 2017

Marieke van der Plas (40) troont onmiddellijk bij binnenkomst de bezoeker mee. Op het bondskantoor van de Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Unie (KNGU) in de bossen bij Beekbergen laat ze trots drie speciaal ingerichte kamers zien. Ze zijn voor Jill, Marleen en Alexander en dat zijn niet zomaar namen, maar staan voor de doelgroepen die de turnbond met een ommezwaai naar marktgericht denken zo goed mogelijk wil bedienen en bereiken. Sinds 1 september dit jaar geeft Van der Plas daar als nieuwe directeur sturing aan, na een zevenjarig dienstverband bij het CAOP en daarvoor een eigen onderneming met het Startbureau te hebben gehad. Na een reorganisatie, het wegwerken van een groot financieel tekort en een strategische heroverweging onder interim-directeur Henk Dekkers is het aan haar om bij de KNGU de transformatie naar een moderne sportorganisatie te voltooien.

door: Marc Hoeben | 19 december 2017

1. Wie is Marieke van der Plas? Hoe zou je jezelf willen typeren?
“Ik kom oorspronkelijk uit Katwijk, dat is dan het eerste dat in me opkomt. Dat is natuurlijk ook het dorp van ex-voetballer Dirk Kuyt, die we allemaal wel kennen. Ik ken hem niet persoonlijk, hoor. Zoals hij op het veld altijd heel hard werkte, dat geeft wel een goed beeld van de Katwijkers en daar heb ik wel wat van meegekregen. Wat je in Katwijk ook wel had: volwassenen schreven er óver jongeren. Maar ze schreven nooit mét jongeren. Dat heeft mij al op jeugdige leeftijd getriggerd en later ben ik - denk ik - niets voor niets pedagogische wetenschappen gaan studeren." 

MariekeVanderPlas-1 copy"Vanaf mijn vijftiende zat ik in allerlei bestuursfuncties, ik ging ook naar raadszittingen over jeugdbeleid. Ik wilde meepraten, ik dacht het beter en mooier kon. Zo’n houding kan zich vertalen in zeuren. Maar bij mij wakkerde het juist ondernemerschap aan. Ik wilde initiatieven ontwikkelen. Zo ben ik later ook met het Startbureau een eigen onderneming op Curaçao begonnen en die houding was ook wel terug te vinden bij het CAOP, dat een neutrale rol speelt bij conflicten tussen werkgevers en werknemers en dan vooral in overheid, onderwijs, zorg, sport en cultuur." 

"Bij overheid en onderwijs is toch heel veel sterk gereguleerd vanuit de overheid. Dat vond ik niet zo spannend. Daarom dat ik binnen het managementteam meer te maken had met zorg, sport en cultuur. Daar ging het meer over marktwerking, bijvoorbeeld hoe je zaken gefinancierd moest krijgen. Dat is heel leerzaam geweest. Ik moest op meer borden kunnen schaken, we moesten de buitenwereld naar binnen brengen.”

2. Waarom maakte je de stap naar de KNGU?
“Het werk hier is actiegericht en het is op het publiek gericht. Dat trekt mij aan. Ik vind het leuk om te kijken of ik dingen kan veranderen, één van de drijfveren is om te kijken of deze bond mee kan gaan in de tijd. Zulke processen heb ik al eerder mogen begeleiden in mijn vorige werk. Dat ik nu bij de KNGU ben uitgekomen, is geen toeval. Dat heeft in zijn algemeenheid met een passie voor sport te maken. En ja, ik heb vroeger, tot ik op m’n twaalfde uit de ringen viel, geturnd. Zoals ik ook heb getennist en de laatste jaren heel fanatiek ben met wielrennen." 

"Ha, de lenigheid van het turnen ben ik inmiddels wel kwijt. Komt misschien ook door het fietsen. Ik heb in 2015 heel hard getraind en uiteindelijk de Tour de France voor amateurs gereden. Heel gaaf om te doen. Toen is er ook wel iets in me wakker geworden. Ik zei destijds al tegen mijn partner dat het me mooi leek om ooit nog in de sport te werken. Vervolgens kwam het moment dat ik afscheid wilde nemen van het CAOP. Precies na zeven jaar, zoals ik altijd had gezegd. Zo zit ik nu eenmaal in elkaar. Ik heb daar met mijn werkgever een open gesprek in gehad en ben me in 2016 gaan verdiepen in de volgende stap. Ik kwam hierop uit." 

"De functie van directeur bij een sportbond is wel wat ingewikkeld, dat weet ik ook wel. Maar mensen maken het ook té ingewikkeld"

"Dat was wel weer een merkwaardig moment. Verschillende mensen probeerden me te ontmoedigen. Sport was emotie, het was voor mannen, het was niet visiegericht. Al zulke argumenten om het niet te doen kwamen voorbij. Maar ik dacht juist: er is blijkbaar nog genoeg te doen. De functie van directeur bij een sportbond is wel wat ingewikkeld, dat weet ik ook wel. Maar mensen maken het ook té ingewikkeld. We zoeken bij de KNGU nu nog naar een technisch directeur, als opvolger van Hans Gootjes. Dan komt dat ook naar voren, dat het wordt gezien als een moeilijke baan. Maar Gootjes heeft prima werk afgeleverd en de coaches en sporters binnen de topsport echt op één lijn weten te krijgen.”

3. De KNGU heeft ook een roerige tijd achter de rug. Het gedoe met Yuri van Gelder bij de Spelen van Rio en een (dreigend) begrotingstekort van 1,3 miljoen euro. Het is allemaal niet niks. Weet je wel goed waar je aan bent begonnen?
“We hebben niet alleen Yuri, we hebben ook Epke Zonderland. Dat zijn misschien twee uitersten, maar ze hebben ook allebei hun eigen publiek. Hoe je daarmee omgaat, dat is heel iets anders dan hoe je als organisatie functioneert. De KNGU was bijna failliet, zo serieus was het wel. Dat gaat veel meer om good governance, om een bond van 300.000 (sportende) leden, achtduizend vrijwilligers en zo’n duizend clubs, waarbij wij moeten laten zien wat onze toegevoegde waarde is." 

MariekeVanderPlas2 copy"Ik heb me zeker gerealiseerd waar ik instapte. Bij een bond ligt de democratie misschien wat ingewikkelder. Maar we hebben geen onmogelijke taak en deze bond is ook veranderd. De KNGU zat in zwaar weer, het is gekomen tot een contributieverhoging van 4,50 euro op een bondsafdracht per individueel lid van 15-20 euro, om uit de problemen te komen. Daarover klaagden niet eens zozeer de sporters, als wel de bestuurders die het moesten uitleggen. Toen werd de discussie zelfs: waarom betalen we überhaupt contributie aan de bond?" 

"Henk Dekkers (als interim-directeur de voorganger van Marieke van der Plas, red.) heeft dat aangegrepen, en dat heeft hij heel goed gedaan, om niet alleen te reorganiseren maar ook om te kijken naar de strategie. Eerst is toen die strategie bepaald. We hebben gekeken wie onze ‘klantgroepen’ waren. Dat zijn de bestuurders, de sporters, de trainers en coaches, de jury en vrijwilligers en de ouders en fans. We hebben geïnventariseerd wat de behoeftes waren van die verschillende groepen en vervolgens zijn we gaan kijken naar het huidige aanbod en wat er beter kon en wat vernieuwd kon worden. Zo kon het dat we mensen hebben moeten laten gaan, maar ook dat we nieuwe mensen, zoals een kennisadviseur, in dienst hebben genomen. We zijn gaan werken aan een toekomstgericht model, na eerst de dienstverlening op orde te hebben gebracht.”

"Het mooiste vind ik wel om met de sporters te praten en te vragen wat hen beweegt"

4. Welke opdracht heb je van het bestuur meegekregen?
“Het is de bedoeling dat we de komende tijd veel investeren in het versterken van de relatie met de leden. De laatste twee jaar hebben we dat door die hele reorganisatie wat verwaarloosd. Ik ben nu de eerste maanden van mijn dienstverband overal bij clubs in het land op bezoek geweest. Ik kan ze natuurlijk niet alle duizend bezoeken, maar ik ben wel een eind op weg. Zeker als het gaat om de verschillende type clubs. Het mooiste vind ik wel om met de sporters te praten en te vragen wat hen beweegt." 

"Aan de andere kant ben ik bezig met het organisatiemodel, in het kader van het vraaggericht werken voor doelgroepen. Daarvoor zijn we omgeschakeld naar een matrixorganisatie. We hebben geen klassiek managementteam meer, maar afdelingsoverstijgende projectgroepen en een strategieteam. We zijn inmiddels daarin een half jaar verder. Mensen moeten meer hun eigen opdrachten regisseren. Dat is niet altijd even makkelijk, we hebben het een en ander moeten bijsturen en we zijn er nog niet." 

MariekeVanderPlas-3"Toch is het knap zoals het laatste halfjaar van alles hier is veranderd, terwijl het werk allemaal doorliep. Het is mijn uitdaging om het behapbaar te houden voor de medewerkers en ik hoop nu dat het echt ergens toe leidt en dat we - meer - vertrouwen krijgen van de leden en de bondsraad. De KNGU bestaat in 2018 maar liefst 150 jaar. Ook door die 150 jaar was het een traditionele organisatie, inmiddels zitten we nu midden in een transitie.”

5. Waar moet de KNGU over pakweg vijf of zes jaar staan en hoe moet de toekomst er dan uitzien?
“Nou, het leuke is dat we bijvoorbeeld hebben meegedaan aan het ontwikkel- en innovatiefonds van NOC*NSF. Dat is een potje vanuit de sportbonden waarbij een jury ideeën beoordeelt. Tot 1 december liep die aanvraag, waarbij één idee van ons is gehonoreerd. Dat gaat om het doorontwikkelen van het Nijntje-beweegprogramma voor kinderen van twee tot zes jaar. Ze volgen dan in tien weken een breed motorisch programma en halen dan het Nijntje-diploma. We hebben gekeken hoe je daarna verder kunt gaan en daarvoor willen we bijvoorbeeld een app ontwikkelen, zodat ouders zelf met hun kinderen daarop kunnen voortborduren. Het mooi is dat je gymnastiek, juist omdat het zo breed is, als basis kunt zien voor tal van andere sporten en bewegingsvormen."

"We moeten kijken of we een ander aanbod kunnen creëren en we zullen ook de kansen van multisport moeten onderzoeken"

“Natuurlijk zijn we bezig met de toekomst. We zullen veel meer mee moeten in nieuwe ontwikkelingen wat betreft techniek en individualisering. Ons ledenaantal blijft relatief stabiel en we hebben nog steeds een hoge instroom, maar hoe houden we dat vast en zorgen we dat niet al te veel leden de sport verlaten. Dat speelt op de achtergrond mee, we moeten kijken of we een ander aanbod kunnen creëren en we zullen ook de kansen van multisport moeten onderzoeken. De wedstrijdsport turnen is heel smal, maar gymnastiek als bewegingsvorm juist niet. Je ziet nu al dat veel clubs verbinding zoeken met andere clubs en andere sporten, als free running en dans. Het is de taak van de KNGU om hen daarbij te ondersteunen en ondertussen kunnen we misschien ook nadenken over een differentiatie in het contributiemodel. Maar die slag hebben we nog niet helemaal gemaakt en je moet er ook echt goed over nadenken, omdat je dan wel het solidariteitsprincipe loslaat met risico’s voor de infrastructuur en kennis van de sport.”

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst