Skip Navigation LinksHome-Nieuws-5 vragen aan...-Item

5 vragen aan Anton Binnenmars, ex-bondsdirecteur (KNVB en KNHS) 18 juli 2017

Anton Binnenmars werkte veertien jaar bij de KNVB, waar hij in 2013 afscheid nam als Directeur Amateurvoetbal. Na negen maanden bij de WOS (Werkgevers in de Sport) ging hij tweeënhalf jaar geleden aan de slag als Directeur (Breedte)sport bij de Koninklijke Nederlandse Hippische Federatie KNHS. Daar is hij per 1 juli jongstleden vertrokken om samen met een aantal partners een eigen bedrijf op te zetten: Return on Projects. “Een positieve keuze”, zo vertelt hij zelf. Hoewel Binnenmars afscheid neemt van de sportwereld, blijft hij zich zowel in vrijwilligersfuncties als in zijn nieuwe werk intensief bezighouden met de plek van sport in de maatschappij. “De sportwereld is nog niet van mij af”, lacht hij. Tussen de sportende kinderen op Stadslandgoed De Kemphaan in Almere vertelt Binnenmars wat hem drijft, hoe hij aankijkt tegen de Nederlandse sportwereld en wat hij met Return on Projects wil bereiken.

door: Leo Aquina | 18 juli 2017

1. Je vertrekt na twee jaar als directeur Sport bij de KNHS. Wat is het belangrijkste dat je hebt bereikt?
“Toen ik net een maand bij de bond was, viel mij iets op. Tijdens een interne presentatie heb ik dat ook naar voren gebracht. Ik was verantwoordelijk voor paardrijden, in wedstrijdverband en ook recreatief, maar het heette geen paardrijden. Als ik met een tennisracket naar buiten stap, zegt iedereen dat ik ga tennissen en als ik met een voetbal naar buiten stap, zegt iedereen dat ik ga voetballen, maar als ik met een paard de stal uitloop, ga ik dressuur doen, voltige of mennen… Niemand zegt dat ik ga paardrijden.”

“En toch, wat iedereen binnen de KNHS bindt, is paardrijden. Daar heb ik op ingezet. We hebben het domein paardrijden.nl gekocht. De KNHS heeft zich jarenlang alleen gericht op de wedstrijdsport, het manege-rijden hing er een beetje bij. Bij veel andere sporten zou zo’n houding funest zijn. Als je niet meedeed aan de wedstrijdsport telde je eigenlijk niet mee.”

"Paardrijden heeft een groot aantal zaken in zich: leiderschap, discipline, delegeren. Dat is allemaal belangrijk in de ontwikkeling van jonge mensen"

“Bij mijn komst hebben we een programma gedraaid geheten 'inzicht en overzicht'. Waar zitten onze leden? Wat doen ze allemaal? Daar moet je als bond inzicht in hebben. We hebben een young leaders programma opgezet. Dat idee lag er al. Jonge mensen krijgen een programma aangeboden om zich te ontwikkelen tot de verenigingsleiders van de toekomst. Paardrijden heeft een groot aantal zaken in zich: leiderschap, discipline, delegeren. Dat is allemaal belangrijk in de ontwikkeling van jonge mensen.”

“We zijn de afgelopen twee jaar ook gestart met de paardenacademie. We concludeerden dat de bestaande opleidingen voor instructeurs niet meer voldeden, het was te versnipperd. Samen met de Aeres Groep, KWPN (Koninklijk Warmbloed Paardenstamboek Nederland, red.) en FNRS (Federatie van Nederlandse Ruitersportcentra, red.) hebben we een paardenacademie neergezet, één loket met een eigen website, waar je op mbo- en hbo-niveau meer kan leren over paardrijden. De paardenacademie voldoet aan drie criteria: praktijkgerichtheid, klantgerichtheid en sectorgerichtheid. Bestaande opleidingen kunnen zich aanmelden om mee te doen met het keurmerk. Dat biedt ook voor die opleidingen toegevoegde waarde.”

"Waar worden besluiten genomen en gebeurt dat altijd aan de juiste tafel? Dat hadden we niet altijd goed voor elkaar en het was mijn taak om dat te regisseren"

“Natuurlijk zijn er ook dingen niet gelukt. Ik vind dat we er de afgelopen twee jaar onvoldoende in zijn geslaagd een versnelling aan te brengen om meer mensen te laten paardrijden. Dat heeft deels te maken met bestuurlijke inefficiëntie. Waar worden besluiten genomen en gebeurt dat altijd aan de juiste tafel? Dat hadden we niet altijd goed voor elkaar en het was mijn taak om dat te regisseren. Aan de andere kant is het misschien ook een kwestie van ongeduld. Misschien hebben de maatregelen iets meer tijd nodig, maar het is complexe materie. Als er één makkelijke oplossing was om meer mensen aan het paardrijden te krijgen, had ik het natuurlijk wel gedaan.”

2. Voordat je bij de KNHS aan de slag ging, was je lang werkzaam bij de KNVB. Wat is er zo leuk aan werken bij een sportbond en waarom ben je destijds bij de voetbalbond vertrokken?
“Het is geweldig om bij een sportbond te werken. Ik ben in 1999 begonnen bij de KNVB, vlak voor Euro2000. Je viert alle grote successen mee, je werkt in een organisatie waar mensen, vaak vrijwilligers, met hun passie bezig zijn. Toen ik bij de KNVB kwam was vrouwenvoetbal nog klein. Ik heb daar een lans voor gebroken. Toen ik in de jaren zeventig begon met voetballen, was er bij ons op de club één meisjesteam. De meisjes kwamen van heinde en verre om daar te kunnen voetballen. Het vrouwenvoetbal werd met argusogen bekeken. Maar ik heb het bij de KNVB altijd enorm belangrijk gevonden. Je krijgt in de voetbalkantine een andere samenstelling. Er komt een meer familiaire sfeer en dat is goed voor het evenwicht. Ik kijk dan ook met enorm veel voldoening naar het EK voor vrouwen dit jaar in eigen land. Op uitnodiging van de KNVB was ik bij de openingswedstrijd. Ik heb er enorm van genoten, het was een soort reünie. In 2000 hadden we echt niet kunnen bedenken wat voor vlucht het vrouwenvoetbal zou nemen.”

“Hoewel ik na een verschil van inzicht bij de KNVB ben vertrokken, kijk ik met veel voldoening terug op die periode. Ik verschilde met het bestuur van mening over het tempo en de fasering van de transitie waar de bond voor stond. Ik had kort daarvoor mijn aanpak gepresenteerd hoe we het amateurvoetbal moesten klaarmaken voor de toekomst. Daar had ik aan de voorkant voor getekend en als het bestuur het dan anders wil, sta je voor de keuze. Ik hield vast aan mijn manier en dat ging niet samen. We zijn inmiddels alweer veel verder. Ik wil wegblijven van een oordeel over de veranderingen die de afgelopen jaren zijn ingezet. Die nieuwe jeugdindeling heeft zijn oorsprong al veel langer geleden. Er zijn veel goede argumenten om het te doen, maar je moet bij een grote organisatie als de KNVB wel altijd zorgen dat je voldoende draagvlak hebt.”

"Ik heb mijn hele leven gevoetbald, maar ik ben van huis uit geen paardrijder. Ik beheers die taal minder en dan blijf je altijd min of meer een relatieve buitenstaander"

3. KNHS-directeur Rens Plandsoen prijst jou uitvoerig in een LinkedIn-bericht. Ze vertelt daarin ook dat ze jou wel eens de vraag heeft gesteld: 'waar word je echt blij van?' Wat is daarop het antwoord?
“Ik word echt blij als ik mijn kwaliteit zo volledig mogelijk tot zijn recht kan laten komen. Dat was een verschil tussen mijn werk bij de KNVB en de KNHS. Bij de voetbalbond kwamen mijn kwaliteiten beter tot hun recht, maar het is moeilijk om dat exact te duiden. Het heeft er ook mee te maken dat iedere wereld zijn eigen taal heeft. De voetbaltaal is mij eigen. Ik heb mijn hele leven gevoetbald, maar ik ben van huis uit geen paardrijder. Ik beheers die taal minder en dan blijf je altijd min of meer een relatieve buitenstaander." 

"Toen ze mij aantrokken, waren ze bewust op zoek naar de frisse blik van een buitenstaander en ik denk ook wel dat het gewerkt heeft. Voor mijzelf was het alleen prettiger geweest als ik minder buitenstaander was geweest. Dat is echter niet de reden van mijn vertrek. Het is een positieve keuze geweest voor iets nieuws. Ik ben met een aantal partners een eigen onderneming begonnen: Return on Projects. We ondersteunen onze klanten actief bij het effectief opzetten, managen en het versnellen van hun kritieke bedrijfstransformaties. We zien onszelf als een accelerator die intervenieert en adviseert hoe de klant haar transformatie beter kan doorvoeren. Omdat onze dienstverlening sectoronafhankelijk is, zie ik mogelijkheden op de markt van duurzaamheid, sport, gezondheid, onderwijs en cultuur. Op al die vlakken heb ik activiteiten, ofwel vrijwillig, ofwel in mijn werkzame leven.”

“Terug naar mijn passie. Wat centraal staat in mijn leven: meedoen en erbij horen. Ik wilde tijdens mijn schooltijd altijd sportleraar worden, maar op het laatste moment heb ik me bedacht. Ik was op het sportveld altijd enorm gemotiveerd en ik zag opeens een klas voor me met veel kinderen die niet gemotiveerd waren. Dat zag ik mezelf niet jarenlang volhouden. Toen ben ik HBO personeelswerk gaan doen, ook hier weer stond centraal: meedoen en erbij horen. Na mijn opleiding ben ik in de zorg beland en vanuit de zorg toch weer in de sport. Zelf sporten geeft me enorm veel voldoening, zowel fysiek als mentaal. Het is net als muziek. Ik heb ook jarenlang in een band gespeeld. In sport en muziek komen zoveel dingen samen, en opnieuw draait het om meedoen en erbij horen.”

"Wat wil je als sportbond? Moet je proberen die veelbesproken ongeorganiseerde sporter aan je te binden, of juist niet?"

4. Veel sportbonden hebben het moeilijk. Ze kampen met ledenverlies en ze slagen er niet altijd in om alle actieve sporters binnen hun eigen sport aan zich te binden. Hoe moeten bonden daar volgens jou mee omgaan?
“De sport in Nederland is een broedplaats voor de jeugd om mee te doen in de maatschappij. Daarom is werken bij een sportbond zo mooi. De georganiseerde sport moet zich wel een aantal vragen stellen. Hoe lang ga je nog op deze manier door? Wat wil je als sportbond? Moet je proberen die veelbesproken ongeorganiseerde sporter aan je te binden, of juist niet? Ik vind dat een legitieme vraag en het kan ook een legitiem antwoord zijn om te zeggen dat je kiest voor een kleine organisatie die zich specifiek richt op de wedstrijdsport.”

“Toch vind ik het een logische keuze voor met name de grote bonden om zich wel op die ongebonden sporter te richten. Het landschap voor de bonden is veranderd. Mensen willen van alles tegelijk, voetbal, paardrijden, noem maar op. De sportbond is in dat netwerk een organisatie die wat aanbiedt, waar mensen al dan niet gebruik van kunnen maken. Ik geloof daarom sterk in de omnisport-vereniging. Mensen komen daar voor verschillende activiteiten. Dochter rijdt paard en vader stapt ondertussen voor een uurtje op de mountainbike of hij gaat een stukje hardlopen.”

"Stel nou dat de gymnastiekbond toen de fitnessbranche opkwam, had gezegd: wij willen wel samenwerken. Dan was de gymnastiekbond een andere bond geworden"

“Voor sportbonden is het ook logisch om meer samen te werken, maar het is lastig want bij samenwerking moet je loslaten, een deel van je eigen autonomie opgeven. Toch is het sterk van organisaties als ze daartoe in staat zijn. Stel nou dat de gymnastiekbond jaren geleden, toen de fitnessbranche opkwam, had gezegd: wij willen wel samenwerken. Dan was de gymnastiekbond een andere bond geworden. Ik kan me ook nog herinneren dat de eerste commerciële voetbalscholen opkwamen. Vanuit de voetbalbond werd dat gezien als concurrentie, maar ik zag dat anders. Dat waren partijen die ook iets wilden met voetbal. Dan moet je kijken hoe je samen de waarde voor de voetballiefhebber kan vergroten. Ik ben waarde-gedreven.”

5. Je gaat aan de slag met Return on Projects. Wat gaan jullie precies doen? 
“Ik ga samenwerken met een aantal mensen uit mijn verleden. We hebben elkaar altijd getroffen in ons werkzame leven. We werden altijd gedreven door verbetering, iets toevoegen aan een organisatie. Ooit hebben we elkaar beloofd: als we later groot zijn, komt er een moment dat we dat voor onszelf gaan doen. Dat moment is nu aangebroken. Er is niets mis mee om onderdeel te zijn van een grotere organisatie, maar kunnen wij het ook vanuit onze eigen onderneming?”

“Ik heb altijd een GRAAL in mijn hoofd, dat staat voor Geven, Respons, Aandacht, Attentiewaarde, en Liefde. Dat moet je meenemen bij alles wat je doet. Binnen onze club hebben we verschillende kwaliteiten. Mijn kernactiviteit is strategie. Ik kan goed analyseren en strategie bepalen. Wat willen we bereiken en hoe doen we dat? Hoe ziet de organisatievorm eruit en heb je alle assets en de slagkracht in huis om te bereiken wat je wil? Daarnaast hebben we mensen in huis die gespecialiseerd zijn in de financiële kant, de economische kant, de bestuurlijke- en strategische kant, de verandermanagement kant en mens en gedrag. Dat laatste, de menselijke kant, dat is onze kracht. In deze tijd van ongekend veel communicatiemiddelen blijft het contact van mens tot mens het belangrijkste.”

"Ik heb bij de KNVB wel eens gezegd: we lopen een brug over terwijl we hem nog aan het bouwen zijn"

“Wat voor projecten we doen? De verscheidenheid is groot. Een voorbeeld: we hebben onlangs een opdracht binnen gekregen van een provincie die een programma wil opzetten en uitvoeren op het gebied van duurzaamheid. Hoe zorg je dat gemeenten duurzaamheid als speerpunt zien, en hoe krijg je draagvlak binnen bedrijven. Uiteindelijk wil je dat iedereen aanhaakt op energie en klimaat. Wij maken dan een korte analyse om te bepalen waar ze nu staan en wat de gewenste situatie is. Vervolgens bedenken we een interventiestrategie en blijven we nauw betrokken bij de uitvoering en bijsturing hiervan.”

“Met mijn achtergrond in de sportwereld, gaan we waarschijnlijk ook werken voor partijen uit die sector. We zijn op dit moment ook in gesprek met een partij over een project om sport te verbinden met de samenleving. Bij de KNVB en later ook bij de WOS en de KNHS heb ik altijd te maken gehad met veel verschillende partijen die van alles willen en vaak niet allemaal hetzelfde op hetzelfde moment. Hoe zorg je dan voor draagvlak, hoe zorg je dat je de tegenstellingen overbrugt. Ik heb bij de KNVB wel eens gezegd: we lopen een brug over terwijl we hem nog aan het bouwen zijn. Dat doen we met Return on Projects ook.”

« terug

Reacties: 1

Bernard Fransen
18-07-2017

Met interesse gelezen Anton en mooi om te zien deze persoonlijke ontwikkeling, gebaseerd op unieke ervaring! Wens je heel veel succes en dat zal zeker goed komen!!

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst