Skip Navigation LinksHome-Nieuws-5 vragen aan...-Item

5 vragen aan Foppe de Haan, assistent-coach van de Oranje Leeuwinnen 4 juli 2017

Foppe de Haan (74) heeft een rijke carrière als hoofdtrainer in het betaalde voetbal achter de rug. SC Heerenveen ontwikkelde zich met De Haan aan het roer tussen 1992 en 2004 van Eerste Divisionist tot stabiele subtopper in de Eredivisie. In 2000 eindigden de Friezen zelfs op de tweede plaats en plaatsten zich voor de Champions League. Onder bondscoach De Haan werd Jong Oranje in 2006 en 2007 Europees Kampioen. Nadien werkte de Fries bij Ajax Cape Town in Zuid-Afrika en was hij bondscoach van Tuvalu. Op dit moment bereidt hij zich met de Oranje Leeuwinnen voor op het EK in eigen land. “Mijn laatste kunstje”, zegt De Haan daar zelf over. Sport Knowhow XL sprak de onvermoeibare trainer op de KNVB sportcampus in Zeist over het komende EK, het vrouwenvoetbal en mannenvoetbal én de KNVB. 

door: Leo Aquina | 4 juli 2017

1. U bent met de Oranje Leeuwinnen in voorbereiding op het EK in eigen land. Hoe staan de dames ervoor en wat zijn de grootste verschillen tussen mannen- en vrouwenvoetbal?
“De dames hebben enorm veel vooruitgang geboekt. Het voetbal wordt beter, het samenspel wordt beter en ze hebben dit jaar een paar goede resultaten neergezet. In Europa horen we bij de beste zes landen en wereldwijd bij de beste tien. We kunnen een goed resultaat boeken, maar het wordt hoe dan ook pittig. We moeten eigenlijk de poule winnen, want anders komen we in de tweede ronde meteen Duitsland tegen. ‘Als je kampioen wil worden, moet je van iedereen winnen’, zei Johan Cruijff. Daar had hij wel gelijk in, maar het moet ook een beetje meezitten.”

“Natuurlijk is er verschil tussen mannen en vrouwen. Bij vrouwen wordt meer overlegd, mannen zijn directer en zakelijker. Jongens worden al op jonge leeftijd door hun omgeving en zaakwaarnemers behandeld op een niveau waar ze nog helemaal niet aan toe zijn. Daar gaan ze zich ook naar gedragen. Die jongens zijn allemaal heel erg verwend en dat is een groot probleem. Bij de meisjes is dat totaal anders. Ze zijn veel opener, leergierig en ze nemen niet die enorme ballast mee.”

"Zo gauw ze de bal hadden ging de kop naar beneden, dan was het rennen en maar zien waar je uitkomt"

“Er is natuurlijk ook een fysiek verschil. Het tempo is lager en het aantal overtredingen is nog niet de helft van wat je bij de mannen ziet. De vrouwen accepteren ook meer van de scheidsrechter. Je hebt niet voortdurend van die opstootjes. In dat opzicht is vrouwenvoetbal een veel schonere sport. In trainingen moet je wel rekening houden met het verschil in belastbaarheid. Je ziet ook in bijvoorbeeld korfbal en handbal veel kruisbandblessures bij dames. Daarom moet je goed doseren in de trainingen, stabiliteit en balans zijn enorm belangrijk.” 

“Voetbal blijft voetbal, maar in tactisch opzicht lopen de vrouwen achter. Inmiddels spelen deze dames bijna allemaal op niveau bij buitenlandse clubs, maar in de jeugd hebben ze over het algemeen matige trainers gehad. Dat betekent veel uitleggen, maar ze willen graag en ze doen ook veel met de aanwijzingen. Het leervermogen is hoog, maar je moet het niet vergelijken met mannenvoetbal. Je moet er anders naar kijken, dat heb ik zelf ook moeten leren. Dat begon eigenlijk al toen ik bij Ajax Cape Town ging werken. Dat was ook een ander niveau: kop over de bal en rennen. Dat deden deze meisjes ook: zo gauw ze de bal hadden ging de kop naar beneden, dan was het rennen en maar zien waar je uitkomt. Het was eigenlijk pleintjesvoetbal. Toen ik net instapte, werd ik er wel eens moe van. Hou toch op met dat rennen en zoek eens een een-twee.”

"Het zijn de voetbalprofessionals die niet in staat zijn om hun rugzak van het mannenvoetbal af te doen en er open naar te kijken"

“Maar er is al veel veranderd en de manier waarop vrouwenvoetbal op televisie door sommigen nogal eens wordt afgeschilderd, is gebaseerd op een wereld vol vooroordelen. Als ik het aan mijn buren vraag, dan vinden ze het hartstikke leuk: frisse meiden, weinig overtredingen, leuk spel. Het zijn de voetbalprofessionals die niet in staat zijn om hun rugzak van het mannenvoetbal af te doen en er open naar te kijken. Maar dat doen we bij vrouwenvolleybal en tennis toch ook? Het is een ander spel.” 

2. U was met pensioen, maar nu staat u toch weer op het veld. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Maar eigenlijk bent u altijd hoofdcoach geweest en nu bent u assistent. Is het niet wennen in zo’n andere rol?
“Ik was inderdaad met pensioen, maar toen Arjen van der Laan (toenmalig bondcoach, red.) mij vroeg als adviseur, vond ik dat een leuke uitdaging. Ik ben toch een beetje een onderwijzer en ik vind het leuk om de kennis die ik heb over te dragen. Ik kende Arjen nog uit het voetbal en ik vond het mooi werk. Toen werd Arjen eruit gewipt en dat veranderde de situatie. Ik heb met Sarina (Wiegman, de nieuwe bondscoach, red) om de tafel gezeten. Zij wilde mij er graag bij houden, maar dan ook echt als lid van de technische staf. Dat heb ik gedaan, maar ik heb me er wel een beetje op verkeken. Het kost meer tijd en dat was een afspraak die ik eigenlijk niet met mijzelf en met mijn vrouw had gemaakt. Maar goed, ik heb 'ja' gezegd en dan moet je ook niet zeuren. Ik vind het hartstikke leuk om te doen en je bent nooit te oud om te leren.”

“Ik heb wel moeten wennen aan de rol van assistent. Ik ben natuurlijk veertig jaar lang hoofdcoach geweest en nu sta ik aan de zijlijn. Dat ik de eindverantwoordelijkheid niet meer draag, vind ik niet zo erg, dan heb je het gezeur ook niet, maar ik heb wel af en toe op het veld gestaan en dan dacht ik: dat kan veel beter. Dat heb ik dan ook maar eerlijk gezegd. Ik kijk ernaar, ik doe mee en als ik wat vind, zeg ik het.”

"Ik praat met iedereen en train soms een apart groepje. Eigenlijk ben ik een soort praatpaal voor iedereen"

“De rolverdeling is duidelijk. Er is één hoofdcoach en twee assistenten. Of eigenlijk drie want de keeperstrainer is ook een assistent. De hoofdcoach is eindverantwoordelijk voor de opstelling, zij bepaalt de grote lijn van traingingen in samenspraak met de fysieke trainer. Verder is Arjan Veurink er om de tegenstanders te analyseren. En ik loop ook op het trainingsveld. Ik praat met iedereen en train soms een apart groepje. Eigenlijk ben ik een soort praatpaal voor iedereen.” 

3. U zegt: ‘een mens is nooit te oud om te leren’. Wat heeft u in uw huidige functie geleerd?
“Bij deze groep is de arbeid-rust-verhouding enorm belangrijk. Dat was bij de jongens ook wel zo, maar hier is het toch meer balanceren op de rand. Voor mijzelf heb ik vooral geleerd om meer afstand te nemen. Ik hoef er nu niet altijd meer volledig bovenop te zitten. Dat kan ik nu ook af en toe tegen Sarina zeggen: voor jou is rust ook belangrijk, want jij werkt zelf ook heel hard. Ik herken dat wel van vroeger. Er is geen moment op de dag dat het niet in je kop zit, je bent er voortdurend mee bezig.”

“Ik had vroeger wel eens het gevoel dat er zo’n grote combine achter me aan zat en dat ik steeds harder moest rennen om die machine voor te blijven. Dat gevoel heb ik nu helemaal niet meer. Ik ben er ook steeds meer overtuigd geraakt van het belang van een goede voorbereiding. Dat is niet het halve werk, maar het hele werk.”

"Trainen is niet even een paar ballen in de kruising schieten, dat kan bijna iedereen"

“Ik neem vaak boekjes mee waarvan ik denk dat iedereen hier er iets van kan leren. Laatst was dat een boekje over mentale kracht. Neem nu penalty’s, er zijn trainers die zeggen dat je er niet op kan trainen, onzin. Natuurlijk kun je er wel op trainen, maar je kunt de spelers op een training nooit in dezelfde situatie brengen als in het stadion. Dus je moet andere dingen bedenken om er druk op te leggen, creatief zijn. Spelletjes met straf en beloning, of tijdens een scherp partijtje ineens de boel stilleggen voor een strafschop, of een strafschop nemen na een suicide run. Trainen is niet even een paar ballen in de kruising schieten, dat kan bijna iedereen. Je moet in de voorbereiding leren omgaan met de stress. Die stress is er en dat is niet erg, maar wat doe je ermee? Jouw eigen gedachten bepalen of je ermee om kan gaan of niet.”

“Het mentale aspect is belangrijk. Wij waren bij Heerenveen een van de eerste voetbalclubs die werkten met een sportpsycholoog. Dat was een jongen die studeerde in Nijmegen en vroeg of hij bij ons stage mocht lopen. Wij zaten op vrijdagmiddag met hem om de tafel om te bediscussiëren wat we eraan konden hebben. Ik heb toen tegen hem gezegd dat hij de trainers beter moest maken. Hij moest trainers leren omgaan met psychologische processen en alleen als het in individuele gevallen niet lukt, komt de psycholoog er zelf aan te pas. Een psycholoog moet niet met die hele groep gaan zitten, dat is het werk van de trainer.”

4. U loopt al heel lang mee in het Nederlandse voetbal. Hoe komt het dat we zo ver zijn weggezakt op de wereldranglijst?
“Er is altijd een golfbeweging met ups en downs. We hebben in Nederland moeite om dat te accepteren en dat is een deel van het probleem. We hebben natuurlijk een paar keer extreem goed gepresteerd op een WK, maar dat was met een kleine getalenteerde groep. Op dat moment ging het bij de clubs ook al minder, maar door die WK-finales, leek het beter dan het was. Ik denk dat we niet op tijd beleid hebben gemaakt. Wij, de trainers, de clubs en de bond, zijn te lang tevreden geweest en dat moet je nooit zijn. Nu proberen we het met zijn allen weer op te pakken, maar dat heeft tijd nodig. Er komt wel een generatie aan waar meer talent in zit.”

"Als ik de baas was - maar dat ben ik niet - zou ik de belofteteams afschaffen"

“Onze competitie heeft gemiddeld veel jongere spelers dan vroeger. Spelers gaan vervolgens sneller naar het buitenland. Als ik de baas was, maar dat ben ik niet, zou ik anders omgaan met de belofteteams. Ik zou de belofteteams (onder 21, red.) afschaffen en onder 19 opwaarderen naar onder 20 met een eigen competitie. Spelers die doorbreken naar het eerste zijn allemaal jonger dan 21. Kijk naar Daley Sinkgraven en Hakim Ziyech bij Heerenveen. Nu spelen de belofteteams in de Jupiler League en daar hebben de andere clubs last van, want het levert hun minder geld op. De spelers in de belofteteams zijn eigenlijk vaak te oud om nog door te breken bij hun club. De echte talenten spelen op die leeftijd al in het eerste en de anderen zouden vanuit die nieuwe onder 20-competitie door kunnen stromen naar andere clubs in de Jupiler League, waar ze nu toch ook meestal terecht komen.”

“De Europese titels met Jong Oranje in 2006 en 2007, waren niet zozeer een voorbode van die latere WK finales. Het grote Oranje had op dat moment een kern die jong en zeer getalenteerd was. De jongens uit Jong Oranje duwden daar tegenaan, dat stimuleert natuurlijk wel. De eerste groep, van 2006 in Portugal was getalenteerder dan de tweede, waarmee we in 2007 kampioen werden. Maar die tweede groep vormde een fantastisch team, dat werd gedragen door het publiek in eigen land. Onder die omstandigheden ben je misschien wel tien procent beter dan je daadwerkelijk bent.” 

“Omdat het grote Oranje zoveel talent had, kwamen ze daar vaak moeilijk tussen. Een aantal jongens heeft ook verkeerde keuzes gemaakt. Ze gingen naar clubs in het buitenland waar ze eigenlijk nog niet aan toe waren en werden vervolgens uitgeleend. Dat is met Royston Drenthe gebeurd, maar met nog wel een paar anderen ook. Heel belangrijk in de ontwikkeling van die jonge spelers is ook de stabiliteit van de wereld eromheen. Komen ze uit een stabiel gezin waarop ze kunnen terugvallen, of loopt er een hele entourage omheen die allemaal een graantje mee willen pikken. Dat kan veel druk leggen op de schouders van zulke jonge jongens. Waarom de een het wel haalt en de ander niet, dat is moeilijk onder een noemer te vangen. Je moet sowieso heel goed kunnen voetballen, maar dat is niet genoeg. Je moet ook de absolute wil hebben om te slagen en daarvoor alles aan de kant willen zetten.”

"Het is de vraag of je een puntenslijper moet gebruiken om iets aan te scherpen, of dat je meteen het hele potlood moet vervangen"

5. Wat vindt u van het rapport ‘Winnaars van Morgen’? Gaat dat het Nederlandse voetbal er weer bovenop helpen? En heeft de KNVB daar een nieuwe technisch directeur bij nodig?
“Bij dat rapport ben ik zelf ook betrokken geweest. Ik heb een paar keer meegepraat in zo’n sessie. Er moet iets gebeuren want als je doet wat je deed, krijg je wat je kreeg. Het is alleen de vraag of je een puntenslijper moet gebruiken om iets aan te scherpen, of dat je meteen het hele potlood moet vervangen. Met de indeling van de jeugdcategorieën hebben ze dat laatste gedaan. Natuurlijk levert zo’n grote verandering weerstand op, maar er zitten ook veel goede kanten aan. Zelf had ik niet voor 2x2 gekozen bij de allerkleinsten, maar 3x3 of 4x4, maar de basisgedachte - kleinere veldjes, meer balcontact, geen scheidsrechter - daar ben ik het allemaal mee eens. Die kinderen kunnen veel meer dan wij denken. Volwassenen spelen vaak alleen maar een negatieve rol met op- en aanmerkingen en gezeur tegen de scheidsrechter. Ook de terminologie vind ik goed, onder 11 en onder 12 in plaats van D en E, daarmee volg je de internationale standaard.” 

“De KNVB gaat investeren in goede jeugdtrainers. Dat is misschien wel het belangrijkste. Bij ons in de buurt in Bakkeveen was de jeugdafdeling op sterven na dood. Een nieuw bestuurslid heeft de club ervan overtuigd te investeren in een goede jeugdtrainer. Dan maar wat minder geld en aandacht voor het eerste elftal. Die club kreeg afgelopen seizoen een prijs omdat ze met alle jeugdteams evenveel kampioenschappen hadden binnengesleept als Ajax. De club bloeit als nooit tevoren. Goede jeugdtrainers zijn van onschatbare waarde.”

"Je moet naar voren willen spelen, de mensen willen vermaken, spelen om te winnen en om goals te maken"

“Of we vast moeten houden aan de Hollandse School? Daar ben ik zelf nooit zo streng in geweest. Ik denk dat het goed is om in de jeugd 4-3-3 te spelen. Als je kijkt naar de veldbezetting is dat het meest logisch. Iedereen heeft een plek en de afstanden zijn het kleinst. Maar als ze ouder worden kun je meer met die posities gaan spelen. Het is maar net wanneer je er een foto van maakt, hoe de opstelling eruit ziet. Het ene moment is het 3-4-3 en het andere moment 4-4-2. Het gaat meer om een visie op voetbal dan om die specifieke posities op het veld. Je moet naar voren willen spelen, de mensen willen vermaken, spelen om te winnen en om goals te maken. Van daaruit moet je kijken hoe je de verdediging neerzet en waar je wilt verdedigen. Je moet de Hollandse School niet ophangen aan twee buitenspelers en een diepe spits.”

“Of de KNVB een nieuwe technisch directeur nodig heeft, hangt af van de algemeen directeur. Als je daar Louis van Gaal neerzet, hoef je geen technisch directeur meer aan te stellen. Maar ik denk niet dat Van Gaal het doet, al weet je dat maar nooit. De naam van Eric Gudde van Feyenoord is ook gevallen. Dat is echt een bestuurder, maar wel met een voetbalachtergrond. Hij is ook trainer geweest van een hoofdklasser. Ik heb hem indertijd nog op cursus gehad. Dat is een prima kandidaat, maar dan moet er wel een technisch directeur naast. Het hangt er maar net vanaf hoe je het invult. De KNVB is een complexe organisatie. Hoe meer mensen er verantwoordelijk zijn, hoe meer onrust er is.”

“Zelf ambieer ik in ieder geval geen functie meer. Dit EK met de vrouwen is echt mijn laatste kunstje. Ik blijf nog wel actief bij Ajax Cape Town, maar dat is echt alles. Daar ben ik via Hans Vonk als adviseur bij jeugdopleiding betrokken. Ik reis er eens in de zes weken voor een dag of tien heen om cursus te geven en voorbeeldtrainingen te doen. Ze willen daar een internaat starten en ik vind het mooi om kennis over te dragen. Het is daar prachtig en mijn vrouw kan mee naar Zuid-Afrika. Op die manier vangen we twee vliegen in één klap.”

« terug

Reacties: 2

Nicole Wartenberg
04-07-2017

Persoonlijk vind ik het een gemiste kans om meneer De Haan niet te bevragen over het rapport 'Winnaars van Morgen' m.b.t. de positie van het Nederlands vrouwenvoetbal, of uberhaupt zijn visie wat betreft het vrouwenvoetbalbeleid in Nederland. We onstijgen het niveau van het benoemen van de (inmiddels uitgekauwde) verschillen tussen de mannen en vrouwen maar niet. Die zijn er, prima. Maar hoe zorgen we ervoor dat het vrouwen elftal op lange termijn wereldtop wordt, wat is hiervoor beleidsmatig nodig vanuit de jeugd, wat moet structureel anders en wie gaat hiervoor staan? Waarom niet over exact dezelfde punten praten als bij het mannenvoetbal. Meneer de Haan snijdt een aantal punten aan, maar hier wordt niet op doorgevraagd, terwijl juist hij hier wel een mening over heeft lijkt me. Mooie aanleiding voor een vervolggesprek ;-) 

Romy Brouwer
07-07-2017

Een vorm van volwassen worden is óók: niet zeuren dat de mannen je steeds maar niet zien staan - of je zelfs negeren in het KNVB-rapport 'Winnaars van Morgen' (hetgeen, ik geef het toe, een kardinale blunder is) - maar er als vrouwen dan maar zélf voor zorgen dat er gedegen beleidsplan met langetermijnvisie ligt!

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst