Skip Navigation LinksHome-Nieuws-5 vragen aan...-Item

5 vragen aan Cécile Koekkoek, hoofdredacteur VARAgids en commissaris NAC Breda 5 juli 2016

Cécile Koekkoek is tijdens het EK voetbal in Frankrijk samen met Marcel van Roosmalen en Özcan Akyol dagelijks op Radio 1 te horen als 'thuisblijver'. Het trio becommentarieert het toernooi vanuit een andere invalshoek dan de traditionele sportjournalisten met hun wedstrijdverslagen en analyses. Koekkoek is naast hoofdredacteur van de VARAgids commissaris bij voetbalclub NAC Breda, waar zij de portefeuille media en communicatie beheert. Haar dertienjarige zoon is een getalenteerd voetballer en schaatser. Sport Knowhow XL praat met Koekkoek over communicatie in het voetbal, haar positie als vrouw in het door mannen gedomineerde voetbal en over sportouders.

door: Leo Aquina | 5 juli 2016

1. Waar komt jouw liefde voor sport vandaan?
“Zelf ben ik niet per se heel sportief. Ik loop wel met vlagen fanatiek hard voor de gezondheid, maar daar blijft het bij. Wel heb ik met mijn broer en mijn vader van jongs af aan veel naar sport gekeken, de Tour de France en schaatsen, heel veel schaatsen. Van voetbal begreep ik in eerste instantie niet zoveel. Dat veranderde in 1986. Ik was veertien jaar en Nederland speelde tegen België in de WK-kwalificatie met Wim Kieft en dat akkefietje met Frank Vercauteren. Toen werd ik voor het eerst helemaal in die oranjesfeer getrokken. Mijn ouders waren helemaal niet van het voetbal, dus ik ben er niet echt mee opgegroeid.”

"Het fascineerde mij enorm, die clubliefde. Eigenlijk keek ik er een beetje als observator naar, dat zal de journalist in mij zijn"

“Toen ik vijftien was, kreeg ik een vriendje dat helemaal gek was van voetbal en muziek. Hij heeft mij cultureel een beetje gevormd en hij nam me mee naar NAC. Dat was voor mij een totaal nieuwe wereld, alleen maar mannen met bruine en grijze jassen, die de hele wedstrijd staan te schelden. In mijn herinnering regende het ook altijd. ‘Wat is daar nou zo leuk aan?’, kun je je afvragen, maar het fascineerde mij enorm, die clubliefde. Eigenlijk keek ik er een beetje als observator naar, dat zal de journalist in mij zijn. Maar toen is bij mij wel de liefde voor het voetbal en de liefde voor NAC ontstaan.”

“Op mijn achttiende ging ik in Amsterdam studeren, maar ik ben NAC altijd blijven volgen. Toen ik na mijn studie Nederlands in de journalistiek terecht kwam, heb ik best veel met sport gedaan. Er is veel sport op televisie, dus voor de VARAgids is het altijd een belangrijk onderwerp geweest. Er hebben veel bekende namen uit de sportjournalistiek voor ons geschreven. Toen Paul Onkenhout met zijn column in de VARAgids moest stoppen, heb ik dat zelf overgenomen. We keken thuis altijd wel al veel sport, mijn man en mijn kinderen volgen het allemaal. Sinds die column ben ik er intensiever naar gaan kijken, vaak met in het achterhoofd een onderwerp voor mijn column. Ik schrijf geen analyses of wedstrijdverslagen. Ik pik er vaak een detail uit. Ik denk ook dat ik anders naar voetbal kijk dan een man.”

2. Waarin zitten de verschillen tussen jouw manier van naar voetbal kijken en die van een man?
“Ik let meer op de druk en de stress, karakters van spelers, teamspirit, ego’s, dat soort dingen. Ik denk dat ik me meer in voetballers als persoon verplaats. Ook vind ik het circus eromheen, de media, fascinerend. Dingen waar mannen eigenlijk nooit over praten. Zodra mannen het over voetbal hebben, wordt het altijd een wedstrijdje ver plassen. ‘Weet je nog die wedstrijd in ’89, met die en die in de spits?’ Ik kijk niet naar voetbal om die feitjes te onthouden. Dat is een typische manneneigenschap. Toch kijken mannen stiekem ook naar de kapsels en de uitstraling van spelers. Het gekke is alleen dat mensen het aan mij altijd vragen.”

"De irritantste vraag die mensen mij als vrouw altijd stellen is: ‘En ben je dan ook verliefd op hem?’"

CecileKoekkoek300“Dit EK ben ik gefascineerd door Gareth Bale. Die gewone jongen uit Wales, die bij Real Madrid eigenlijk helemaal niet tot zijn recht komt tussen de ego’s van Benzema en Ronaldo, en als je hem nu bij Wales ziet spelen met dat team om hem heen en zoveel spelvreugde. Daar kan ik enorm van genieten. De irritantste vraag die mensen mij als vrouw altijd stellen is: ‘En ben je dan ook verliefd op hem?’ Alsof ik geen bewondering kan hebben voor de sportieve prestaties op zichzelf. Bovendien, ik ben inmiddels 44, dan word je echt niet meer verliefd op een voetballer. Dat ben ik trouwens ook nooit geweest. Voetballers zijn niet mijn types.”

3. Je bent gevraagd als commissaris voor NAC Breda. Word je desondanks als vrouw niet serieus genomen in het mannenbolwerk voetbal?
“Soms neem ik mezelf niet serieus, maar dat is misschien ook mijn eigen onzekerheid. Als het over voetbaltechnische zaken gaat, is er echt geen eer te behalen als vrouw. Ik denk dan altijd: ‘Die mannen hebben zelf allemaal gevoetbald, die weten hoe het gaat en die kunnen echt een analyse maken’. Ik voel me als vrouw vaak een beetje ongemakkelijk om daarover mee te praten. Voetbal is toch een van de laatste echte mannenbolwerken en dat willen ze graag zo houden. Dan wil ik ze niet het gevoel geven dat ik zo nodig die vrouw wil zijn die ze op dat gebied wel even de les zal lezen.”

“Ze hebben me bij NAC ook niet gevraagd vanwege mijn voetbalexpertise, maar om mijn ervaring met media en communicatie. In de Raad van Commissarissen zat niemand met expertise op dat gebied en op dat gebied word ik echt wel serieus genomen. We komen eens in de drie weken bij elkaar om te vergaderen. Op die bijeenkomsten wordt vooral over de begroting gesproken, over spelers en over contracten. Media is tijdens die vergaderingen slechts een klein onderdeel. Natuurlijk heb ik veel contact met de persvoorlichter. Als er iets gebeurt bellen we en geef ik advies. Ik bemoei me ook niet met spelersaankopen, al vind ik dat vaak wel het interessantste gedeelte van de vergaderingen. Het is altijd leuk om de technisch directeur aan te horen, maar ik heb niet de behoefte om me met andermans portefeuille te bemoeien.”

"Als je vertrouwen hebt in je eigen koers en je eigen beleid, hou daar dan gewoon aan vast en straal dat ook uit"

4. Media is een klein onderdeel van jullie vergaderingen. Wordt het belang van communicatie in het profvoetbal onderschat?
“Onderschat is het niet. Het belang wordt wel ingezien, anders hadden ze mij bij NAC niet als commissaris gevraagd. Communicatie is heel belangrijk. Eigenlijk is voetbal voor een heel groot deel communicatie. Maar het is ook logisch dat op die vergaderingen in eerste instantie naar het voetbal zelf wordt gekeken. De persafdeling van een club moet vooral de identiteit van de club overbrengen. Ik vind dat voetbalbestuurders zich wel te veel aantrekken van wat er in de media verschijnt. Er is nu eenmaal vaak negatieve publiciteit en clubs reageren vaak ad hoc op dat soort dingen. Je moet je niet gek laten maken, morgen staat er weer wat anders in de krant. Als je vertrouwen hebt in je eigen koers en je eigen beleid, hou daar dan gewoon aan vast en straal dat ook uit. De manier waarop PSV achter Phillip Cocu is blijven staan, is daar een mooi voorbeeld van. Toen hij er net zat, werd hij in de media helemaal kapotgemaakt. PSV heeft vertrouwen gehouden en een jaar later roepen diezelfde critici opeens wat een fantastische trainer Cocu is.”

CecileKoekkoek-2“De voetbalwereld is natuurlijk knettergek. Ik kom uit de mediawereld en daar zijn ook wel eens hypes, maar de snelheid en de veelheid van het nieuws in het voetbal heeft mij wel verbaasd. Er wordt ook enorm veel gelekt. Binnen de club wordt daar vaak op gereageerd. Ik kan mij goed verplaatsen in de journalist en dat kan bijna niemand bij de club. Dan roepen ze dat die journalist altijd maar negatieve dingen schrijft. Ik zeg dan juist dat hij zijn werk goed heeft gedaan. In plaats van hem verwijten te maken, kun je beter investeren in een goede relatie met zo’n journalist. Daar moet je een beetje mee spelen.”

“Natuurlijk is NAC veel negatief in het nieuws geweest. Daar kan je vaak niet veel aan doen. Als Johan Derksen op televisie roept dat NAC een louche club is, kun je daarop reageren, maar je kunt het ook laten gaan en je concentreren op de zaken waar je wel invloed op hebt. Ik ben pas anderhalf jaar commissaris, dus over het verleden kan ik niet goed oordelen, maar sinds ik erbij ben heeft NAC altijd in categorie 2 ('voldoende', red.) gezeten. Er is veel verbeterd op dat vlak. Het financiële beleid wordt heel serieus genomen en we zijn echt niet meer die louche club van weleer.”

"Waarschijnlijk ís Memphis Depay ook een verschrikkelijke pain in the ass, maar is er bij Oranje ooit wel eens iemand geweest die zich echt heeft verdiept in die jongen?"

“Er valt op communicatiegebied nog een wereld te winnen in het voetbal. Neem nou alleen de interviewtjes met spelers en trainers na de wedstrijd. Die jongens zijn twintig en voetballen op het hoogste niveau. Kun je dan ook meteen van ze verwachten dat ze zich ook goed kunnen uiten voor een camera? Het is toch niet zo raar dat veel jongens daar niet zo goed in zijn? Ik vind trouwens dat veel trainers ook heel slecht communiceren en van hen zou je toch beter mogen verwachten. Er ontstaat een enorme kloof tussen trainers en spelers. Er wordt bijvoorbeeld altijd gemopperd op Memphis Depay en waarschijnlijk is het ook een verschrikkelijke pain in the ass, maar is er bij Oranje ooit wel eens iemand geweest die zich echt heeft verdiept in die jongen? Het is zo makkelijk om te roepen dat vroeger iedereen zo hard moest werken en dat ze nu allemaal over het paard getild zijn. Ik ben wel benieuwd naar zijn belevingswereld. Als je daarin nu eens investeert, kun je misschien veel meer bereiken. Daarin is de voetbalwereld zo conservatief.”

5. Naast hoofdredacteur van de VARAgids en commissaris bij NAC Breda, ben je ook sportouder. Je zoon is een getalenteerd schaatser en voetballer. Er is in deze tijd van het jaar altijd veel gedoe over selecties bij de jeugd. Hoe kijk jij daar tegenaan en zie je verschillen tussen voetbal en schaatsen?
“Mijn zoon wordt in september veertien en hij combineert voetbal met schaatsen. Dat kan nu nog, maar het begint elkaar steeds meer in de weg te zitten. Onze kinderen zijn al jong gaan schaatsen omdat mijn man uit een echte schaatsfamilie komt, maar nooit met de bedoeling de nieuwe Sven Kramer te introduceren. Bij zijn eerste wedstrijdje stond mijn zoon in zijn gewone kloffie tegen jongens met snelle pakken en klapschaatsen en was hij toch de snelste. Hij bleek echt talent te hebben. Dat is geweldig om te zien. Ik vind wintersporten sowieso heel cool en het is geweldig om te zien dat je kind iets heel erg goed kan. Als ik mijn zoon zie schaatsen, dan ben ik dus wel echt verliefd.”

“Natuurlijk zijn er grote verschillen tussen schaatsen en voetbal. Ik zie in het voetbal veel ouders langs de lijn staan, maar mijn zoon speelt nu bij een club waar ik op dat gebied geen gekke dingen meemaak. Natuurlijk zijn er vaders die zich druk maken, maar ik zie geen wantoestanden. Dat het er bij andere clubs wel eens anders aan toegaat, weet ik ook. Het schaatsen is echt een andere wereld. Dat is veel rustiger en minder pusherig. Bij voetbal is het op jonge leeftijd allemaal wel al erg serieus. Als je een training mist, zit je op de bank. Die harde manier brengt niet per se het beste naar boven in kinderen.”

"Bij die hockeyclub is het allemaal veel fanatieker. In die appgroep zie je steeds allemaal duimpjes en ondertussen staan er verschrikkelijk fanatieke moeders schreeuwend langs de lijn"

“Maar de manier waarop er met selecties wordt omgegaan in het voetbal is heilig als ik het vergelijk met de hockeyclub van mijn dochter. Bij het voetbal gaat alles zakelijk. Er is een app-groep, zo en zo laat spelen we en klaar. Bij die hockeyclub is het allemaal veel fanatieker. In die appgroep zie je steeds allemaal duimpjes en ondertussen staan er verschrikkelijk fanatieke moeders schreeuwend langs de lijn. Dat zie ik niet op die manier bij de voetbalclub van mijn zoon. Hockey is zogenaamd superbeschaafd, maar ik vind dat dus nogal tegenvallen.”

“Natuurlijk kun je volhouden dat een harde selectieprocedure kinderen voorbereidt op de harde wereld van de topsport. Je moet er maar tegen kunnen. Alle jongens van dertien bij Ajax, kunnen goed voetballen. Uiteindelijk zal de mentaliteit de doorslag geven. Maar die jongens zitten aan het eind van het seizoen allemaal in de stress of ze nog door mogen en als je afvalt, hoor je nooit meer wat van de club. Misschien kan het niet anders, maar van mij mag het allemaal best wat vriendelijker. Ik ben meer van het harmoniemodel.”

« terug

Reacties: 1

mwmaas
02-10-2016

Beste Cécile,

Fanatiek NAC supporter!

Commissaris media bij NAC.

Interessant verhaal met visie.

Wil jij een besprekingkje wagen aan m'n enthousiast ontvangen boek Idolen en iconen in 62 verhalen, ja ook met een verhaaltje over Gerard den Haan.

Best mogelijk?

Stuurt de uitgever Trichis het boek op als je het even aan mij laat weten.

Rinie Maas

https://nl.wikipedia.org/wiki/Rinie_Maas

E; mwmaas@ziggo.nl

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst