door: Sytske Tjeerdema en Meike Elfring
Sport biedt allochtonen en in het bijzonder de jeugd mogelijkheden om zich een plaats in de samenleving te verwerven. Het ministerie van Wonen, Werk en Integratie en het ministerie van VWS hebben daarom in 2005 dan ook besloten een vijfjarig programma (2006-2010) op te stellen met als oorspronkelijke titel ‘Meedoen Allochtone Jeugd door Sport’.
Vanaf
begin 2010 is de naam van dit programma gewijzigd in ‘Meedoen Alle Jeugd door
Sport’. Het programma zet zich in om de sportparticipatie van alle jongeren in
achterstandswijken te verhogen, waaronder allochtone jongeren. De gemeente
Amsterdam is één van de elf gemeenten die deelneemt aan het programma. Het einde
van het programma komt inmiddels in zicht. Het is daarom tijd om de balans op te
maken. DMO Amsterdam heeft onderzoeksbureau Kennispraktijk gevraagd het
programma in Amsterdam nader te onderzoeken met als doel meer inzicht te krijgen
in de succes- en faalfactoren van het programma.
Het onderzoek is uitgevoerd onder 103 deelnemende Amsterdamse sportverenigingen in het landelijke programma ‘Meedoen Alle Jeugd door Sport’. Daarnaast zijn gesprekken gevoerd met sportbonden en betrokkenen van de gemeente Amsterdam.
De opvallendste uitkomst van het onderzoek is dat het werven van nieuwe jeugdleden voor Amsterdamse sportverenigingen het belangrijkste doel is van het programma, maar dan wel vanuit financiële overwegingen en niet vanwege een maatschappelijke betrokkenheid. Nieuwe jeugdleden geven een vereniging meer financiële draagkracht en of dit allochtone of autochtone jeugd is maakt de verenigingen weinig uit.
Overige uitkomsten
Het plan van aanpak – door de
deelnemende verenigingen bij aanvang van het programma in 2006/2007 opgesteld -
vormt nog steeds de leidraad voor de uitvoering van activiteiten. De
verenigingen waarderen het zeer dat binnen de plannen - naast het werven van
(allochtone) jeugdleden - ook ruimte wordt geboden voor het verbeteren van de
randvoorwaardelijke zaken van de vereniging. Hieronder wordt onder andere
verstaan het opleiden van gekwalificeerd kader, het betrekken van ouders bij de
vereniging en de mogelijkheid van structurele samenwerking met scholen. Een
ruime meerderheid van de sportverenigingen geeft aan dat de basis van het
project mede hierdoor sterker is geworden en dat de vereniging zich hierdoor
beter kan ontwikkelen. Een bijproduct van het programma is dat een aantal
deelnemende verenigingen binnen één tak van sport - via bijvoorbeeld een
stichting - zijn gaan samenwerken. Dit zorgt voor een versterking van de
verenigingssport in Amsterdam en vormt een meerwaarde voor de afzonderlijke
verenigingen.
Knelpunten
Niet alle doelstellingen van Meedoen Alle
Jeugd door Sport worden door de verenigingen omarmd of zijn realiseerbaar. Zo
zijn er nauwelijks verenigingen die een aanbod van activiteiten voor
Islamitische en Hindoestaanse meiden willen realiseren. De meeste verenigingen
hebben daar praktische bezwaren tegen, en enkele verenigingen hebben ook
principiële bezwaren tegen het aanbieden van een sportaanbod speciaal voor
Hindoestaanse en Islamtische meiden. Verder vinden verenigingen het belangrijk
om voldoende en goed gekwalificeerd technisch kader te hebben maar blijkt dit in
de praktijk moeilijk haalbaar. Het tekort aan vrijwilligers, de overbelasting
van de huidige vrijwilligers en het tekort aan geschikte accommodatie vormt voor
veel verenigingen een knelpunt in de uitvoering van het programma en het werven
van nieuwe (allochtone) jeugdleden.
Toekomst
Voor een derde van de verenigingen is de
toekomst na het beëindigen van het programma in 2010 onduidelijk. Door het
wegvallen van financiële middelen en/of personele inzet zullen activiteiten
moeten worden stopgezet en zal er bij de verenigingen minder aandacht zijn voor
maatschappelijke doelen.
DMO Amsterdam zal de komende tijd onderzoeken op welke manier pijlers van het programma ‘Meedoen Alle Jeugd door Sport’ ingebed kunnen worden in het sportbeleid van Amsterdam zodat de opbrengsten van het programma na 2010 niet verloren zullen gaan. De uitkomsten van het onderzoek uitgevoerd door onderzoeksbureau Kennispraktijk zijn hierbij een belangrijk uitgangspunt.
Voor meer informatie over het onderzoek ‘De Kracht van Meedoen
Amsterdam’: Sytske Tjeerdema (beleidsmedewerker bij DMO Sport, s.tjeerdema@dmo.amsterdam.nl
of 020-251 8241) of Meike Elfring (onderzoeker bij Kennispraktijk, m.elfring@kennispraktijk.nl
of 024-329 5781).
<< terug








