decorniks
ICSadviseurs

Partner in the Picture: Ton Markink, manager op het gebied van sportbeleid en sportaccommodaties. Hij is verantwoordelijk voor de integratie van sport binnen de bestaande markten van ICSadviseurs: onderwijs, gemeenten en corporaties.

1. Wat zijn de belangrijkste activiteiten van ICSadviseurs?
“ICSadviseurs is een adviesbureau dat z’n oorsprong heeft in de onderwijshuisvesting. Opgericht in 1955 om de kennis over scholenbouw landelijk te verzorgen. Maar het werkgebied is fors uitgebreid! Niet alleen onderwijs - van primair tot wetenschappelijk - maar ook welzijn, sport, cultuur en zorg behoren tot onze brede multidisciplinaire aanpak. Onze aanpak kenmerkt zich door de creatieve en innovatieve wijze waarop een verbinding wordt gelegd tussen gebied, gebouw en gebruiker. Sport en beweegaccommodaties en - omgevingen zijn daarbij steeds vaker een bindend thema. ICSadviseurs is een organisatie met een grote diversiteit aan klanten en projecten op verschillende markten. Wij zijn in staat verbinding te leggen tussen financiers en opdrachtgevers, verschillende gebruikersgroepen, publieke en private partijen, gebruikers en bouwwereld, korte- en lange termijn belangen. Uiteindelijk leidt het wat ons betreft altijd tot maatschappelijk en financieel rendement.”

2. Op welk afgerond project voor de sportmarkt zijn jullie het meest trots?
“Allereerst zijn we trots op wie we zijn en wat we doen in de sportmarkt, omdat het een breed maatschappelijk doel dient en wij echt met visie en durf een bijdrage leveren. Daarin zijn we gewoon steengoed. Een project van ons waarin de verbinding tussen gebied, gebouw en gebruiker erg goed is gelukt en waar sport het belangrijkste onderscheidende vermogen is, is het gebouw van het Prins Willem Alexander Sportcentrum van de Hanze Hogeschool in Groningen. Hier hebben wij samen met een vertegenwoordiging van de gebruikers een gebouwvisie en een programma van eisen ontwikkeld voor zowel de onderwijsvoorzieningen als de sportvoorzieningen. Daarbij is gekeken naar de betekenis van sport voor de studenten. In dit geval toch ook een heel specifieke doelgroep. Een doelgroep die opgeleid wordt om beroepsmatig in de sport aan de slag te gaan. Met als resultaat dat je overal een ‘sportgevoel’ beleeft en sportstudenten zich daar helemaal thuis voelen. Het is geweldig hoeveel dynamiek er constant in het gebouw is, mede door een aantal sportondersteunende organisaties in het gebouw, zoals het Topsport Steunpunt Noord Nederland. Er hangt een echte sportsfeer. Ik zou er graag meer noemen, maar als je kijkt naar het Prins Willem Alexander Sportcentrum van de Hanze Hogeschool , dan is dat er wel één met een fantastische uitstraling.”

3. Hoe luiden jullie plannen om de zakelijke sportmarkt dit jaar verder te bewerken?
“ICSadviseurs is in de loop der jaren in bijna alle gemeenten in Nederland wel eens actief geweest. En door onze brede kennis binnen de onderwijsmarkt kunnen we met recht zeggen dat onze naam nog steeds een ‘merknaam’ is. Deze twee elementen maken dat het voor ons - vanuit onze kenmerkende kwaliteit - betrekkelijk eenvoudig is om op het thema sport en accommodaties bij gemeenten aan tafel te komen. Waar je ook komt, ICSadviseurs staat bijna overal bekend als een kwalitatief sterk creatief en innovatief adviesbureau.”

“Ons strategisch marktplan Sport richt zich op de vertaling van (inter)nationale trends en ontwikkelingen voor onze opdrachtgevers. Het is telkens weer een uitdaging om sport en bewegen op een toegankelijke manier te incorporeren in de huisvestingsplannen van een opdrachtgever. Maar door onze kennis en ervaring en onze betrokkenheid bij maatschappelijk relevante onderwerpen en instellingen, snappen we hoe de wereld eruit ziet en hoe die zich ontwikkelt. We denken niet traditioneel in normen, maar willen graag met de gebruikers nadenken over de daadwerkelijke ruimtevraag. Door huisvestingsvragen op deze wijze te benaderen, komt de daadwerkelijke vraag naar boven. Vaak kennen opdrachtgevers niet alle laatste ontwikkelingen. Wij helpen de gebruikers los te komen van de dagelijkse praktijk en visionair en breed maatschappelijk na te denken. Multifunctioneel gebruik, maatschappelijke verbindingen, slim beheer en een gezonde exploitatie zijn daarbij steeds terugkerende thema’s. ‘Slim beheer’ klinkt wellicht wat cryptisch, maar daar hebben wij zo onze eigen ideeën over!”

4. Stel dat je morgen als ‘staatssecretaris sport’ wakker zou worden. Wat is dan het eerste besluit dat je zou nemen?
“Mijn collega van onderwijs bellen en hem voorstellen een duobaan van tachtig uur te vormen. Hoe je het ook wendt of keert, in de basisschoolleeftijd moet de basis voor de motorische ontwikkeling gelegd worden. Daar leren kinderen plezier te krijgen in bewegen, een voorwaarde voor een levenlang met plezier sporten. De oproep van ZKH Willem Alexander in het interview met Mart Smeets liet niets aan duidelijkheid te wensen over. De overheid probeert op alle mogelijke manieren de verbinding tussen sport en onderwijs tot stand te brengen. In ruimtelijke zin zien we daar nog maar weinig van terug.”

“Ik pleit voor een inhoudelijke en ruimtelijke verbinding waar sport en onderwijsvoorzieningen bij elkaar komen om daarbij de samenwerking te vergemakkelijken. Samenwerking kan op wijkniveau door de speelvoorzieningen in basisscholen of brede scholen open te stellen voor de wijk of sportparkniveau waar sport en voorgezet en MBO/HBO-onderwijs gevestigd worden en zorgen voor een bezetting van 8.00 tot 22.00 uur wat betreft de sport, maar ook wat betreft sportparkondersteuning door leerwerkplek-concepten. Daar kan het sporttechnische kader - pedagogisch didactisch ondersteund door een vakleerkracht - goede lessen geven in een stimulerende omgeving. Als het onderwijs en de sport dat gezamenlijk aanpakken, dan wordt de brug vanuit het onderwijs naar de sport vergemakkelijkt. In Raalte gaan we in een project van ons - met subsidie van het HPBO (Het Platform Beroeps Onderwijs) - hiermee aan de slag. We ontwikkelen een doorlopende leerlijn sport en cultuur met als doel het versterken van de sociale competenties van jongeren. Daarin wordt inhoudelijk en didactisch afstemming gezocht en geborgd tussen verenigingen en onderwijs.”

“Verder mogen ze in het voortgezet onderwijs wat mij betreft wat minder rigide zijn. Het gaat er om de jongeren die niet sporten (en dat moet vaker zijn dan twaalf keer per jaar!!), actiever te maken. Het maakt wat mij betreft dan niet uit wat ze doen Als ze maar wat doen! Liever twintig keer per jaar streetdance of intensief interactief gamen (embedded fitness), waar iedereen aan meedoet, dan twintig keer per jaar bokspringen wat misschien niemand leuk vindt. ”

“Ander punt is dat - wil je jongeren interesseren voor een sport - je het vanaf het begin goed moet aanbieden. Beleving is daarbij essentieel. Het project ‘Schooljudo’ van Ruben Houkes is een prachtig voorbeeld. Kinderen tijdens of naschools judo en de waarden van judo aanbieden door een lokale en erkende trainer, in echte judopakken op een echte judomat met een strak marketingplan. Daardoor neemt de kans dat ze doorgaan naar de reguliere vereniging, enorm toe.”

5. Op welke vraag had je eigenlijk nog meer antwoord willen geven? (geef dan meteen dat antwoord ook maar…)
“Op de vraag: ’Op welke wijze zouden we maatschappelijk geld voor sporthuisvesting beter kunnen inzetten?’. Mijn antwoord luidt als volgt. Ergens in het verre verleden zijn normen ontwikkeld voor gymzalen, sportzalen en sporthallen. Waar ze gekoppeld worden aan en gebruikt gaan worden door onderwijsinstellingen levert een x-aantal leerlingen één gymzaal op, die dan 5,5 meter hoog is en de afmetingen heeft van een volleybalveld. Niet hoog genoeg voor volleybal, hoger dan nodig voor judo en heel veel andere activiteiten. Er is in de vastgestelde normen weinig verbinding tussen bewegen, sport en onderwijs. Ik zou graag zien dat de besteding van de middelen voor het vak LO gekoppeld worden aan de behoefte vanuit de wereld van sport en bewegen. Voorzieningen zijn niet meer monofunctioneel te ontwikkelen. We hebben te maken met het besteden van maatschappelijk geld waar u en ik belasting voor betalen. Dat geld moet zo goed mogelijk benut worden. De komende jaren zal er bijvoorbeeld toenemende aandacht komen voor de beweegbehoefte van ouderen. Betrek die doelgroep bij de ontwikkeling van accommodaties. Zij hebben wellicht specifieke wensen die makkelijk te integreren zijn binnen voorzieningen, waardoor de ruimtes beter benut worden en een initieel hogere investering middels een betere exploitatie, snel wordt terug verdiend. Gebruikers moeten dan met elkaar om de tafel om een gezamenlijke ruimtebehoefte te formuleren. Je dwingt iedereen op die manier breder te kijken, dan de eigen behoefte.”
<< terug