Skip Navigation LinksHome-Achtergronden-Werkende wetenschap-Item

Motiveren, dat doe je toch gewoon zelf! | Invloed van coachgedrag op motivatie van sporters 30 oktober 2012

door: Carel Martens

‘Het gaat sowieso over de intrinsieke motivatie van de sporter… als coach kun je hooguit inspirerend zijn’, zei zwemcoach Jacco Verhaeren onlangs in Spits. De zin en onzin van sport is al veel besproken. Het nut van sport in ons leven is wel duidelijk. Maar sta je als coach ook weleens stil bij de motieven om te gaan sporten? Dus zin in sport in plaats van de zin van sport! Motivatie is belangrijk om met plezier te blijven sporten. Tegelijkertijd is motivatie moeilijk vanuit de coach te beïnvloeden, of lijkt dit alleen maar zo?

We weten allemaal dat geregeld sporten en bewegen gezond is. Dit geldt voor kinderen, maar jongvolwassenen en ouderen blijven tegenwoordig ook zo lang mogelijk fysiek actief. Lichaamsbeweging is goed en gezond voor iedereen. In de praktijk blijkt echter dat deze kennis niet voor iedereen voldoende drijfveer is om met sporten te beginnen en dit vervolgens ook te blijven doen. De vraag is of de motivatie van sporters door coaches te beïnvloeden is en zo ja, hoe zij dit dan kunnen doen. Hoe kan je als sportcoach de spelers van een team motiveren om te blijven sporten? Om antwoord te krijgen op deze vragen zullen we eerst stil moeten staan bij wat motivatie precies is, welke factoren motivatie stimuleren en hoe je deze factoren kan inzetten in de praktijk.

Dynamische Motivatie
Wat is motivatie eigenlijk? Motivatie gaat over de vraag: waarom doen mensen wat ze doen? De oorsprong van het woord is verwant aan het begrip ‘beweegreden’, wat beweegt mensen in hun gedrag?

Binnen de theorieën over motivatie wordt er vaak een onderscheid gemaakt in kwaliteit van motivatie. Deci en Ryan (2000) hebben in hun Self Determination Theory (SDT) het begrip motivatie ingedeeld in een continuüm van kwaliteit. In deze theorie is motivatie vanuit de persoon zelf het meest effectief. Dit betekent dus dat als je iets zelf graag wilt, dat je dit ook eerder geneigd bent om dit te gaan doen. Zo heeft Jacco Verhaeren gelijk dat hij Ranomi Kromowidjojo niet hoeft te motiveren, zij was genoeg gemotiveerd door haar eigen doelstelling (goud in London 2012). De beste motivatie is dus je eigen motivatie, dit wordt intrinsieke motivatie genoemd, je gaat uit eigen beweging en interesse je sport uitoefenen.

Aan de andere kant van het motivatie-spectrum vinden we ‘a-motivatie’, je bent niet (meer) gemotiveerd en ook niet van plan om iets aan lichaamsbeweging te gaan doen. Zo kan het zijn dat een sporter na het behalen van een doel daarna stukken minder gemotiveerd is.

Tussen deze twee uitersten van het spectrum vinden we vormen van motivatie die in meer of mindere mate voortkomen uit factoren die buiten de eigen wil van de persoon liggen. Dit wordt extrinsieke motivatie genoemd (zie ook het eerder op Sport Knowhow XL gepubliceerde ‘Verbeelding en goede voornemens’). Binnen dit gebied kun je als coach invloed uitoefenen.

Een belangrijke conclusie van Deci en Ryan is dat motivatie van personen situatiespecifiek is en beïnvloed kan worden. Motivatie is dus geen vaststaande maar een dynamische entiteit. Er zijn drie verschillende ingangen om de kwaliteit van motivatie de vergroten. Dit zijn drie aangeboren basisbehoeften van ieder mens en dus ook iedere sporter: de behoefte aan autonomie, verbondenheid en competentie. De mate waarin deze drie behoeften bevredigd worden bepaalt of de motivatie meer richting intrinsieke motivatie zal verschuiven en dus zal toenemen in kwaliteit. Een sporter die weinig sociale binding heeft met het team en ook geen uitblinker is, zal in de regel minder goed gemotiveerd zijn.
 
Wat vinden sporters?
Jim Hollembeak en Anthony Amorose (2007) van de Illinois State University hebben in het licht van de Self Determination Theory de invloed van het gedrag van de sportcoach op de motivatie van sporters onderzocht. Zij zijn bij 280 proefpersonen uit diverse sporten nagegaan naar wat de manier van coachen voor invloed had op de kwaliteit van hun motivatie. In de studie werd de kwaliteit van de motivatie van de sporters voor hun sport gemeten met een aantal vragenlijsten waarbij de focus lag op het in kaart brengen van de mate van intrinsieke motivatie. Daarnaast is het ervaren coachgedrag van hun toenmalige trainer/coach in kaart gebracht waarbij er een onderscheid is gemaakt in verschillende elementen van coachgedrag zoals leiderschapsstijl, mate van positieve feedback en instructiemethode.
 
De uitkomsten van deze studie laten zien dat er een duidelijke relatie lijkt te zijn tussen het ervaren coachgedrag en de kwaliteit van de motivatie van de sporter. Zo bleek dat een meer democratische dan autocratische leiderschapsstijl van coaches een positief effect had op de kwaliteit van de motivatie van de sporters en andersom. Een meer autocratische coachstijl kenmerkt zich door beperkte inspraak van de sporter in beslissingen en een strakke sturing, terwijl een democratische coachstijl meer ruimte biedt voor inbreng van de sporter bij beslissingen en doelstellingen en ruimte voor eigen verantwoordelijkheid.

Verder bleek dat met name de mate van bevrediging van de basisbehoefte ‘verbondenheid’ een belangrijke positieve invloed bleek te hebben op de intrinsieke motivatie van de sporters. Bij deze verbondenheid kan je bijvoorbeeld denken aan de sociale aspecten van sport en de behoefte aan een veilig sportklimaat.

Samengevat zou je kunnen zeggen dat een coach die de spelers betrekt bij beslissingen en keuzes en daarnaast inspeelt op de behoefte aan verbondenheid de sporter het meest motiveert. Motivatie van sporters is dus wel degelijk te beïnvloeden door de coach, zowel in positieve als in negatieve zin. Hoe mooi zou het zijn als je dit als coach specifiek kan inzetten?

Wat betekent dit voor de praktijk?
Als coach heb je dus invloed op het motivatie continuüm van de sporter. Het onderzoek van Hollembeak & Amorose (2007) geeft aan dat dit kan door de volgende twee zaken mee te nemen in je coachgedrag:
1. elementen van een democratische leiderschapsstijl;
2. elementen die de behoefte aan verbondenheid van de sporter bevredigen.

De relatie en interactie tussen coach en sporter staat centraal. Wil je jezelf ontwikkelen als coach op dit gebied dan begint dit met de vraag ‘hoe kom ik eigenlijk over als coach’? Dat is stap 1. Er zijn verschillende manieren om hier achter te komen. Dit kan je bijvoorbeeld doen door gebruik te maken van diverse vragenlijsten *. De tweede stap is het verkrijgen van een indruk van de andere belangrijke variabele, de kwaliteit van de motivatie van de sporters. Hierbij kan je eveneens gebruik maken van vragenlijsten als meetinstrument **. Nu je weet hoe je overkomt als coach en hoe het gesteld is met de motivatie van de sporter(s) kan je gaan kijken of en waarin er winst te behalen valt op het gebied van motivatie. Is het wenselijk om je coachstijl aan te passen of niet? Op naar stap 3: wat kan je doen?

Ad. 1. elementen van een democratische leiderschapsstijl
Hoe kan je in je leiderschapstijl als coach meer democratische elementen inzetten? Een meer democratische stijl van coachen houdt in dat je de sporter betrekt bij beslissingen en keuzes. Een praktische manier hoe je dit kan bewerkstelligen is door sporters meer te betrekken bij het bepalen van doelstellingen of trainingsmethoden. Hierdoor ontstaat er een situatie waarbij de verantwoordelijkheid voor het behalen van deze doelen gezamenlijk wordt.

Belangrijk hierbij is dat je consequent bent in het toepassen van deze coachstijl zodat het niet een eenmalig ‘trucje’ blijft. Het vervolgens ook daadwerkelijk meenemen van de meningen en inzichten van de sporters in beslissingen en deze besluiten vervolgens ook evalueren met de sporter(s) is eveneens essentieel. Je gaat de dialoog aan en betrekt daarmee de sporter bij een proces. Het inbouwen van democratische elementen in je coachstijl houdt niet in dat je de controle volledig los moet laten en niks meer zelf kan bepalen. Je creëert een vorm van samenwerking waarbij er ruimte is voor gedeelde verantwoordelijkheid binnen een afgesproken structuur. Een andere voorwaarde voor het inbouwen van democratische elementen is dat je hier tijd voor reserveert en de uitkomsten van de ‘samenwerking’ ook samen evalueert. Jacco Verhaeren stimuleert bijvoorbeeld zijn sporters zo zelfstandig mogelijk te zijn. Hiermee investeert hij in de autonomie van de sporter en laat hij zien open te staan als coach voor ideeën van zijn sporters.

Ad. 2: elementen die de behoefte aan verbondenheid van de sporter bevredigen
Een goed voorbeeld van het investeren in de behoefte aan verbondenheid van de sporter begint eigenlijk al met de eerder genoemde stap 1. Door aandacht te besteden aan het onderzoeken van jouw coachgedrag en de motivatie van sporters laat je zien dat je aandacht geeft aan de interactie tussen jou en de sporter(s). Hiermee speel je in op hun behoefte aan verbondenheid. Dus door alleen de interactie tussen jou en de sporters te gaan onderzoeken investeer je eigenlijk al in de motivatie van de sporter(s).

Bij het investeren in verbondenheid staan de begrippen ‘sociaal’ en ’samen’ centraal. Een manier om structureel te investeren in verbondenheid in bijvoorbeeld een team met sporters is het geven van verantwoordelijkheid aan de sporters voor elkaars leerproces. Dit kan je bijvoorbeeld doen door het geven van de opdracht aan spelers om een leerdoel te formuleren voor een trainingssituatie en dit te delen met de medespelers. Vervolgens geef je de opdracht aan de spelers om elkaar te observeren tijdens bijvoorbeeld een technische oefenvorm waarbij gewerkt wordt aan het persoonlijke doel.

Bij meer individueel gerichte sport kan je als coach investeren in verbondenheid door zo veel mogelijk ‘samen’ te sporten. Wanneer een fitnesstrainer bijvoorbeeld in een cardio-uur plaats maakt voor een gemeenschappelijk ‘buikspier-kwartiertje’ investeert hij hiermee meer in de verbondenheid dan door bij iedere sporter even het individuele trainingsschema door te nemen.

Als coach kun je ook investeren in verbondenheid door bewust persoonlijke interesse en betrokkenheid te tonen. Het lijkt erop dat de meer betrokken coaches een positieve invloed uitoefenen op de motivatie van de sporters. Bondscoach van de wielerploeg Leo van Vliet vat dit in een interview samen als ‘als coach moet ik vooral voor een goede sfeer zorgen, waardoor ze voor en met elkaar willen werken’.
 
We kunnen concluderen dat je als coach hoe dan ook een rol speelt in de beweging van sporters in het motivatie-continuüm, bewust of onbewust. De keuze lijkt meer of je er als coach iets mee wilt doen of niet. Met relatief eenvoudige aanpassingen in je coaching is het mogelijk om te investeren in de kwaliteit van de motivatie van sporters. Om te achterhalen wanneer welk coachgedrag effectief is, zal je eerst bij jezelf te rade moeten gaan. Wat voor coach ben ik eigenlijk? Vanuit dit inzicht kan zich een weg openen naar meer motivatie van jezelf als coach en beter gemotiveerde sporters!

Bronnen:
• Hollembeak & Anthony J. Amorose (2007): Percieved coaching behaviours and college Athletes’ intrinsic motivation: a test of Self-Determination Theory. Journal of applied Sport Psychology 17;1, 20-36.

• Ryan, R.M. & Deci, E.L. (2000): Self Determination theory and the facilitation of intrinsic motivation, social development and well being. American Psychologist, 55, 68-78.

• * Voorbeelden van vragenlijsten: Leadership Scale of Sports (LSS) van Chelladurai en Saleh (1980), Coaching Behaviour Assesssment System (CBAS) van Smith et al. (1977) of de Coaching Feedback Questionnaire (CFQ) van Smoll en Smith (1977). De eerste twee vragenlijsten leggen de nadruk op de leiderschapsstijl van de coach, de tweede kijkt voornamelijk naar de manier van het geven van verbale feedback aan de sporters.

• ** Een voorbeeld hiervan is de Sport Motivation Scale (SMS) van Pellier et al. (1995).

Carel Martens werkt bij EXPOSZ, het opleidings-, advies- en onderzoekscentrum voor Sport en Zorg dat verbonden is aan de Faculteit der Bewegingswetenschappen van de Vrije Universiteit. Carel is gespecialiseerd in het onderwerp coachen en richt zich hierbij vooral op het professionaliseren van coaches. Zijn focus ligt hierin op het belang van zelfinzicht bij ontwikkeling. Voor meer informatie: c.a.p.martens@vu.nl
« terug

Reacties: 2

-
31-10-2012
Kunnen we deze theorie ook een op een toepassen in het bedrijfsleven of ziet het motivatie universum er daar totaal anders uit? Groet Dirk uit den Bosch
-
29-11-2012
Daar is zeker een parallel in te trekken. De theorie over motivatie van Deci & Ryan wordt in verschillende domeinen gehanteerd. Groet, Carel Martens

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst