Skip Navigation LinksHome-Achtergronden-Sportcommunicatie-Item

Sportwet verankert de rol van bonden en verenigingen 10 juli 2018

door: Paul Kok

Eind juni 2018 is het nieuwe sportakkoord getekend. Een doekje voor het bloeden? Duidelijk is dat de unieke sportstructuur van Nederland (bonden en verenigingen) onder druk staat. Zeker de bonden hebben de grootste moeite de touwtjes aan elkaar te knopen vanwege een gebrek aan geld. Er is meer nodig.

Die druk bestaat uit het feit dat enerzijds een enorme verenigings- en bondsstructuur succesvol is en voor miljoenen Nederlanders wekelijks afleiding biedt. Succes is er ook voor de vele sporten op het internationale niveau, veel meer dan van een klein land verwacht kan worden. Anderzijds verlangen de leden aanpassingen in aanbod, communicatie en service (liever de bardienst afkopen dan zelf achter de bar staan; waar is de trainer?; de website moet beter) en dienen zich steeds meer maatschappelijke onderwerpen aan die ook van de vereniging een antwoord vragen (avg/privacy, energietransitie, voeding, niet roken, alcoholhoudende dranken, duurzame faciliteiten, belastingen, integratie). Bij sommige bonden loopt het ledental terug en daarnaast is een enorme waslijst aan nieuwe sporten of nieuwe varianten van bestaande sporten ontstaan. Juist in deze tijd van druk moet de duurzaamheid van de instituties gegarandeerd worden.

XL25-Sportcommunicatie-1Moeilijke verhouding
Het valt ook op dat de sportwereld in Nederland met de rug naar maatschappelijke ontwikkelingen lijkt te staan. Of met de rug naar de politiek en de overheid. De sport is een wereld op zich die op gezette tijden de overheid nodig heeft en dan aanklopt (sportfaciliteiten, internationale sportevents) als noodzakelijk kwaad. Tegelijkertijd lijkt de politiek dat zo prima te vinden. Sport is een private zaak en die regelt zichzelf. Overheids- en politieke bemoeienis wordt verafschuwd. 

De omvang van de wekelijkse spel- en sportactiviteiten van de burgers in Nederland is dusdanig dat gesproken kan worden van een sector die belangrijk is voor onze goede samenleving

In deze druk en de moeilijke verhouding tussen sport en overheid c.q. samenleving moet echt verandering komen, want dit duurt al te lang. De verbinding tussen overheid, samenleving en sport verdient verbetering. Die verandering moet bewerkstelligd worden met een sportwet of een kaderwet sport, zoals ook andere sectoren met wetgeving op orde gebracht zijn. Dat biedt een heldere structuur voor de overheid, sector en samenleving voor de omgang met de sport en de verdeling van middelen. Andere sectoren die voorgingen zijn met name onderwijs en zorg. Ook daar had de overheid kunnen stellen: een private zaak, zoek het uit. Maar dat is lang geleden niet gebeurd. Er is wetgeving gekomen omdat onderwijs en zorg beschouwd werden en worden als cruciale sectoren voor een goede samenleving.

Sportsector belangrijk
Welnu: we hebben er in Nederland nog zo’n sector bij: sport. De omvang van de wekelijkse spel- en sportactiviteiten van de burgers in Nederland is dusdanig dat gesproken kan worden van een sector die belangrijk is voor onze goede samenleving. De verenigings- en bondsstructuur in Nederland is bovendien uniek in de wereld, draagt bij aan een unieke samenleving en vormt ook nog eens de basis voor de vele internationale sportsuccessen van Nederland.

De relevantie van een sportwet neemt echter toe nu er via het sportakkoord 400 miljoen euro extra beschikbaar komt voor de sport

Een sportwet dus. Een tijd geleden was het de toenmalige staatssecretaris Ross-van Dorp van het CDA die plots in een kameroverleg meedeelde dat er geen sportwet ging komen, terwijl socioloog sportontwikkeling Van Bottenburg, sporteconoom Koning, jurist internationaal sportrecht Siekmann en jurist sport en recht Van Staveren al ver waren in hun onderzoek naar en de uitwerking van de wet. Het staat niet in het regeerakkoord, zei ze nog. Eén van de aanleidingen voor het onderzoek was het verdwijnen van de bestaande bekostigingswet voor het sportbeleid, waarmee de rol van het ministerie in de verdeling van gelden over de bonden werd teruggedraaid.

XL25-Sportcommunicatie-2Relevantie sportwet neemt toe
Wat daar aan de hand was, is nog steeds een raadsel. Vervolgens is er daarna geen enkel initiatief is genomen om te komen tot een broodnodige sportwet. In de woordvoering over sport lijkt een sportwet een taboe. De relevantie van een sportwet neemt echter toe nu er via het sportakkoord 400 miljoen euro extra beschikbaar komt voor de sport. Dit programma onderstreept waar het in de sport om moet gaan: 

  • inclusief sport en bewegen: iedere Nederlander moet een leven lang kunnen sporten en bewegen, belemmeringen worden daarom weggenomen. Er komen meer buurtsportcoaches die sporters kunnen bijstaan;
  • van jongs af aan vaardig in bewegen: spelen en bewegen is minder vanzelfsprekend geworden in het dagelijks leven van kinderen. De motorische vaardigheden van kinderen worden daarom verbeterd. Beweegprogramma’s voor kinderen onder de 6 jaar dragen daaraan bij; 
  • duurzame sportinfrastructuur: we willen in Nederland kunnen beschikken over een goed werkende en duurzame sportinfrastructuur. Daarom komt er een subsidieregeling voor verenigingen; 
  • vitale aanbieders: we willen aanbieders van sport en bewegen toekomstbestendig maken. Verenigingen krijgen ondersteuning bij het opzetten van hun integriteitbeleid, zodat sport leuk en veilig is en blijft op en om de sportvelden; 
  • positieve sportcultuur: sporten moet leuk zijn, veilig, eerlijk en zorgeloos. Daar zorgen we met elkaar voor. Om het vrijwilligerswerk aantrekkelijker te maken in de sport gaat de onbelaste vrijwilligersvergoeding omhoog van 1500 naar 1700 euro). 
Voor de lange termijn hebben we duurzame sportbonden nodig die in staat worden gesteld om datgene wat in de sportwet is vastgelegd uit te voeren

XL25-Sportcommunicatie-3Lange termijn
Positieve actie vanuit de politiek naar de sport wordt zeer gewaardeerd, maar het is oppassen omdat het een akkoord is van partijen. Dat is handig om snel tot actie te komen, maar riskant voor de lange termijn. Voor die lange termijn hebben we duurzame sportbonden nodig die in staat worden gesteld om datgene wat in de sportwet is vastgelegd uit te voeren.

Er is vanuit Europa eveneens initiatief om de sport beter te reguleren. Ook op het punt van de mededingingswetgeving die grote invloed heeft op de financiering van de sport (btw, ongeoorloofde staatssteun, misbruik machtspositie internationale bonden). De Europese commissie is daarin al ver gevorderd met een witboek sport, de aanloop naar een richtlijn die door de landen wordt geïmplementeerd. Daar gaan we meer van horen.

Veel geld, nu doen
Als we concluderen dat geld uit de algemene middelen aan sport wordt uitgegeven (bijdragen van gemeenten, met name in faciliteiten, topsportbijdrage via NOC*NSF, subsidies voor internationale evenementen en nu ook het budget in het kader van het sportakkoord) dan komen we tot enige miljarden euro’s. Het is een publieke taak geworden en dat moet je bij wet regelen. 

Een goede verankering in een sportwet van de rol van bonden en verenigingen zal de gewenste impact hebben

Kortom, sport is een bijzonder serieuze zaak geworden voor de overheid. Dat was het al voor de samenleving. Daarbij kan wetgeving niet ontbreken. Subsidie aan de verenigingen via dit akkoord wordt toegejuicht, maar een goede verankering in een sportwet van de rol van bonden en verenigingen zal de impact hebben die we willen, namelijk handhaving van de bestaande succesvolle structuren. Dat is wat we nodig hebben.

Paul Kok (1956) is associate director bij Hill+Knowlton Strategies en directeur van Communications Strategies. Motief voor de sportsector is verbetering van de woordvoering, die over het algemeen heel slecht is. Motto: Je moet schieten, anders kan je niet scoren. Voor meer informatie: paul.kok@hkstrategies.com of communicationsstrategies@kpnmail.nl.

« terug

Reacties: 6

Jan Janssens
10-07-2018

Zinnig betoog dat mooi aansluit bij de eerdere pleidooien van Loek Jorritsma. Ik onderschrijf het ook van harte. Maar laten we ons niet rijker rekenen dan we zijn. Er komt geen 400 miljoen bij van het Rijk, maar 'slechts' 25 miljoen. De rest van het geld kwam eerder via BTW-verrekening terug in de sport, m.n. bij de gemeenten en in mindere mate bij de sportclubs die accommodaties beheren en daarin investeren. Door verandering van fiscale regels o.i.v. Europese richtlijnen, is dat vanaf 2019 niet langer het geval. Het kabinet heeft besloten dat te compenseren in de sportbegroting. Een goede zaak, daar niet van. Maar geen extra geld dus. Het gaat om een verschuiving van een geldstroom naar de sport van Financiën naar VWS.

loek jorritsma
10-07-2018

Publiek geld voor publieke taken. De publieke taken van bijv. onderwijs, gezondheidszorg en media zijn verankerd in wetgeving. Die van de sportorganisaties (nog) niet. Zo langzamerhand wordt duidelijk dat de zorg voor verantwoorde sportbeoefening het particuliere belang overstijgt. Zo hecht de samenleving groot belang aan een eerlijke competitie, aan goed bestuur van de organisaties, aan goed opgeleide en voldoende begeleiders bij sportbeoefening, aan talentontwikkeling voor de sportief hoogbegaafden zodat ze als 'vertegenwoordigers' van onze samenleving uitstekend presteren, aan topsportevenementen die ons land volop uitdagen en waarop we trots kunnen terugkijken. Dat alles is te zien als de publieke taak van de sportorganisaties. Leg dat vast zodat die eigenheid van sport gehandhaafd blijft. Leg daarmee ook vast wat als niet-verantwoorde-sportbeoefening door de overheid moet worden gezien. Sandra Meeuwsen schreef daar hier onlangs een uitstekend betoog over. Nu dit allemaal niet is vastgelegd geldt alle andere wetgeving zoals bijvoorbeeld de (ook Europese) Wet Markt&Overheid en het financiele regime inzake BTW mede tot gevolg dat de denksporten door de overheid niet langer als sport mogen worden behandeld. Zie ook de BTW heffing waarnaar Jan Janssens verwijst. Hoe moielijk is het om tot die wetgeving te komen? Ik zou zeggen, sluit aan bij de Wet Markt&Overheid en definieer verantwoorde sportbeoefening als Diensten van Algemeen Economisch Belang (DAEB) en stel vast dat de sportorganisaties de publieke taak hebben daar zorg voor te dragen. Via twitter zal ik hier nog enkele tweets aan wijden.

Marian ter Haar
10-07-2018

Beste Paul,

Mooie column, goed om het gesprek over een sportwet te voeren. Het is verleidelijk een sportwet te agenderen en het sportakkoord en de 400 miljoen euro extra middelen als legitimatie voor dat pleit te gebruiken. Maar ik vraag me af of zo'n wet regelt wat het akkoord beoogt.

Het sportakkoord is juist een impuls om sport en bewegen lokaal te versterken. Lokaal gebeurt het, 80% van het sportbudget komt van de gemeenten, het landelijke beleid is daarom ook ondersteunend aan wat er lokaal gaande is. De bonden hebben daar eerder een dienende dan een regisserende rol. Het versterken van de infrastructuur van de Nederlandse georganiseerde sport moet daarbij vooral gericht zijn op de betekenis voor het lokale sportbeleid. De door jou bepleite verbinding tussen overheid, samenleving en sport moet daarom volgens mij vooral lokaal gevonden worden en niet naar de bondsbureaus verdwijnen om hun infrastructuur te versterken. Dergelijke samenwerking moet je niet door landelijke wetgeving af te dwingen, het vraagt om intrinsieke motivatie en compassie eerder dan verplichtingen. Bovendien  is dergelijk beleid juist gedecentraliseerd om de couleur locale.

De uitdaging is de focus lokale te leggen, daar waar sportbeleid gemaakt wordt, de financiën gevonden worden en de resultaten merkbaar zijn. Dat betekent dat niet het aanbod van de verschillende bonden maatgevend is maar de vraag van mensen. Hoe sport en bewegen betekenis kan krijgen in hun leven. Dat kan, maar daarvoor moet de sport veranderen, zich verbinden en samen lokaal met partners sociale en maatschappelijke betekenis genereren.

De verandering bestaat er uit dat de aanbieders zich openstellen voor de expertise van professionals uit het sociale domein en dat zij daarin niet de regie kan voeren. Sportaanbieders kunnen zich, als zij een dergelijke publieke functie ambiëren, verbinden aan een gezamenlijke ambitie met kwetsbare groepen. Specifieke groepen vereisen extra aandacht, voor doelen als integratie, gezondheidsbevordering, empowerment en gemeenschapsvorming wordt sport als middel ingezet. Dit vraagt om competenties, netwerken en samenwerking die niet vanzelfsprekend in de ‘traditionele sport- en beweegorganisatie’ aanwezig zijn maar wel bij professionals in het sociale domein. 

Buurtsportcoaches, sportaanbieders, lokale beleidsambtenaren sport en professionals uit het sociale domein erkennen hun onderlinge afhankelijkheid om impact te genereren voor de lokale sociale- en maatschappelijke beleidsagenda. Het afgelopen decennium weten deze partijen elkaar lokaal steeds meer en beter te vinden. Daar is ook geen lokale wetgeving, bijvoorbeeld een tiende prestatieveld Sport in de WMO, voor nodig. Het vraagt lokaal handen uit de mouwen met elkaar reflecteren op de praktijk, leren en verbeteren, minder regels eerder loslaten van oude structuren en gewoontes.  

Wat mij betreft is dit het motief, net als het sportakkoord, voor door jou bepleite verbinding tussen overheid, samenleving en sport die lokaal betekenis realiseert. Daarvoor is geen landelijke wetgeving nodig maar mensen uit de sport met ambitie die sport te veranderen en meer met andere domeinen te verbinden om werkelijk maatschappelijk betekenis te houden!

loek jorritsma
10-07-2018

Ik ken de argumenten voor het lokale niveau. Daar gebeurt de concrete sportactiviteit. Maar dat is maar een onderdeel van het gehele sportdossier. Want die activiteiten vinden plaats in accommodaties en daar houdt de wet Markt&Overheid zich mee bezig. En daarop is het Btw beleid van toepassing. Zou sport aangewezen zijn als DAEB (via o.a. het voldoen aan de Altmark-criteria) dan zou dat van invloed kunnen zijn geweest op de beoordeling van die accommodaties. En welk BTW beleid is van toepassing op de buurtsportcoaches die op het onderwijsterrein opereren en die bij de sport. En hoe zit dat met de financiering en betrokkenheid van de (rijks)overheid bij (top)sportevenementen. Denk aan vergunningen en staatssteun. Nu zijn sportorganisaties (nog steeds) ondernemingen en hebben geen publieke taak. Naast het belangrijke werk van de vrijwilligers op lokaal niveau (en zie dat gedoen van de belastingdienst daaromheen) gaat het hier vooral over de gehele - ook nationale - infrastructuur van de sport. Bij het vormgeven van de sportvisie van de gemeente Edam/Volendam heb ik geprobeerd om dat geheel in kaart te brengen. Nu gaat het me om de juiste inbedding van de gehele lokale, regionale, provinciale en nationale sport binnen de gehele Europese context.

Loek jorritsma
10-07-2018

ik vergat nog aandacht te vragen voor sportorganisaties als de KNVvL (luchtvaart), de NOB (onderwatersport) , de KNSA (schieten) , de KNMV (motorsport), de KNBRD (redden drenkelingen) , zeilen, open waterzwemmen, paardrijden, autosport, bergsport, alle denksporten waar veel van de gedachten over samenhang beleid met andere sectoren weinig opgaan. 

Paul Kok
16-07-2018

Hallo Marjan,

Ik ontken niet dat er klokaal het nodige moet gebeuren. En het zal zeker dat de wensen van mensen een rol spelen. Maar daarboven zal toch echt een goede structuur van de sport moeten staan. Er moet een landelijke competitie georganiseerd worden, vertegenwoordigende teams gevormd, talenten opgeleid, internationaal gestuurd via internationale bonden en de internationale regels vand e sport, ondersteunen van verenigingen met hun steeds wisselende vrijwillige bestuurders. Er zijn bonden waar men dat heeft losgelaten met een geweldige chaos en verval van de sport tot gevolg, terwijl men op lokale basis van alles probeert te regelen. Daar bloedt de sport. Er zijn nu zelfs bonden die op omvallen staan. Dat kan echt niet. Er moet een structuur staan om het sporten en spelen op niveau te houden voor Nederland. Dat begint met -naast een NOC*NSF voor de topsport- sterke bonden die goed inspelen om ontwikkelingen en wensen. Ondersteund door een Landelijke sportwet waarin het commitment van de overheid, de sport en de samenleving tot zijn recht komt.

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst