Skip Navigation LinksHome-Achtergronden-Sport & Recht-Item

Is een sliding op het sportveld strafbaar? 6 november 2018

door: Maarten Vrolijk

Recentelijk heeft de Hoge Raad een arrest gewezen over de vraag of een sliding op het voetbalveld strafbaar kan zijn. Duidelijkheid over deze vraag is van belang. In 2016 vonden maar liefst 38.000 bezoeken aan de Spoedeisende Hulp plaats naar aanleiding van een veldvoetbalwedstrijd. In 24 procent was het bezoek het gevolg van lichamelijk contact, zoals een trap of schop1. Volgens de rechtspraak levert gelukkig niet elke overtreding een strafbaar feit op. Helemaal uitgesloten is dit echter niet.  

De feiten
De Hoge Raad (HR 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1769) volgt in het arrest het Hof. Deze verklaarde bewezen dat een speler zijn tegenstander opzettelijk had mishandeld door een slidingtackle uit te voeren als gevolg waarvan de andere speler zijn kuitbeen en scheenbeen brak. Verdachte werd wegens mishandeling met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg (art. 300 lid 2 Wetboek van Strafrecht) veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van honderd dagen en betaling van een schadevergoeding van ruim 8.000 euro wegens geleden materiële en immateriële schade.

Het bewijs
De bewezenverklaring werd afgeleid uit de aangifte bij de politie van de geblesseerde voetballer en de verklaring van de verdachte speler. Opvallend is dat de bewezenverklaring mede steunt op de eigen waarneming van het hof. Tijdens de zitting werd de betreffende overtreding door de verdachte voorgedaan met zijn advocaat als het slachtoffer.

Duidelijke spelregels, zoals bij voetbal, kunnen mede van belang zijn voor het bepalen van de vraag of sprake is van strafbaar gedrag

XL37SportenRechtsliding-1Uit de verklaringen bleek dat de verdachte op korte afstand en schuin achter het slachtoffer rende toen hij de sliding inzette met de bedoeling de bal te spelen. Volgens de verdachte zette hij de sliding van dicht bij in omdat het veld zo slecht was dat hij niet naar het slachtoffer kon glijden. Bij het inzetten van de sliding gaf hij het slachtoffer een kleine duw. Volgens het hof maakte de verdachte een beweging met zijn been in de richting van de benen van het slachtoffer en raakte hij deze. Verdachte raakte uiteindelijk de bal en de andere speler. Deze kwam vervolgens ten val.

Juridische achtergrond
In deze procedure spelen twee vragen een cruciale rol. De eerste vraag luidt:

  • Is er sprake van mishandeling, nu de overtreding is begaan in een sport- en spelsituatie?

De Hoge Raad overweegt dat de deelnemers aan een sport tot op zekere hoogte gevaarlijke gedragingen, waartoe het spel uitlokt, over en weer van elkaar hebben te verwachten. De omstandigheid dat een gedraging is verricht in een sport-of spelsituatie kan derhalve van belang zijn voor de vraag of het bewezenverklaarde kan worden gekwalificeerd als mishandeling. Bovendien kunnen duidelijke spelregels, zoals bij voetbal, mede van belang zijn voor het bepalen van de vraag of sprake is van strafbaar gedrag.

Vervolgens bevestigt de Hoge Raad het oordeel van het hof dat het handelen van verdachte niet binnen de grenzen is gebleven van hetgeen spelers van elkaar te hebben verwachten. Verdachte speelde gezien de omstandigheden (dichtbij tegenstander, weinig ruimte en gelegenheid te glijden voor sliding, duw) gevaarlijk spel hetgeen bovendien een ernstige overtreding van de spelregels van het voetbal opleverde.

De Hoge Raad concludeert dat voor de beoordeling van de vraag of sprake is van opzet in een sportsituatie geen andere maatstaven gelden dan buiten een sportsituatie

XL37SportenRechtsliding-2De tweede vraag luidt:

  • Is er sprake van opzet op mishandelen van tegenstander, nu sprake is van een sportsituatie?

De Hoge Raad bevestigt ook daar het oordeel van het hof. Het hof oordeelde dat verdachte door de sliding onder deze omstandigheden en op deze wijze uit te voeren bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het slachtoffer door de actie geraakt zou worden, ten val zou komen en daardoor letsel aan deze zou worden toegebracht. Daarmee staat vast dat verdachte de voorwaardelijke opzet had de ander te mishandelen. De Hoge Raad concludeert vervolgens dat voor de beoordeling van de vraag of sprake is van opzet in een sportsituatie geen andere maatstaven gelden dan buiten een sportsituatie.

Conclusie
In dit arrest wordt nog eens duidelijk gemaakt dat de enkele omstandigheid dat overtredingen gemaakt zijn tijdens een sportwedstrijd niet uitsluit dat een overtreding een strafbaar feit vormt. Bijvoorbeeld indien sprake is van acties die dermate gevaarlijk zijn dat spelers deze niet behoeven te verwachten. In dat kader dient een onderscheid te worden gemaakt tussen overtredingen die plaatsvinden in een spelsituatie en overtredingen die losstaan van een spelsituatie. Ter zake van laatstgenoemde acties (bijvoorbeeld vechtpartijen tijdens wedstrijden) zal sneller sprake zijn van strafbare feiten. 

Hoofdregel blijft dat spelers tot op zekere hoogte gevaarlijke gedragingen van elkaar zullen moeten verwachten

In het besproken arrest is sprake van een spelsituatie omdat de bal op het moment van de overtreding in de buurt van het slachtoffer was. Onjuist zijn de na dit arrest verschenen berichten in media dat elke sliding een potentieel strafbaar feit zou opleveren. Ook de Aanvullende instructies veldvoetbal KNVB bij de Spelregels veldvoetbal wijzen (ten onrechte) enigszins in deze richting. Hoofdregel blijft dat spelers tot op zekere hoogte gevaarlijke gedragingen van elkaar zullen moeten verwachten. Inschattings-of taxatiefouten behoren tot de in het voetbal aanvaardbare risico’s. De enkele omstandigheid dat een speler letsel heeft opgelopen sluit derhalve niet uit dat de gedraging van de tegenstander binnen de regels van het spel valt.

Tenslotte is niet uitgesloten dat een overtreding niet een strafbaar feit oplevert, maar wel leidt tot een gele of rode kaart. Ter zake is reeds voldoende dat sprake is van een onbesuisde gedraging in strijd met de spelregels (gele kaart) danwel gedragingen in strijd met de spelregels met buitensporige inzet (rode kaart). Zie Regel 12 Spelregels veldvoetbal en art. 27 Reglement tuchtrechtspraak amateurvoetbal. Van opzet dan wel schuld op het toebrengen van letsel behoeft voor een gele kaart of rode kaart geen sprake te zijn.

Bron:

  1. H. Valkenberg en C. Stam, Sportblessures 2016. SEH-bezoeken, VeiligheidNL november 2017.

Mr Maarten Vrolijk is fiscaal jurist. Hij is gespecialiseerd in bezwaar-en beroepsprocedure betreffende gemeente-en waterschapsbelastingen (zie Bespaarbelasting.com). Daarnaast is hij gespecialiseerd in (internationaal) sportrecht en voert hij procedures voor sporters in binnen-en buitenland. Ook is hij schrijver van boeken over sportrecht en lid van tuchtcommissie van diverse sportbonden. Voor vragen over sportrecht is hij te bereiken via asksportrecht@gmail.com.

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst