Skip Navigation LinksHome-Achtergronden-Feedback XL-Item

Iedereen praat mee, maar sportclubs ontbreken 12 juni 2018

door: Jan Janssens

Het was een interessant interview dat Leo Aquina had met Jan Dirk van der Zee, de directeur amateurvoetbal van de KNVB. Van der Zee verklapt daarin iets van de inhoud van het sportakkoord dat binnenkort wordt gepresenteerd. Dat de KNVB een centrale rol ziet voor de vereniging in het sportakkoord is goed nieuws voor iedereen die de georganiseerde sport een warm hart toedraagt. Des te opmerkelijker is echter dat er bij de totstandkoming van dat akkoord geen enkele vereniging betrokken was.

Volgens Van der Zee zijn voor het eerst concrete beleidsafspraken tussen alle stakeholders in de sport gemaakt. Wie Sport verenigt Nederland; Verslag van de verkenningsfase om te komen tot een sportakkoord leest kan ook makkelijk de indruk krijgen dat alle belanghebbenden hierbij betrokken zijn geweest. In vier bijlagen worden meer dan tweehonderd gesprekspartners opgesomd. Natuurlijk waren NOC*NSF (zeven keer) en Vereniging Sport en Gemeenten (drie keer) goed vertegenwoordigd aan de verschillende tafels als over het sportakkoord werd gesproken. Zij waren immers in een vroeg stadium door minister Bruno Bruins als strategische beleidspartner gekwalificeerd. 

Inspraakcircus
Wat we verder zien is een bont gezelschap. Veel mensen van bonden en gemeenten, maar ook diverse vertegenwoordigers van sportsponsors, sportbedrijven, sportmarketingbureaus, evenementenorganisaties, goede doelen, fondsen, kennisinstellingen, onderzoeksbureaus, onderwijsinstellingen en media. Van kinderopvangorganisatie BOinK tot omroep Max, van stichting Halt tot Staatsbosbeheer, zelfs een verdwaalde topscheidsrechter (Kevin Blom) en een enkele topsporter (Rico Verhoeven): ze waren allemaal welkom aan tafel. Allemaal stakeholders en ze mochten allemaal meepraten. 

In de laatste sportagenda hebben de koepel en de bonden uitgesproken dat het er voor hen niet meer toe doet of mensen in verenigingsverband sporten of op een andere manier

Gek genoeg ontbraken in dit inspraakcircus de vertegenwoordigers van sportclubs. Er schoven geen bestuurders of vrijwilligers van sportverenigingen aan en ook eigenaren en medewerkers van sportscholen en fitnesscentra waren niet van de partij. 

Concurrerende belangen
Als rechtvaardiging voor deze gang van zaken zal ongetwijfeld worden geopperd dat NOC*NSF en de sportbonden toch ook de belangen van de sportverenigingen behartigen. En dat NL Actief dat doet voor de fitnesscentra. Dat lijkt plausibel, maar dat is het niet. In de laatste sportagenda hebben de koepel en de bonden uitgesproken dat het er voor hen niet meer toe doet of mensen in verenigingsverband sporten of op een andere manier. Als ze maar sporten. 

Een vergelijkbare ontwikkeling zien we in de fitnesswereld. Fit!vak is ooit opgericht als brancheorganisatie voor de fitnesscentra, maar NL Actief stelt de fitnessbeoefenaar centraal. Net zo min als de belangen van de bonden altijd en helemaal parallel lopen met de belangen van NOC*NSF, liggen ook de belangen van lokale sportaanbieders en landelijke organisaties niet per se in elkaars verlengde. Zeker, het zijn bondgenoten, maar de oriëntaties verschillen en soms is ook sprake van concurrerende belangen. 

NIEUWXL21FeedbackXLHet woord voeren
Als het logisch en begrijpelijk is dat niet alleen NOC*NSF (de vereniging van de bonden) gesprekspartner is voor de minister van Sport, maar dat verschillende bonden ook zelfstandig hun stem kunnen laten horen aan de beleidstafels van het sportakkoord, zou dat toch eigenlijk ook voor de sportclubs moeten gelden. 

Een ander argument dat mogelijk gegeven wordt om de afwezigheid van sportclubs te rechtvaardigen is dat het moeilijk of zelfs onmogelijk is om verenigingsbestuurders of exploitanten van fitnesscentra aan te wijzen die namens circa 30.000 lokale sportaanbieders het woord voeren. Maar ook dat argument gaat niet op. Uit alle categorieën stakeholders is een tamelijk willekeurige greep genomen. Niet alle tachtig bonden en niet alle vierhonderd gemeenten schoven aan bij de gesprekken over het sportakkoord. En die bonden en gemeenten die er wel bij waren, spraken daar natuurlijk op eigen titel. 

Dat er aan al die tafels waar over het sportakkoord is gepraat geen plaats was voor een aantal lokale sportclubs is bedenkelijk. Het is een gemiste kans

Gemiste kans
Of ga ik nu te kort door de bocht en heeft de wethouder van de gemeente Laarbeek (om er maar eentje uit te pikken) zijn inbreng echt afgestemd met collega's uit andere kleine gemeenten? Ook in de andere categorieën belanghebbenden was begrijpelijkerwijs geen sprake van een volledige, of echt representatieve, vertegenwoordiging.

Dat er aan al die tafels waar over het sportakkoord is gepraat geen plaats was voor een aantal lokale sportclubs is bedenkelijk. Het is een gemiste kans. Sportclubs vormen de belangrijkste sportaanbieders in ons land. Als je die wegdenkt, blijft er weinig van de (georganiseerde) sport over. Dat geldt zeker niet voor al die stakeholders die wel aan tafel schoven. De gang van zaken illustreert de afstand die er soms is tussen politiek, beleid en praktijk: wel over, maar niet met sportclubs praten.

Jan Janssens is directeur-eigenaar onderzoek- en adviesbureau Chionis en kwartiermaker stichting NL Sportclub.

« terug

Reacties: 5

Kees Renzenbrink
12-06-2018

Weer een typisch voorbeeld van de aanbodgestuurde organisatie van de Nederlandse sportwereld. Niet de vraag van de beoefenaar staat centraal maar het belang van (een deel van) de aanbieders. Wanneer leert men eens dat het uiteindelijk gaat om de beoefenaar?

Cort van Dijk
12-06-2018

Jan Janssens en Kees Rensenbrink hebben gelijk. De sportverenigingen, hoe bedreigd dan ook door andere aanbieders van vrije tijd, zijn en blijven vooralsnog het grootste distributiekanaal van sportaanbod. Naar de mening van sportbeoefenaren wordt al vele jaren niet echt gevraagd. Het lijkt er verdacht veel op dat een aantal belangrijke stakeholders met dit sportakkoord hun eigen aandeel in de sportsubsidiegelden probeert veilig te stellen. Dat is overigens al tientallen jaren het geval. 

Hans van Egdom
12-06-2018

Jan heeft een punt. Niet getreurd; maandag 2 juli vanaf 13.30 uur gaan we aan de slag met het verenigingsakkoord tijdens de back2basics werkconferentie. Aanmelden kan nog via

https://www.aanmelder.nl/werkconferentie-de-kracht-van-verenigen

 

Edwin Lokkerbol
12-06-2018

En als er een hockeyclub aan tafel had gezeten, was er gezeur waarom voetbal niet vertegenwoordigd was. Waarbij de grote amateurverenigingen aan geven waarom de combi top- en breedte sport niet is meegenomen. Waarop de kleine club zegt dat het weer om de grote verenigingen draait. Waarna de schietvereniging aangeeft waarom het altijd om voetbal en hockey moet gaan. Waarna de ongeorganiseerde sport aangeeft waarom het alleen om de georganiseerde sport moet gaan. En of de levenbeschouwelijke sport ook geen plek moet krijgen. Hierna komen de aan de breedtesport gelieerde professionals aan de orde. In dienst van de sportvereniging. Waarna de kleinere sportverenigingen met vrijwilligers zich afvragen waarom ook zij niet zijn uitgenodigd. Ongetwijfeld voelen de lokale sportverenigingen uit het noorden van het land zich ondervertegenwoordigd omdat de Randstad weer eens de boventoon voert. Numeriek en qua mentaliteit. Waarna vrouwelijke bestuurders van sportverenigingen de kop op steken omdat het altijd maar weer die mannen zijn die worden uitgenodigd. Welke verenigingen representeren het Nederlandse sportlandschap in de discussie? Wie uit te nodigen?

Als er geen sportbonden zouden zijn, zou ik ze uitvinden om namens de betrokken sportvereniging aan de discussie deel te nemen. Dat er niet altijd vertrouwen is (want dat is het) dat de sportbonden de betrokken verenigingen goed vertegenwoordigen is een ander verhaal. Maar daar hebben we gelukkig de ALV van de sportbond voor. Waar de conservatieve sportverenigingen de vernieuwing van betrokken lokale verenigingen ook weer tegenhoud. Kortom: heel goed dat de Nationale Sportraad redelijk ad random zo haar eigen keuzes maakt. 

loek jorritsma
14-06-2018

Het betoog van Jan zou aan kracht hebben gewonnen wanneer er een alternatief, resp. een voorstel zou zijn gedaan op welke wijze die afstemming van ALLE verenigingen zou hebben kunnen plaatsvinden. Dan zou daarmee de inbreng van Edwin overbodig zijn geweest. Maar nu heeft hij volkomen gelijk. Wat ik zie is dat het wantrouwen in 'leiderschap'  en bij ' verantwoordelijkheid' op heel veel terreinen toeneemt. Dat wordt gevoed door de strapatsen bij de internationale federaties en totalitaire regeringsleiders die in sport een persoonlijk verdienmodel dan wel een legitimering voor hun leiding zoeken. De nationale bobo's zullen daar ook wel mee behept zijn, zo is de goedkope gedachte.     Ook al is de NLSportraad het (nog) niet eens met mijn pleidooi voor een sportwet, ik ben toch van mening dat de beleidsarmoe in het sportbeleid van de afgelopen 10/15 jaar kan worden opgeheven. Nog even goed studeren op de consequenties van het Europese dossier over de verhouding tussen markt en overheid en het komt best wel goed. Dan wordt ook inzake de Wet Markt& Overheid vanuit de SPORT een belangrijke stap gezet. En die sportwet...

 

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst