Skip Navigation LinksHome-Achtergronden-De blik van buitenstaanders-Item

“In de sportwereld wordt te weinig vanuit het collectief gereageerd” 26 februari 2019


Voormalige beleidsbepalers in de sportwereld kijken terug

Ooit werkten zij met volle passie in de sport. Als directeur van een sportbond, als voorzitter daarvan of werkend voor een andere sportorganisatie. Op een zeker moment verlieten zij die sportwereld en kozen ze voor een carrièreswitch naar een ander domein. Waarom maakten zij die stap? Hoe is het hen sindsdien vergaan? Hoe kijken zij terug? Wat kan de sportwereld leren van passanten die nu hun professionele sporen op een ander vlak verdienen?

Vandaag de blik van Paul van Maanen, voormalig directeur bij NebasNsg (voorloper Gehandicaptensport Nederland).

Curriculum vitae Paul van Maanen

Werk in de sport

  • 1980-1984: freelance medewerker bij NSF
  • 1984-1986: medewerker basketbalbond
  • 1986-1994: beleidsmedewerker bij NSF (voorloper NOC*NSF)
  • 1994-1999: directeur bij NebasNsg (voorloper Gehandicaptensport Nederland)

Werk buiten de sport 

  • 1999-2003: directeur gehandicaptenbeleid bij het ministerie van VWS
  • 2003-2004: directeur voortgezet onderwijs bij het ministerie van OCW
  • 2004-2005: plaatsvervangend secretaris-generaal bij OCW
  • 2005-2006: directeur bij beroepsonderwijs en volwasseneducatie
  • 2006-2006. programmadirecteur bij Operatie Jong
  • 2006-2014: voorzitter college van bestuur bij Hogeschool Leiden
  • • 2014-heden: voorzitter college van bestuur bij ROC Midden Nederland

1. Waarom heb je destijds besloten in de sportwereld te gaan werken, hoe ben je erin terecht gekomen?
“Uiteindelijk heb ik van mijn hobby mijn werk gemaakt. Ik heb op een redelijk niveau gebadmintond. Dat wil zeggen dat ik vier tot vijf keer in de week trainde en in het weekend een toernooi of wedstrijd speelde. Sport was mijn leven, er was weinig ruimte voor andere dingen.” 

“De sportwereld is een hele bijzondere wereld om in te werken. Het gaat er niet altijd vriendelijk aan toe. Soms moet je zelfs een beetje vechten”

“Ik studeerde Pedagogiek in Utrecht en toevallig was er een vakgroep waarin Albert Buisman zat, een medewerker die veel met sport deed. Dat vond ik wel leuk. Dankzij hem kwam ik met mensen in aanraking die ik anders niet zou tegenkomen. Hij had contacten bij NSF en deed een project waarvoor hij studenten inzette. Zo kwam ik met NSF in contact. Het was geen geprogrammeerde route, maar het was wel leuk om in een sector werkzaam te zijn waar je ook passie voor hebt.”

XL7 BlikVanBuitenstaanders-PaulVanMaanen-12. Waarom heb je besloten om de sportwereld te verlaten?
 “Ik houd van nieuwe dingen doen. De sportwereld is een leuke wereld, maar ook een kleine. Iedereen kent elkaar, de uitkomst is redelijk voorspelbaar en ik had het gevoel dat alles wat ik geleerd had bij NebasNsg ik ook wel op andere plekken kon gebruiken. Ik zag het niet voor me om bijvoorbeeld bij een andere sportbond te werken. Misschien is de overheid ook wel een leuke werkgever, dacht ik toen. Ik ben niet zo van het programmeren van een carrière, het gaat zoals het gaat. De sportwereld is een hele bijzondere wereld om in te werken. Het gaat er niet altijd vriendelijk aan toe. Soms moet je zelfs een beetje vechten, maar dat ligt mij wel als persoon. Dat was overigens niet de reden om af te haken. Ik wilde gewoon een keer wat anders doen.”

“Het mooie aan de Nederlandse sportwereld is dat er heel veel vrijwilligers aanwezig zijn die zorgen dat alles draait. Dat staat haaks op de professionaliteit van bondsbestuurders. Dat was bij NebasNsg niet altijd makkelijk. Er waren soms bestuurders die dachten dat ze deels mijn werk moesten overnemen omdat ze goede relaties hadden. Dat past gewoon niet. Als je een directeur hebt, moet je die het werk laten doen. Als bestuurder moet je de juiste condities creëren waarbinnen de directeur kan werken, maar je moet het niet overnemen. Daarbij kwam ook nog dat in de gehandicaptensport mensen een soort calimero-gevoel hadden. De voorbereiding van de paralympische ploeg gaat inmiddels hand in hand met de reguliere olympische ploeg. Dat was destijds allemaal niet zo. In de gehandicaptensport wilde men graag meedoen met de grote mensen, maar kregen daar niet altijd de ruimte voor.”

“Toen ik bij het ministerie ging werken dacht ik dat ik iets goeds zou doen voor mensen met een beperking, maar het kwam er eigenlijk op neer om zo min mogelijk geld uit te geven”

3. Ben je totaal ander werk gaan doen of zijn er in essentie niet zo veel verschillen?
“Het werkveld was vergelijkbaar: ik stapte over van NebasNsg naar de directie Gehandicaptenbeleid van het ministerie van VWS. Toen ik bij het ministerie ging werken, dacht ik dat ik iets goeds zou doen voor mensen met een beperking, maar het kwam er eigenlijk op neer om zo min mogelijk geld uit te geven. In mijn naïviteit dacht ik dat het werk wel op elkaar zou lijken, maar het bleek volledig anders te zijn.”

XL7 BlikVanBuitenstaanders-PaulVanMaanen-2“In de sportwereld is het veel ‘doen’: praktisch werk, bijvoorbeeld ervoor zorgen dat er een ploeg wordt gestuurd naar de Olympische Spelen. Dan moest je aan de bak. Bij het ministerie was dat helemaal niet zo. Het ging heel erg indirect. Mensen deden dingen waarvan je dacht: waarom doen ze dat eigenlijk zo, kan dat niet op een andere manier? Het ministerie kent een parafencultuur: allerlei verschillende lagen en hiërarchie. Voordat jouw dossier bij de minister lag, hebben allerlei lagen hun mening gegeven erover. Als je jouw dossier dan terug krijgt, dan heb je als medewerker soms niet meer het gevoel dat het jouw dossier is. Bij NebasNsg was ik gewoon de baas. Ik heb aan die overgang moeten wennen. Toen ik het eenmaal door had, vond ik het ook weer erg leuk. Ik kon beter beoordelen wat wel en niet belangrijk was. Ik had bovendien de mazzel dat in die periode, kabinet Paars II, er veel geld beschikbaar was. Dan kon je ook wel wat doen. Dat was leuk werken.”

4. Zie je ook overeenkomsten tussen je huidige werkomgeving en die van de sportwereld?
“Overeenkomsten met het werken bij een ministerie zijn er bijna niet. Bij ROC Midden Nederland zijn die overeenkomsten er wel wat meer. Bij NOC*NSF probeer je topsporters het beste uit zichzelf te laten halen en dat proberen wij op school ook met onze leerlingen. Het is weliswaar een andere groep en doelstelling, maar de drive is hetzelfde. De mensen - topsporters en leerlingen - moeten het uiteindelijk zelf doen, maar wij moeten de voorzieningen treffen.”

“Bestuurders in de sport kunnen heel grillig reageren. Je ziet nog steeds bij bonden dat er dingen gedaan worden waarvan je denkt: is dat wel verstandig?”

XL7 BlikVanBuitenstaanders-PaulVanMaanen-3 kopie.jpg5. Waarin verschilt meer in het algemeen werken in de sportwereld van werken in je huidige omgeving?
 “Op sommige punten zijn de verschillen enorm. Als je bij NOC*NSF mag aanschuiven als prestatiecoach, dan heb je het wel gemaakt. Bij ROC Midden Nederland is het soms heel ingewikkeld om mensen te vinden die goed onderwijs kunnen geven. De aantrekkingskracht van NOC*NSF is vele malen groter vergeleken met ROC Midden Nederland.”

“Een ander verschil is dat ik bij ROC Midden Nederland meer vanuit positie iets kan afdwingen. In de sport heb je met bestuurders te maken die heel grillig kunnen reageren. Je ziet nog steeds bij bonden dat er dingen gedaan worden waarvan je denkt: is dat wel verstandig? In mijn huidige functie kan ik er veel meer sturing aan geven. Ik ben bevoegd gezag. Dat is een heel andere insteek. In de onderwijssector zijn er meer waarborgen voor een verstandig besluit.”

6. Aan wie met wie je gewerkt hebt in de sportwereld denk je met veel genoegen terug en waarom?
“Ik heb veel geleerd van Gerrit Zwezerijnen Dat was een soort mentor voor mij toen ik begon. Hij is degene die mij geïntroduceerd heeft en in mij zag wat er uiteindelijk uit is gekomen. Ik heb daarnaast vrienden overgehouden aan mijn tijd in de sport. Er zijn natuurlijk ook mensen van wie je denkt: nou, contact met hen hoeft van mij niet meer.”

“Wekelijks hebben wij een overleg om te kijken of er dingen spelen waar wij alert op moeten zijn. In de sport zijn het meer eilandjes”

7. Wat kan de sportwereld volgens jou leren van de wereld waarin je nu werkt?
XL7 BlikVanBuitenstaanders-PaulVanMaanen-4“Reputatie is hier een belangrijk goed. Bij NOC*NSF ook, maar ik krijg soms het gevoel dat daar te weinig op gestuurd wordt. Er wordt aan de voorkant iets te weinig naar de risico’s gekeken. Als bij mij op een school iets fout gaat, dan gaat het ook echt fout. Het hele onderwijs voelt dat dan. Kijk bijvoorbeeld naar seksueel misbruik. Als er bij één bond iets fout gaat, dan denken de andere bonden dat het alleen bij die ene bond zo is. Ik denk dat dat niet waar is. Bij doping is precies hetzelfde het geval. Er wordt in mijn ogen te weinig vanuit het collectief gereageerd. Er was laatst een dopinggeval in het schaatsen en dan denkt de schaatswereld dat het alleen over hen gaat, maar dat is niet zo. Ik denk dat het goed is om in de sport daar wat meer regie op te zetten. Hoe ga je nou met dit soort verstorende incidenten om?”

“Als er op een school van mij iets niet goed gaat, dan is dat niet een probleem van alleen die ene school. Dan gaat het overal niet goed. Zo werkt de publieke opinie. Dat geldt in de sportwereld net zo. Wekelijks hebben wij een overleg om te kijken of er dingen spelen waar wij alert op moeten zijn. In de sport zijn het meer eilandjes. Ook worden de kaarten meer tegen de borst gehouden. Bepaalde zaken worden niet verteld, in de gedachte dat het misschien wel over waait.”

8. Denk je ooit nog eens terug te keren in de sportwereld?
“Ik ben bijna 62 jaar, dus ik weet niet hoe groot de kans nog is. Ik hou van sporten, vind het leuk om naar te kijken en het blijft de belangrijkste bijzaak in het leven. De functies die voor mij in de sport interessant zijn, zijn er niet zo veel. Voor het voorzitterschap van NOC*NSF hebben ze me nog niet gevraagd, dus dat zal wel overwaaien. Ik ben overigens ook niet geïnteresseerd, want ze moeten iemand nemen met veel meer profiel. Ik ga niet solliciteren naar een functie in de sport. Ik heb een leuke baan en zit niet op de schopstoel.”

Volgende keer in de rubriek 'De blik van buitenstaanders': Anton Binnenmars, onder meer voormalig bondsdirecteur van de KNVB en KNHS.
Oproep
Naar wiens carrièreverloop na zijn/haar vertrek uit de sportwereld ben je benieuwd? Wat zou zijn/haar visie op de sportwereld zijn nu hij/zij wat afstand heeft genomen? Kortom, wie zou je graag zien in deze rubriek? Suggesties met namen zijn welkom, stuur ze naar info@skxl.nl o.v.v. 'De blik van buitenstaanders'.

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst