Skip Navigation LinksHome-Achtergronden-De blik van buitenstaanders-Item

“Ik verwacht dat een vrouw benoemd wordt als nieuwe voorzitter van NOC*NSF” 12 februari 2019


Voormalige beleidsbepalers in de sportwereld kijken terug

Ooit werkten zij met volle passie in de sport. Als directeur van een sportbond, als voorzitter daarvan of werkend voor een andere sportorganisatie. Op een zeker moment verlieten zij die sportwereld en kozen ze voor een carrièreswitch naar een ander domein. Waarom maakten zij die stap? Hoe is het hen sindsdien vergaan? Hoe kijken zij terug? Wat kan de sportwereld leren van passanten die nu hun professionele sporen op een ander vlak verdienen?

Vandaag de blik van Marian Connotte, voormalig beleidsmedewerker van NOC*NSF. 

Curriculum vitae Marian Connotte

Werk in de sport

  • 1989-1994: beleidsmedewerker NSF, afdeling sportstimulering & kader
  • 1991-1995: lid Europese werkgroep ontwikkeling vrouwenbeleid sport
  • 1995-2000: projectmanager/coördinator NOC*NSF, afdeling sportontwikkeling
  • 1996-1998: lid stuurgroep European women and sport (afgevaardigde Nederland)
  • 1996-2000: Nederlands Centrum voor Vrijetijdsvraagtukken (NCVV)

Werk buiten de sport 

  • 1988: ROC Flevoland, arbeids -en beroepenoriëntatie
  • 2000-2008: procesmanager en projectleider bij NS
  • 2008-2009: projectadviseur a.i. bij NS
  • 2009-2011: programmamanager opleidingen bij ProRail
  • 2012: projectleider bij Philadelphia Zorg
  • 2013-heden: CONNOTTE ProjectCoördinatie & Advies (zelfstandig professional)

1. Waarom heb je destijds besloten in de sportwereld te gaan werken, hoe ben je erin terecht gekomen?
“Ik heb sinds mijn tiende in verenigingsverband gesport en dat doe ik nog steeds met veel plezier. Na zo’n dertig jaar zwemmen en waterpolo - en ad hoc fitness - ben ik sinds zeventien jaar hardloper. In mijn gezin ben ik wellicht de meest ijverige sporter: ik sport drie keer per week, naast het werk en vrijwilligerswerk dat ik doe. Ik ben nu aan het trainen voor mijn derde marathon.” 

“Met gepaste trots denk ik terug aan het genereren van aandacht voor sociale veiligheid in en rondom sportaccommodaties”

“Ik vroeg me af waarom ik ben blijven sporten na mijn zestiende en het kwartje viel tijdens mijn studie Pedagogie (UvA). ‘Sport en vrije tijd’ werd het thema voor mijn onderzoeksstage en afstudeerscriptie. Via een belevingsonderzoek onder deelnemers van schoolsport namens de Amsterdamse Sportraad ging ik door naar een provinciale werkgroep: 'vrouw en sport Noord-Holland'. Daar raakte ik betrokken bij diverse initiatieven en organiseerde ik onder meer een bestuurskadercursus voor vrouwen.

De vacature bij NSF - later NOC*NSF - kwam voor mij als geroepen. Ik kon daar mooi mijn ervaringen en kennis rond sportdeelname, jeugd en doelgroepen inzetten. Mijn opdracht in de eerste vijf jaar was de actieve sportbeoefening en de bijdrage door en het aandeel van vrouwen vergroten in bestuur en technische functies in de georganiseerde sport. Na mijn eerste werkweek voegde ik voor mezelf daaraan toe dat ik óók het aantal vrouwen in betaalde functies wilde verhogen. Ik was de eerste vrouw in een betaalde beleidsfunctie bij NSF.”

XL5 BlikvanBuitenstaanders-Connotte-1 copy2. Waarom heb je besloten om de sportwereld te verlaten?
“In de jaren bij NOC*NSF heb ik me persoonlijk kunnen ontwikkelen, veel kansen gehad en aan allerlei initiatieven mogen bijdragen. Na enige jaren in doelgroepenbeleid actief te zijn geweest - NSF kreeg zelf te maken met een zogenoemde ‘werkgroep positieve actie’, een echte term uit de jaren negentig - heb ik een diversiteitsbeleid mogen introduceren in het vrijwilligersbeleid voor de sport. Het was spannend om gender als onderwerp onder te brengen in onderzoeken rond normen en waarden in de sport, met behulp van Annelies Knoppers en later Agnes Elling." 

"Met gepaste trots denk ik terug aan het genereren van aandacht voor sociale veiligheid in en rondom sportaccommodaties. De tafeltennisbond heeft toen als één van de eerste sportbonden hier een inventarisatie gehouden onder de verenigingen. Veel voldoening gaven de tientallen trainingen in vaardigheden specifiek voor vrouwen, vooral de trajecten gericht op een volgende stap in je sportloopbaan als bestuurder, trainer of professional. Een training die ik later ook voor gemixte groepen heb georganiseerd.”

“Het heeft me wel geraakt dat een jaar van werk en overleg van tafel werd geveegd. Hoppa, zo de bureaulade in”

“Een van de leukste klussen om te doen vond ik het produceren van bepaalde scenario’s, bijvoorbeeld om als breedtesport in NOC*NSF partnerships aan te gaan met andere aanbieders van sportvormen, zoals de toen opkomende fitnessbranche. Helaas liep ik wat te ver voor de troepen uit, want de voorzitter van NOC*NSF had - nog - helemaal geen interesse in zo’n nieuw beleid. Het heeft me wel geraakt dat een jaar van werk en overleg van tafel werd geveegd. Hoppa, zo de bureaulade in. Het zette mij aan het denken over wát en hóe ik verder zou willen en wat ik zou kunnen bijdragen.”

XL5 BlikvanBuitenstaanders-Connotte-2 copy“Tegelijkertijd kwam rond 2000 de discussie op gang over de rol van NOC*NSF. Die zou meer één van regie, strategie en belangenbehartiging moeten worden volgens bestuur, ministerie en de sportbonden. Projecten en nieuw sportbeleid zouden meer door een nieuwe club, de NISB (het huidige Kenniscentrum Sport, red.) moeten ontwikkeld en gerealiseerd worden.”

“Naast het leiden van projecten wilde ik zelf een stap maken naar het leidinggeven en aansturen van een team of werkproces. Deze persoonlijke ambities en ontwikkelingen in de organisatie leidden uiteindelijk tot mijn keuze om buiten de sport te gaan oriënteren.”

3. Ben je totaal ander werk gaan doen of zijn er in essentie niet zo veel verschillen?
“Van sport ging ik naar het 'spoor', toen naar de zorgbranche en kort daarna naar zelfstandig ondernemerschap. Wanneer ik het zo overzie, doe ik nog steeds datgene waarmee ik bij NSF ooit begon: kansen en mogelijkheden omzetten in gerichte projecten en daarmee mensen en bedrijven en non-profitorganisaties helpen hun ambities te realiseren en een verandering teweeg brengen.”

“In de sportwereld was een grote gemeenschappelijk missie en interesse: het bevorderen of verbeteren van mogelijkheden tot sporten”

“Waar je in de sportorganisaties vooral met vrijwilligers te maken hebt, heb ik dat in een aantal projecten voor opdrachtgevers ook. Overal en altijd is en zal het belangrijk blijven om de vrijwilliger regelmatig te vragen naar diens idee en ervaring en je waardering voor haar of zijn inzet uit te spreken. Ga er niet klakkeloos vanuit - zoals bijvoorbeeld Lucas Meijs al vaker aanhaalde - dat iemand zich bij voorbaat voor een heel takenpakket voor ‘tig’ jaar committeert.” 

“Ik wil mensen tot hun recht laten komen, eventuele drempels - al dan niet samen - weghalen en hen wijzen op kansen. Dan ben ik bezig met intrinsieke motivatie, beeldvorming, gedrag, voorwaarden en faciliteiten. Of dat verschilt met mijn werk destijds? Misschien niet. Want of je nou sporter, medewerker, vrijwilliger of een werkzoekende bent, uiteindelijk gaat het er voor mij om dat we de vakdeskundigheid en talenten van mensen verkennen en herkennen. Willen we van hun tijd, kennis, energie of netwerk gebruikmaken, dan behoren we deze mensen in hun diversiteit, inzet en behoeftes te erkennen.” 

4. Waarin verschilt meer in het algemeen werken in de sportwereld van werken in je huidige omgeving?
“Ik vond de sfeer tussen collega’s heel open en informeel. Er was een grote gemeenschappelijk missie en interesse: het bevorderen of verbeteren van mogelijkheden tot sporten. Iedereen was overtuigd van nut en noodzaak van sport beoefenen voor de gezondheid, economie, sociale cohesie en integratie. Dat heb ik nergens meer zó duidelijk ervaren. Het was tevens een periode waarin nieuw beleid ontwikkeld werd en nieuwe paden gezocht werden. Het bruiste. Op Papendal mochten we op bepaalde tijden van sportfaciliteiten gebruikmaken, dat deed ik zelf ook. Bij bijvoorbeeld Olympische Spelen en EK’s was er net méér aandacht en mogelijk om één en ander te volgen naast je werk. Ik praat nu over het tijdperk vóór internet.”

“Ik zou eerder het gesprek opzoeken met andere sportaanbieders om nieuw sportmaatwerk aan te bieden”

“In mijn werkomgevingen na NOC*NSF werd sport doorgaans beschouwd als een persoonlijke hobby of als een oorzaak van ziekteverzuim, in plaats van een tool voor ziektepreventie. Het is heus van een andere orde als je als medewerker een supporterstrein naar een uitwedstrijd moet rijden en een heel spoorboekje die dag aangepast moet worden vanwege de impact en risico’s rond een voetbalwedstrijd. Dan heeft sport een heel andere impact op werknemers en werkgever. Als op maandag een ziekmelding komt wegens een opgelopen sportblessure baalde ik toch enorm als sportieve chef.”

XL5 BlikvanBuitenstaanders-Connotte-3 copy5. Zie je ook overeenkomsten tussen je huidige werkomgeving en die van de sportwereld?
 “Het verbinden van mensen en netwerken: iets wat geen enkel bedrijf of organisatie mag verwaarlozen, volgens mij. Een oog en oor hebben voor de belangen en doelen van betrokken partijen en zo mogelijk delen van succesvolle praktijken.”

“Ook zie ik een overeenkomst in de tijd nemen voor kwartiermakers en voor het creëren van early adapters of ambassadeurs bij nieuwe diensten en het organiseren van pilots om nieuwe tools en tactieken te toetsen.”

6. Als je met de kennis en ervaring van nu terugkijkt naar toen, wat zou je dan anders gedaan hebben toen je nog in de sport werkte?
“Co-creatie: ik zou eerder het gesprek opzoeken met andere sportaanbieders om nieuw sportmaatwerk aan te bieden. En intern toch brainstormen met bestuurders over nieuwe diensten en hen tot ambassadeurs voor nieuwe partnerships willen maken.”

“Diversiteitsbeleid: dat zou ik nu eerder voorstellen in de discussies als logisch beleidsvervolg na het afronden van het sportdoelgroepenbeleid.”

“Ik kreeg helaas een groot déjà vu toen ik las dat slechts 4 procent van de directeuren en voorzitters van de sportbonden een vrouw is”

7. Aan wie met wie je gewerkt hebt in de sportwereld denk je met veel genoegen terug en waarom?
“Op gevaar af van heel veel mensen vergeten, wil ik een paar mensen en teams noemen: 

  • Mijn allereerste manager Jan Boot gaf mij veel vertrouwen en ruimte. Hij stimuleerde zijn medewerkers om zich verder te ontwikkelen. Jan bleef steunen, ook bij wat onconventionele plannen.
  • Met mijn collega’s op de afdeling sportontwikkeling bij NOC*NSF kon ik naast werk ook lief en leed delen, samen mopperen op het delen van een PC - kun je je nu niet meer voorstellen - of treuren om het verlies met volleybal van de afdeling topsport.
  • Eén collega wil ik wel noemen: Janine Versteeg, zij begon op dezelfde dag als ik: 1 maart 1989 en dat schept een band. Top zoals zij is doorgegroeid bij NOC*NSF.
  • Ten slotte denk ik met veel genoegen terug aan de stuurgroep W&S binnen Europa: we - bestuurders, IOC-leden en medewerkers van federaties zoals ik - produceerden handleidingen, tools, lobbyden bij de Europese sportkoepels en hielpen elkaar in het organiseren van internationale congressen. Daar zijn ook vriendschappen uit gegroeid.”

8. Wat kan de sportwereld volgens jou leren van de wereld waarin je nu werkt?
XL5 BlikvanBuitenstaanders-Connotte-4 kopie.jpg“NOC*NSF gaat op zoek naar een nieuwe voorzitter, te starten per 20 mei 2019. De opvolger van André Bolhuis dient - zo begrijp ik - visie te tonen, de sport met de samenleving te verbinden en de Nederlandse sport in binnen en buitenland te vertegenwoordigen. En: hij of zij moet beschikbaar zijn voor één dag per week, onbezoldigd.”

“Zo’n 30 jaar geleden was het percentage vrouwen in voorzittersfuncties bij sportverenigingen nog maar 3 a 4 procent. Dat percentage zal nu wel wat hoger zijn, maar ik vrees nog geen 10 procent. Ik kreeg helaas een groot déjà vu toen ik las dat slechts 4 procent van de directeuren en voorzitters van de sportbonden en 19 procent van de bondsbestuurders (lid, secretaris et cetera) een vrouw is. Uiteraard zijn er honderden capabele vrouwen in ons land die deze functies makkelijk aankunnen. Zelf raadpleegde ik destijds graag de lijstjes van de top 100 in alle branches (nog steeds trouwens).”

“Kom op, anno 2019 verwacht ik dat een vrouw benoemd wordt als nieuwe voorzitter van NOC*NSF”

“Ai ai NOC*NSF, leer van de ervaringen van het bedrijfsleven en grote ANBI’s dat een bestuur met grote diversiteit meer navolging bij leden krijgt en meer donateurs en supporters werft. Als je als koepel streefcijfers opstelt, geef dan zelf het goede voorbeeld. Overigens, waarom niet een respectabele vergoeding voor die ene dag per week? We weten best dat het voorzitterschap van NOC*NSF niet in één kantoordag past. Dat ben je zeven dagen per week. Kom op, anno 2019 verwacht ik dat een vrouw benoemd wordt per 20 mei. Zie de suggesties van de Volkskrant of van Sport Knowhow XL zelf.”

9. Denk je ooit nog eens terug te keren in de sportwereld?
“Ik zeg niet ‘ja’ en ook niet ‘nooit’. Van invloed zijn, iets kunnen betekenen of meedenken vind ik inspirerend. Misschien is een bestuurlijke functie of een denktankachtige klus een mooie uitdaging. Zelf sporten vind ik hartstikke belangrijk voor mijzelf. Ik sla niet graag een sportavond of -ochtend over. Die ruimte wil ik wel behouden.”

Volgende keer in de rubriek 'De blik van buitenstaanders': Paul van Maanen, voormalig directeur van NebasNsg (voorloper Gehandicaptensport Nederland).
Oproep
Naar wiens carrièreverloop na zijn/haar vertrek uit de sportwereld ben je benieuwd? Wat zou zijn/haar visie op de sportwereld zijn nu hij/zij wat afstand heeft genomen? Kortom, wie zou je graag zien in deze rubriek? Suggesties met namen zijn welkom, stuur ze naar info@skxl.nl o.v.v. 'De blik van buitenstaanders'.

« terug

Reacties: 2

Jan Boot
12-02-2019

Well done! Succes met de volgende stappen. Groet, Jan

Agnes Elling
13-02-2019

Erg leuk van je te lezen, Marian! Vanwege de nu weer geagendeerde diversiteitsthematiek, denk ik vanzelfsprekend ook regelmatig terug aan de jaren negentig, toen jij mij - eerst nog als student en later als vers afgestudeerde - betrok bij jouw activiteiten vanuit NN. En aan de destijds verschenen publicaties, die huidige pleitbezorgers van meer (gender)diversiteit best als eens kunnen afstoffen om als uitvalsbasis te gebruiken voor huidig beleid.

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst