Skip Navigation LinksHome-Achtergronden-De blik van buitenstaanders-Item

“Het lerend vermogen van de sport, bestuurders en uitvoerenden is en blijft gering” 27 november 2018


Voormalige beleidsbepalers in de sportwereld kijken terug

Ooit werkten zij met volle passie in de sport. Als directeur van een sportbond, als voorzitter daarvan of werkend voor een andere sportorganisatie. Op een zeker moment verlieten zij die sportwereld en kozen ze voor een carrièreswitch naar een ander domein. Waarom maakten zij die stap? Hoe is het hen sindsdien vergaan? Hoe kijken zij terug? Wat kan de sportwereld leren van passanten die nu hun professionele sporen op een ander vlak verdienen?

Vandaag de blik van Marcel Sturkenboom, onder meer voormalig directeur (top)sport bij NOC*NSF

Curriculum vitae Marcel Sturkenboom

Werk in de sport

  • 1990-1994: senior beleidsmedewerker bij het ministerie WVC, directie sport
  • 1994-2009: directeur (top-)sport bij NOC*NSF
  • 2009-2015: interim directeur en/of bestuurder bij de Nevobo, de Vereniging en Stichting Gehandicaptensport Nederland, Special Olympics, SailWise, ’t Packhuys, Branchevereniging voor Sport en Cultuurtechniek, BMC, programmamanager Sportzone Limburg, Jeugdsportfonds provincie Utrecht, MFA Nieuw Welgelegen Utrecht, voorzitter PvdA Netwerk Sport

Werk buiten de sport 

  • 1980-1990: stafmedewerker bij het Sinaï Centrum Amersfoort
  • 2014-2015: directeur Accessibility (onderdeel van Bartiméus)
  • 2014-heden: raadslid en fractievoorzitter GroenLinks-PvdA gemeente Leusden
  • 2015-heden: directeur-secretaris KNGF

1. Waarom heb je destijds besloten in de sportwereld te gaan werken, hoe ben je erin terecht gekomen?
“Ik heb lang gevolleybald, waaronder eind jaren zeventig, begin jaren tachtig voor (landskampioen) Delta Lloyd/AMVJ en het nationaal team (43 interlands). In die periode was het nog mogelijk om dat te combineren met mijn studie Bewegingswetenschappen (IFLO) aan de VU Amsterdam. Ik werkte daarna tien jaar als praktiserend therapeut, manager in de zorg en tegelijkertijd als volleybalcoach, ook in de top. Bij mijn overstap naar de directie sport van het toenmalige ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur (WVC) kreeg ik de subsidieregeling voor bondscoaches en technisch coördinatoren werkzaam bij sportbonden in portefeuille. Met bijvoorbeeld Pieter Murphy (volleybal), Ab Krook (schaatsen), maar ook Harm Wiersma (dammen) en hun andere sporttechnische collega’s had ik het al snel over meerjarenplanning, periodisering en talentontwikkeling als noodzakelijke basis voor het cyclisch toewerken naar EK’s, WK’s en Olympische Spelen. Een ambtenaar die zich bemoeide met de inhoud, gaf een mooie maar soms ook spannende interactie.” 

“De kracht van onze aanpak was dat er met intensieve en gelijkwaardige samenwerking met sportbonden centrale sturing kwam op meerjarenplannen”

“Natuurlijk had ik - omdat ook zij subsidie ontvingen - overleg met toen nog NSF en NOC. Het bestuur van NOC, onder leiding van Wouter Huibregtsen, vroeg mij om ook ter voorbereiding op de fusie met NSF voor hen te komen werken. Uiteindelijk heb ik als hoofd begeleiding topsporters, directeur topsport met later ook de breedtesport in portefeuille, vijftien jaar voor NOC*NSF gewerkt. Een prachtige job en een mooie tijd met interne maten als Cees Vervoorn en Jan Boot, en collega’s als Johan Wakkie (KNHB) en de te vroeg overleden Ruud Bruijnis (KNVB).” 

XL40DeBlikVanBuitenstaanders-MarcelSturkenboom-1 copy“Omdat ook de voorbereiding op en deelname aan de Olympische Spelen in mijn pakket zat, mocht ik samen met Joop Alberda en Jan Loorbach als Team de Mission bijdragen aan de jump richting ‘beste acht van de wereld’. Dat lukte ook in Sydney 2000. Tot 2008 hebben we vervolgens het nodige succes op zeven Olympische (Winter)Spelen mogen meemaken en dat is gewoon fantastisch. Tegelijkertijd werkten we aan het fundament met pijlers als LOOT-scholen, het Fonds voor de Topsporter, de erkenning van Paralympische sporten, de Olympische Steunpunten, InnoSport en tot slot het Olympisch Plan 2028 als ultieme uitdaging. De kracht van onze aanpak was dat er met intensieve en gelijkwaardige samenwerking met sportbonden centrale sturing kwam op meerjarenplannen voor talenten en topsporters en de geïntegreerde inzet van kennis, faciliteiten en al het beschikbare budget (leden, overheid, Lotto, markt).”

2. Waarom heb je besloten om de sportwereld te verlaten?
“Achteraf gezien heb ik geen rekening gehouden met mijn houdbaarheidsdatum. Dat is een wetmatigheid in de sport die niet alleen geldt voor coaches, maar ook voor managers. Er ontstond gedoe dat leidde tot het bekende ‘verschil van mening over het te voeren beleid’. Het was niet de afronding van vijftien jaar die ik me had voorgesteld.”

“Toen het bestuur van NOC*NSF het Olympisch Plan 2028 volledig naar zich toetrok om eigen beleid dekkend te krijgen, barstte - ook voor mij - de bom”

“Het meningsverschil zat ’m in het beleid rond het Olympisch Plan 2028. Ik was samen met bestuurslid Ton Nelissen founder en trekker van deze ambitie. We werden aanvankelijk ook door collega’s en pers spottend aangekeken. Binnen anderhalf jaar hadden we - met de steun van organisatieadviesbureau McKinsey - overheid, grote steden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties mee, tot aan het mogen inspreken bij het kabinet en vermelding in de Troonrede toe. Dat gaf scheve gezichten. Eigenlijk was de sport zelf de grootste remmende factor. Veel sportbestuurders wilden niet direct mee in het noodzakelijke multi ownership: het Olympisch Plan 2028 was van en voor iedereen. Dat was nodig om de tussenstappen te realiseren om met 16 miljoen Nederlanders van ons land een sportland te maken. En strategisch draagvlak te creëren voor de nationale funding en een bid bij IOC-leden, internationale federaties en concullega’s van NOC’s. Voor NOC*NSF en bonden betekende dat ‘loslaten’.” 

XL40DeBlikVanBuitenstaanders-MarcelSturkenboom-2 copy copy“Toen het bestuur van NOC*NSF het Olympisch Plan 2028 juist volledig naar zich toetrok om eigen beleid dekkend te krijgen, barstte - ook voor mij - de bom. Onze waarschuwing dat andere partijen zoals overheden en bedrijven zich dan van het Olympisch Plan 2028 zouden afkeren, is helaas uitgekomen. Het gebrek van de sport om hiervan te leren werd later zichtbaar bij de bid van het NOC*NSF op de Europese Spelen. Zelfde patroon, zelfde uitkomst. Ik weet het, ik heb een uitgesproken mening, maar ‘leren, luisteren, loslaten’ kan je als manager nooit genoeg doen.”

3. Ben je totaal ander werk gaan doen of zijn er in essentie niet zo veel verschillen?
“De rode draad in mijn persoonlijk leven en loopbaan is in willekeurige volgorde sport, bewegen en gezondheid. Ik heb na NOC*NSF als directeur of bestuurder als zelfstandige in opdracht bij verschillende sport- en zorggerelateerde verenigingen of stichtingen verandertrajecten begeleid. Kenmerkend in iedere job of opdracht waren de governance-vraagstukken die typisch zijn voor een vereniging. Verenig je een branche, domein of deel van de markt of ben je alleen van en voor de leden? Heb je een bestuur dat op hoofdlijnen stuurt of krijten ze ook de lijnen? Past je organisatie (en medewerkers) zich aan aan de vraag en kan je daarmee flexibel reageren op verandering? Kan je maatschappelijk ondernemen door met diensten en partnerships je positie als organisatie c.q. vereniging te versterken? Wat is je positie en draagvlak als directeur die (zeker bij reorganisaties) altijd op het kruispunt van alle krachten zit?”

“Ik kijk met plezier terug op mijn werk in de sport en werk nu met evenveel motivatie en plezier in dienst van het KNGF”

XL40DeBlikVanBuitenstaanders-MarcelSturkenboom-3“Sinds 2014 ben ik ook lokaal politiek actief. Ik was al sinds mijn 22ste lid van de PvdA en ben nu in mijn tweede raadsperiode als fractievoorzitter lokaal bezig met economie, accommodatiebeleid (scholen, sport, cultuur), werkgelegenheid en sociaal domein. Daaronder vallen zeker ook de uitdagingen die lokale verenigingen in sport en cultuur hebben. Het zijn maatschappelijke ondernemingen geworden die hoofdzakelijk vrijwillig worden gerund. Helemaal niets mis mee, maar met een toenemende uitdaging om de maatschappelijke tegenprestatie voor subsidie te kunnen blijven leveren.”

4. Waar liggen de overeenkomsten en waarin verschilt meer in het algemeen werken in de sportwereld van werken in je huidige omgeving?
“Ik kijk met plezier terug op mijn werk in de sport en werk nu met evenveel motivatie en plezier weer in dienst van het KNGF, de beroepsvereniging van alle fysiotherapeuten. Binnen de zorg zijn zij de erkende experts op het gebied van houding en bewegen. Omdat sinds 2006 de zorg door de politiek als markt is gedefinieerd moeten patiënten, zorgverzekeraars en zorgaanbieders elkaar in evenwicht houden.”

“De veronderstelde marktwerking is echter een misvatting van de eerste orde. Marktgericht denken en handelen kan ik volgen, maar zorg is geen product zoals bij een koekjesfabriek. Het veronderstelde marktevenwicht is er niet: zorgverzekeraars maken de dienst uit en fysiotherapeuten zitten inmiddels bij het putje. Dat maakt de uitdaging ook voor mij groot. We proberen met name de behandeling van chronische aandoeningen weer terug naar de basisverzekering te krijgen. De noodzaak daarvan kunnen patiënten met reuma of COPD je vertellen: ze krijgen niet de zorg (fysiotherapie) die ze nodig hebben.”

“Ik volg de sportwereld nog steeds met belangstelling. NOC*NSF en de bonden zetten zich uitstekend in voor een goede (harde en zachte) sportinfrastructuur”

XL40DeBlikVanBuitenstaanders-MarcelSturkenboom-4“De bovenkant van de sport is ook een harde markt. De bedragen die daar van toepassing zijn, zijn niet te begrijpen als je naar de breedtesport kijkt, die leunt op vrijwillige inzet en subsidie. Dat zijn weliswaar twee kanten van een medaille, maar de scheidslijn is lastig. Als KNGF positioneren we de fysiotherapeut als dé zorgprofessional die in beeld is ‘als bewegen niet vanzelfsprekend is’. Leuk is dat we strategisch samenwerken met NOC*NSF, waar (kunnen) bewegen voorwaarde voor sportdeelname is en NL Actief (de koepel van de fitnessbranche), waar bewegen en sport als product wordt afgenomen.”
“Veel fysiotherapeuten hebben naast hun praktijk ook een fitnesscentrum. Een deel van mijn werk is de belangen van het vak en alle fysiotherapeuten in politiek Den Haag, bij VWS en andere stakeholders te behartigen. Overeenkomstig met mijn werk bij NOC*NSF  is werken in een vereniging, met bestuurders en dat ik een middelgrote organisatie aanstuur waar belangenbehartiging, het borgen van kwaliteit (register, richtlijnen, onderzoek) en dienstverlening centraal staan.”

6. Wat kan de sportwereld volgens jou leren van de wereld waarin je nu werkt?
“Ik volg de sportwereld nog steeds met belangstelling. NOC*NSF en de bonden zetten zich uitstekend in voor een goede (harde en zachte) sportinfrastructuur. Daardoor kan ook ik blijven genieten van sportieve (olympische) prestaties, net als hardlopen en tennissen voor mijn gezondheid en plezier.”

“De sportwereld blijft nog steeds te veel een besloten bastion met eigen wetten, normen en waarden”

“In de zorg en het welzijn wordt (steeds meer) de patiënt als klant centraal gesteld. Zorgaanbieders gaan (moeten) over eigen historische grenzen heen samenwerken. Eerste- (huisarts en fysiotherapeut), tweede- (ziekenhuizen) en derdelijnszorg (gespecialiseerde intramurale zorg) zullen als ordening en financieringsprincipe verdwijnen.” 

XL40DeBlikVanBuitenstaanders-MarcelSturkenboom-5  copy“De sportwereld blijft nog steeds te veel een besloten bastion met eigen wetten, normen en waarden. Het lerend vermogen van de sport, bestuurders en uitvoerenden is en blijft gering. De sport wil te veel baas in eigen wereld blijven, maar op essentiële onderdelen wordt zwaar geleund op financiering door de overheid of markt. De sport zal mee moeten en de (potentiële) georganiseerde, niet georganiseerde en anders georganiseerde sporter als klant centraal stellen en (meer) gelijkwaardige partnerships moeten afsluiten en vooral loslaten.”

“Binnen dat bastion is de alsmaar voortdurende (financiële) afhankelijkheid van sportbonden van NOC*NSF opvallend. VWS heeft geen beleidskracht meer en te veel aan NOC*NSF overgedragen. NOC*NSF heeft het ‘beste acht-principe’ heilig verklaard, waarbij de centrale sturing is doorgeschoten. Team NL is de nieuwe marketing benadering, maar bonden zijn ook daar ondergeschikt. Dit perspectief is gedoemd om te mislukken. De (technische) top op Papendal blijft zitten of wisselt stuivertje met een positie bij een bond. Mijn advies is een andere weg in te slaan. Sporters, coaches en anderen zullen uiteindelijk opstaan en hun eigen weg gaan. De sport moet de afgesproken principes van good governance toepassen en de houdbaarheid van de structuur en de mensen daarbinnen en de eigen spelregels echt kritisch tegen het licht houden.”

9. Denk je ooit nog eens terug te keren in de sportwereld?
“Wie weet.”

Volgende keer in de rubriek 'De blik van buitenstaanders': Saakje Mulder, voorheen directeur/bestuurder Sport Fryslân, nu algemeen directeur bij LifeLines.
Oproep
Naar wiens carrièreverloop na zijn/haar vertrek uit de sportwereld ben je benieuwd? Wat zou zijn/haar visie op de sportwereld zijn nu hij/zij wat afstand heeft genomen? Kortom, wie zou je graag zien in deze rubriek? Suggesties met namen zijn welkom, stuur ze naar info@skxl.nl o.v.v. 'De blik van buitenstaanders'.
« terug

Reacties: 2

Hek Kraaijenjhof
27-11-2018

Een interessant citaat uit bovenstaande bijdrage: 'De sportwereld blijft nog steeds te veel een besloten bastion met eigen wetten, normen en waarden. Het lerend vermogen van de sport, bestuurders en uitvoerenden is en blijft gering. De sport wil te veel baas in eigen wereld blijven, maar op essentiële onderdelen wordt zwaar geleund op financiering door de overheid of markt'

Zeker als men kijkt naar naar het CV van Dhr. Sturkenboom, die zeker 20 jaar in datzelfde besloten bastiion heeft vertoefd en dus deel uitgemaakt heeft van dezelfde organisaties die hij hierboven benoemt en op diplomatieke wijze bekritiseert.

loek jorritsma
27-11-2018

Inderdaad heeft VWS geen beleidskracht meer en teveel aan NOC*NSF overgedragen. Ben wel benieuwd wat NLSportraad en vervolgens VWS met deze observatie doen. Ik zie graag dat Marcel zich aansluit bij diegenen die zich openlijk blijven uitspreken voor de versterking van de positie van de bonden. Interessante, nieuwe ontwikkeling.

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst