Skip Navigation LinksHome-Achtergronden-De blik van buitenstaanders-Item

“Er is een actuele vraag naar nieuw soort organisaties” 25 september 2018


Voormalige beleidsbepalers in de sportwereld kijken terug

Ooit werkten zij met volle passie in de sport. Als directeur van een sportbond, als voorzitter daarvan of werkend voor een andere sportorganisatie. Op een zeker moment verlieten zij die sportwereld en kozen ze voor een carrièreswitch naar een ander domein. Waarom maakten zij die stap? Hoe is het hen sindsdien vergaan? Hoe kijken zij terug? Wat kan de sportwereld leren van passanten die nu hun professionele sporen op een ander vlak verdienen?

Vandaag de blik van Jos Kusters, in de sport onder meer werkzaam geweest als directeur van de zwembond.

Curriculum vitae Jos Kusters

Werk in de sport

  • 1975 - 1978: Academie voor Lichamelijke Opvoeding (ALO) en diploma sportleider geestelijke gehandicapten
  • 1979 - 1980: sportinstructeur Koninklijke Landmacht (dienstplicht) 
  • 1982 - 2000: Fontys Hogescholen docent lichamelijke opvoeding, docent sportmanagement en organisatiekunde SPECO, plaatsvervangend directeur ALO 
  • 1997 - 1999: master Rijksuniversiteit Groningen 
  • 1979 - 2000: volleybaltrainer (tot en met eerste divisie), docent volleybaltrainersopleiding B en C (o.a. trainingsleer en sportmanagement), regiotalenttrainer C-jeugd en voorzitter werkgroep technische opleidingen Nevobo
  • 2000 - 2005: directeur Koninklijke Nederlandse Zwembond
  • 2005 - 2008: programmadirecteur Alliantie School en Sport in opdracht van OCW, VWS en NOC*NSF

Werk buiten de sport 
  • 2008 - 2013: directeur wetenschappelijk onderzoekscentrum RdMC Open Universiteit
  • 2013 - heden: voorzitter College van Bestuur ROC Leeuwenborgh (waaronder de opleiding CIOS Sittard)

Nevenfuncties buiten de sport

1. Waarom heb je destijds besloten in de sportwereld te gaan werken, hoe ben je erin terecht gekomen?
“Als ‘sportjongetje’ vanaf lagere school tot en met middelbare school heb ik heel veel verschillende sporten beoefend, al dan niet in verenigingsverband. Alle sporten deed ik op redelijk niveau. Vanaf m’n dertiende was ik vastberaden leraar lichamelijke opvoeding te worden en zo is het gegaan."

“Ik moest erg wennen aan opportunistische sportwereld (waan van de dag), bokitogedrag (doel heiligt alle middelen) en geringe onderlinge samenwerking”

XL32BlikBuitenstaandersJosKusters-1 copy2. Waarom heb je besloten om de sportwereld te verlaten?
“Op zoek naar voortdurende (persoonlijke) ontwikkeling en uitdagingen kwamen kansen voorbij waarop ik ben ingegaan. Eén en ander besloot ik niet zonder risico, zoals een vaste baan opgeven voor een projectaanstelling. Ik heb het bijvoorbeeld enorm naar mijn zin gehad bij de zwembond. Een prima bond, met veel hardwerkende en gepassioneerde vrijwilligers, mooie evenementen en aansprekende toppers."

"Ik had echter nooit de ambitie om lang directeur van een sportbond te blijven. Ik ben ervan overtuigd dat het én voor het merendeel van organisaties én voor jezelf beter is een benoemingstermijn van maximaal zes tot acht jaar aan te gaan om daarna bij voorkeur uit het bekende kringetje te stappen. Dat creëert ruimte voor jezelf, voor de organisatie en voor nieuwe opvolgers.”

3. Zie je verschillen tussen werken in en buiten de sportwereld?
“De stap van plaatsvervangend directeur ALO naar directeur sportbond was qua omvang van verantwoordelijkheden een grote, evenals qua publieke positie. Ik kan me nog een kop in de Telegraaf herinneren: ‘Directeur Zwembond, Jos Kusters, snapt er helemaal niets van’. Dat was even wennen ’s ochtends. Qua management zijn er echter geen grote verschillen. Wel bestaat er een groot verschil in de cultuur tussen onderwijsinstelling en sportbond. Ik moest erg wennen aan opportunistische sportwereld (waan van de dag), bokitogedrag (doel heiligt alle middelen) en geringe onderlinge samenwerking. De positie binnen de Alliantie School en Sport was een directeurschap zonder hiërarchische bevoegdheden, nauwelijks financiële middelen en politiek aangestuurd. Dat je zonder dit alles toch resultaten kunt bereiken - structurele overheidssubsidiëring voor combinatiefunctionarissen, inmiddels zijn er 4.500 buurtsportcoaches - was voor mij in alle opzichten leerzaam.”

“De invloed van sociale media met meningen in plaats van feiten is voor onze gehele maatschappij een forse uitdaging”

4. Waarin verschilt meer in het algemeen werken in de sportwereld van werken in je huidige omgeving?
“Gaandeweg ben ik in nevenfuncties en werk meer bestuurlijk actief geworden, dat is wel een groot verschil. Van bestuurders wordt verwacht dat zij weten hoe de organisatie er over vijf tot acht jaar moet uitzien en dat ze daar de weg voor effenen zodat anderen dat kunnen realiseren. Daarmee is het werk van de bestuurder veel meer extern gericht op allianties, analyses en strategie en veel minder op de tactisch operationele uitvoering.”

5. Zie je ook overeenkomsten tussen je huidige werkomgeving en die van de sportwereld?
XL32BlikBuitenstaandersJosKusters-2“Wat ik tegenkwam in de sport en kom in het onderwijs (en in het gemeentelijk sociaal domein) is de enorme passie en gedrevenheid van professionals en vrijwilligers. Ze zijn sterk inhoudelijk gedreven en stellen hun kwaliteiten en inzet in dienst van anderen. Dat is hartverwarmend en fantastisch om mee te mogen werken. De valkuil voor deze mensen in deze sectoren is de vraag: wanneer is goed, goed genoeg? Dus, waar trekken we grens? Ook gemeenschappelijk bestaat de afkeer van regels van bovenaf die hun passie en bevlogenheid afremmen in plaats van ondersteunen. Daarnaast is er een parallel hoe de landelijke overheid zich mengt in de maatschappelijke discussies en hoe dat dan weer invloed heeft op de sport, het onderwijs, het sociaal domein, et cetera. De invloed van sociale media met meningen in plaats van feiten is voor onze gehele maatschappij een forse uitdaging.”

6. Als je met de kennis en ervaring van nu terugkijkt naar toen, wat zou je dan anders gedaan hebben toen je nog in de sport werkte?
“Sport heeft mij gevormd en geleerd dat een sterke focus voorwaardelijk is om je doel te behalen. Ik denk dat ik daarom als dertiger/veertiger overwegend taakgericht was. Dat was niet altijd even effectief. Nu is mijn taakgerichtheid meer in balans in combinatie met mijn relationele gerichtheid. Ik denk dat mijn effectiviteit daardoor nu groter is dan toen. Achteraf gezien had ik dat graag wat eerder doorgehad.”

7. Aan wie met wie je gewerkt hebt in de sportwereld denk je met veel genoegen terug en waarom?
“Dat is een hele lastige. Omdat ik in vele netwerken actief (geweest) ben, zijn er velen die mij dierbaar zijn en met wie ik nog steeds contact heb. Ik heb van iedereen wel iets geleerd, positief dan wel negatief.”

“In mijn visie vraagt de toekomst van alle organisaties om adaptief, flexibel en innovatief te zijn. Daarin schieten vele organisatiestructuren tekort”

XL32BlikBuitenstaandersJosKusters-3 copy8. Wat kan de sportwereld volgens jou leren van de wereld waarin je nu werkt?
“Omdat ik al jaren niet meer echt inzicht in sportorganisaties heb, geef ik een algemeen antwoord. In mijn visie vraagt de toekomst van alle organisaties om adaptief, flexibel en innovatief te zijn. Daarin schieten vele organisatiestructuren tekort en dat zou ook voor sommige sportbonden en sportverenigingen kunnen gelden. Er is een actuele vraag naar nieuw soort organisaties, namelijk partnerships in de vorm van ecosystemen, waarin een diversiteit aan organisaties vanuit een onderlinge afhankelijkheid wiked problems op nieuwe manieren oplossen. Dat gaat dus veel verder dan netwerken. Binnen het beroepsonderwijs (en de daaraan gekoppelde bedrijven en instellingen) begint dit gedachtegoed vaste grond te krijgen in zogenaamde broedplaatsen. Ik zelf doe daar onderzoek naar in relatie tot het mbo. Het zou goed zijn als geïnteresseerden uit de sport zich laten informeren wat deze denklijn voor deze sector zou kunnen betekenen.”

9. Denk je ooit nog eens terug te keren in de sportwereld?
“Ik heb direct na mijn alliantietijd nog even de ambitie gehad bestuurder van NOC*NSF te worden, maar daar heb ik nooit mijn vinger voor opgestoken. Dat zegt vooral wat over mij. Mijn leven is op dit moment meer dan voldoende gevuld (kwantitatief en kwalitatief) met werk, nevenfuncties en privé. Ruimte voor bestuurlijke activiteiten in de sport is er nu niet, maar ik sluit tijdelijk commissiewerk in de toekomst niet uit. De sport heeft mij veel plezier opgeleverd (de actieve beoefening nog steeds) en mij heel veel gebracht en geleerd, daar ben ik mij terdege van bewust en dankbaar voor.”

Volgende keer in de rubriek 'De blik van buitenstaanders': Karin Horsting, onder meer oprichtster van Sportinnovatie en bij SV Kampong één van de eerste verenigingsmanagers van Nederland.
Oproep
Naar wiens carrièreverloop na zijn/haar vertrek uit de sportwereld ben je benieuwd? Wat zou zijn/haar visie op de sportwereld zijn nu hij/zij wat afstand heeft genomen? Kortom, wie zou je graag zien in deze rubriek? Suggesties met namen zijn welkom, stuur ze naar info@skxl.nl o.v.v. 'De blik van buitenstaanders'.
« terug

Reacties: 2

Hans Gootjes
25-09-2018

Mooi artikel Jos! Waardering voor je als altijd authentieke benadering van vraagstukken in de sport én het onderwijs! Vitale groet, Hans

Stan Stolwerk
26-09-2018

Jos, jij bent zeker iemand aan wie ik met plezier denk, terugkijkend op de periode dat we in de sport samen hebben gewerkt. Dat blijkt ook weer uit je verhaal hier. Innovatief, open, aanpassingsgericht, result en people, etc. Interessante punten die ik eruit pik; zittingstermijn 6-8 jaar; yes beter voor alle betrokkenen. Soms eng maar doen! Adaptatie is key .. en structuur moet dat mogelijk maken.. Je wijst op netwerk, ecosystemen, broedplaatsen.. ik denk aan 'laboratoria'; heel interessant. Mooie beschouwing en (haha) de Telegraaf zit er wel vaker naast; 'jij snapt het heeeeel goed' Jos, groet Stan

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst