Skip Navigation LinksHome-Achtergronden-Boeken met Broeke-Item

Op zoek naar... een nieuwe genderorde in de voetbalwereld 18 juli 2017

door: Adri Broeke

Halverwege de jaren zestig ontrolde zich een feministische golf in ons land. De zogeheten Dolle Mina's namen vaak op ludieke wijze de (over)heersende machocultuur op de schop. Veel van oudsher hegemoniale mannenbolwerken kregen het zwaar te verduren. Onterechte discriminatie en achterstelling werd fanatiek bestreden. Een en ander wierp pas op langere termijn haar vruchten af. Ook voor de vrouwensport. 

Tegenwoordig doen vrouwen aanzienlijk meer aan sport dan toentertijd het geval was. Qua sportdeelname is er momenteel een sekse-evenwicht. Spectaculair is de groei die het meidenvoetbal de laatste jaren doormaakt. Al met al gaat het de vrouwensport heden ten dage getalsmatig voor de wind. In maatschappelijk opzicht is er echter nog een wereld te winnen. Wat is nodig om een definitieve doorbraak van het vrouwenvoetbal te bewerkstelligen?

XL26BoekenmetBroekeCoverVrouwenvoetbalVrouwensport: spiegel van de samenleving?
De samenstellers van het boek 'Vrouwenvoetbal in Nederland' laten er bepaald geen gras over groeien. Sport weerspiegelt in hun ogen het neoliberale model van de moderne samenleving. De auteurs in deze bundel staan tevens kritisch tegenover de eenzijdige focus op de positieve werking van sport. Sport is immers naast een plezierige en zingevende bezigheid ook een gebied van uitsluiting en discriminatie. 

Voetbal is wat dit betreft een typisch 'mannelijk' domein waar door vrouwen tot op de dag van vandaag een sociaal gevecht wordt geleverd tegen seksisme en voor gelijke rechten. Vrouwenvoetbal fungeert zo bezien als spiegel en als katalysator van belangrijke veranderingen in onze samenleving. Martine Prange (filosoof) en Martijn Oosterbaan (antropoloog) verzorgden de redactie van deze boeiende bundel artikelen over de maatschappelijke emancipatie van het vrouwenvoetbal als zodanig. Een, voor de Nederlandse sportwereld, baanbrekend boek. Met een hier en daar (te?) hoog academisch gehalte, dat wel.

Het is één van de producten die uit een door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) gefinancierd project is voortgekomen. Meerdere onderzoekers en maatschappelijke partners waren bij de realisatie van het totale traject betrokken. De bundel is opgedeeld in drie delen: Geschiedenis - Gender - Media. In samenwerking met Atria - het kennisinstituut voor vrouwengeschiedenis en emancipatie - is het uitgegeven. Goed getimed. Vlak voor de start van het EK- voetbal voor vrouwen (WEURO 2017) in ons land.

Vanuit Engeland geïmporteerde sporten als roeien, tennis, atletiek en hockey werden slechts onder bepaalde voorwaarden geschikt geacht 'Nice girls don't sweat' gold als gendernorm

Hoogleraar sportgeschiedenis Marjet Derks zet in het eerste deel gelijk de toon met een genderspecifieke benadering van de sportontwikkeling. In navolging van de Engelse sociologen Snyder en Spreitzer worden voor vrouwen drie sportparticipatietrajecten onderscheiden. 

De hoogte van de in- en uitsluitingsgraad verschilt per groep. Weinig inspanning of lichamelijk contact vergende sporten werden door de heren autoriteiten (artsen, pedagogen, bestuurders) over het algemeen snel acceptabel bevonden. Zwemmen, wandelen en gymnastieken behoorden tot deze eerste categorie. Nieuwe vanuit Engeland geïmporteerde sporten als roeien, tennis, atletiek en hockey daarentegen werden slechts onder bepaalde voorwaarden geschikt geacht. 'Nice girls don't sweat' gold daarbij als gendernorm. 

Deze voor vrouwen 'zwaardere' vormen van sport dienden in een laag tempo, met lichter materiaal, voor een kortere wedstrijdduur en vooral op sierlijke wijze uitgevoerd te worden. Tenslotte vormden sporten als wielrennen, boksen, polsstokhoogspringen, wedstrijdroeien en voetbal de derde categorie. Lange tijd waren ze 'not done' voor vrouwen. Van sporten waarbij het draait om fysieke kracht, zware inspanning, veel lichaamscontact en mogelijke verwondingen moesten vrouwen categorisch uitgesloten worden vond men. De voetbalwereld liep daarbij, zij het in negatieve vorm, voorop. 

Pas in 1955 werd besloten een eigen bond op te richten voor en door vrouwen: de Algemene Damesvoetbal Bond. De inmiddels Koninklijke voetbalbond was daarover 'not amused'

Naar een gelijkwaardige vrouwencompetitie
De volwassenwording van het vrouwenvoetbal had heel wat voeten in de aarde. Marjet Derks en Tessel Middag (topvoetballer) hebben daar de afgelopen jaren uitgebreid studie naar gedaan.

Eind negentiende eeuw vonden de eerste voetbalwedstrijden voor vrouwen plaats. Engeland was de bakermat. Aanvankelijk kregen kleding en uiterlijk daarbij vooral de aandacht (en hier en daar de spot). Al snel raakten de toeschouwers steeds meer in het spelverloop geïnteresseerd. Tijdens WO I toen veel mannen aan het front waren, werd het Engelse vrouwenvoetbal zelfs zeer populair. Door een boycot van de mannenvoetbalbond ebde de aandacht voor het Ladies Football na de oorlog helaas snel weg.

Door vergelijkbare tegenwerking van de toenmalige Nederlandse Voetbal Bond (NVB) kwam in ons land rond het begin van de twintigste eeuw het georganiseerde damesvoetbal nauwelijks van de grond. Pas in 1955 werd besloten een eigen bond op te richten voor en door vrouwen: de Algemene Damesvoetbal Bond. De inmiddels Koninklijke voetbalbond was daarover bepaald 'not amused' en kwalificeerde de damesvoetbalwedstrijden als 'wild voetbal'. 

"De vrouwenwedstrijden mochten niet langer dan twee keer een half uur duren"

Eerst na intensief overleg tussen de beide bonden werd de vrouwencompetitie goedgekeurd en officieel hervat, weliswaar onder een flink aantal beperkende voorwaarden. De vrouwenwedstrijden mochten bijvoorbeeld niet langer dan twee keer een half uur duren. In het wedstrijdschema van clubs moest er bovendien meer dan een uur speling zitten tussen de wedstrijden van de vrouwen en die van de jongens en de volwassen mannen. Over gelijke behandeling gesproken...

Aan de feministen hadden de voetballende vrouwen vreemd genoeg niet veel. Hoewel ze zich op allerlei terreinen inspanden voor gelijke rechten, lieten ze de voetballende vrouw in haar hemd staan. De maatschappelijke erkenning van het vrouwenvoetbal was hiermee weinig gebaat. Het duurde tot eind jaren zestig voordat daarin een ommekeer kwam. Nederland telde in die tijd al over de honderd vrouwenteams. Een kwart daarvan was ondergebracht bij aparte vrouwenverenigingen. 

Eindelijk ging de KNVB overstag en werd binnen de bond de Landelijke Commissie Damesvoetbal (LCD) in het leven geroepen. Begin zeventiger jaren waren 'slechts' achtduizend vrouwen bondslid. Vandaag de dag zijn er meer dan honderdvijftigduizend vrouwelijke leden. Met ruim dertig miljoen aangesloten voetballende meiden en vrouwen is het vrouwenvoetbal op dit moment de snelst groeiende sport ter wereld. Voor de maatschappelijke ontpopping moest wel de nodige weerstand en tegenwerking overwonnen worden. Zonder weerstand geen glans. Het vrouwenvoetbal vervult nu een voorhoede rol bij de broodnodige verschuiving van de (scheve) man-vrouwverhoudingen in veel landen.

Emancipatie van het vrouwenvoetbal: de huidige stand van zaken
Vrouwenvoetbal zit volgens velen in de lift. Ogenschijnlijk is dat het geval. Na een lange periode van repressiepolitiek (door de voetbalbonden, de clubs en het brede (kijk)publiek), zijn we aangekomen in een fase van groei en ontwikkeling. Volgens de in de bundel 'Vrouwenvoetbal in Nederland' publicerende goed ingevoerde schrijversploeg van senior onderzoekers en (oud)topvoetballers is dit een veel te rooskleurig beeld. In de twee resterende boekdelen maken ze duidelijk dat er onder de oppervlakkige bovenstroom nog altijd dieperliggende processen van uitsluiting en ongelijkheid schuil gaan. 

"Zowel in trainer-/coachfuncties als in leidinggevende/bestuurlijke rollen zijn vrouwen nog zwaar ondervertegenwoordigd. Vrouwenvoetbal wordt beschouwd als een afgeleide van het 'echte' mannenvoetbal"

De sociale wetenschappers Annelies Knoppers en Inge Claringbould buigen zich in dit verband over de nog immer wijd verspreide regimes van ongelijkheid in het voetbal. Het is volgens hen mooi en aardig dat er voor (jonge) meiden intussen veel meer mogelijkheden zijn om in georganiseerd verband te voetballen. Echter hoe ouder ze worden en hoe hoger ze gaan spelen, hoe minder speelmogelijkheden. Zowel in trainer-/coachfuncties als in leidinggevende/bestuurlijke rollen zijn vrouwen daarenboven nog zwaar ondervertegenwoordigd. Vrouwenvoetbal wordt veelal beschouwd als een afgeleide van het 'echte' mannenvoetbal. Jongens leren - onbewust - al snel zich met dit heteroseksuele mannelijkheidsideaal te identificeren en zich minachtend af te zetten tegen het vrouwenvoetbal ('wijvensport') en/of homoseksualiteit. In de clubs en faciliteiten, in de verdeling van bestuurlijke macht, in de beloning van de spelers en in de media-aandacht zijn de regimes van genderongelijkheid nog volop aanwezig in het huidige voetballandschap. 

De media spelen in dit verband een belangrijke rol bij het verspreiden van sociale normen en ideaalbeelden inzake mannelijkheid en vrouwelijkheid. Sportredacties blijken evenwel inhoudelijk maar al te vaak over weinig expertise en ervaring te beschikken op het gebied van vrouwenvoetbal. Zeker bij de commerciële media speelt niet de nieuwswaarde maar de amusementswaarde de grote rol. 

"In het voetbal 'verkoopt' de profsport van vrouwen zich meer en meer op basis van prestaties. Ook blijkt het principe van 'sex sells' een goed werkend promotiemiddel"

Speelsters die uiterlijk voldoen aan het ideaalbeeld van een sexy vrouw worden het meest geportretteerd. Mulier onderzoekster Agnes Elling en oud-teammanager van de FC Utrecht-vrouwen Astrid Cevaal benadrukken dat vrouwentopsport ondanks dit soort praktijken inmiddels toch behoorlijk volwassen is geworden. Sterker nog, sinds Sydney 2000 wonnen de topsportvrouwen in ons land de helft tot driekwart van het olympisch (gouden) eremetaal! 

In het voetbal 'verkoopt' de profsport van vrouwen zich meer en meer op basis van prestaties. Daarnaast blijkt het principe van 'sex sells' eveneens een goed werkend promotiemiddel. Blijkbaar zijn empowerment en een sexy presentatie voor voetbalbabes als Anouk Hoogendijk in commercieel opzicht geen tegenstrijdigheden meer.
XL26BoekenmetBroekeVrouwenvoetbal-2
De toekomst van het voetbal: hoe de genderorde te doorbreken? 
Welke lering kunnen we trekken uit deze - bepaald niet vrolijk stemmende - bundeling beschouwingen? Duidelijk is dat de KNVB inzake de erkenning en ontwikkeling van het vrouwenvoetbal ernstig in gebreke is gebleven. Mede debet aan de stilzwijgende discriminatie van voetballende meisjes en vrouwen is het in de sportwereld gangbare liberale mensbeeld. Daarbij wordt eenzijdig uitgegaan van de autonomie van het individu en de bevrijdende werking van sport. Ondanks de popularisering van de vrouwensport en het meidenvoetbal in het bijzonder, is er nog altijd sprake van een weinig diverse vertegenwoordiging van etnische groepen en anders geaarden in de voetballerij. 

Met het oog hierop zullen de komende jaren hoe dan ook de nodige paradoxen overwonnen dienen te worden. Een nieuwe manier van 'en-en'-denken is nodig om meerdere tegengestelde krachten als fundamenteel gelijkwaardig te beschouwen en samen te brengen. De 'schoonheidsparadox' bijvoorbeeld bestaat uit de tegenstelling tussen aan de ene kant technisch-tactisch beoordeeld worden op 'mannelijke' kwaliteiten als kracht, snelheid en balbehandeling en aan de andere kant in de rol van heteroseksueel aantrekkelijk vrouw die vaardigheden te mogen tonen. 

"Op naar een radicale transformatie van de verouderde rolbevestigende en vercommercialiseerde voetbalcultuur. Ik kan niet wachten"

Ook de 'democratiseringsparadox' zal zich de komende jaren voordoen. Ten onder gaan aan het eigen succes. Dat is een niet ondenkbare situatie waarbij het vrouwenvoetbal op allerlei aspecten steeds dichter de gelijkheid met mannenvoetbal benadert. Daarmee wordt het mogelijk te veel bedreigend en vergroot het de kans om weer naar het tweede plan teruggeworpen te worden. Dit alles ten faveure van meer aandacht en investeringen in het jongens- en/of mannenvoetbal. 

In de nabije toekomst is het meiden- en vrouwenvoetbal volgens promovendus Nathanja van den Heuvel zeker niet gebaat met het klakkeloos imiteren van de bestaande jongens- en mannenvoetbalcultuur. De man is en blijft dan in het (top)voetbal de norm, tegen de achtergrond van praktijken die volledig zijn gedetermineerd door winst en winstbejag. Het voetballandschap in al haar verschijningsvormen zal op termijn een principiële 'en-en'-cultuuromslag dienen door te maken. De traditionele man-vrouw tegenstellingen voorbij. Meisjes/vrouwen behoeven het mannelijke rolpatroon niet over te nemen om 'hun mannetje te staan'. Jongens/mannen behoeven niet eenzijdig overcompenserend de 'zachte' man uit te hangen met bijpassend metroseksueel rolgedrag. Op de voetbalvelden en de voetbalpleintjes dient het streven naar diversiteit (in sexe, geslacht, geloof, geaardheid etc.) de nieuwe waardemaatstaf te worden. 

Voetbal als een nieuw heterotopia. Een domein met de gewenste speelruimte voor allerlei voetbalgerelateerde vormen van gender-, seksuele en raciale diversiteit. Zowel op deelname-, organisatorisch als op bestuurlijk niveau. Een oefenplek waarbinnen mensen leren tegenpolen te overbruggen en nieuwe levensstijlen te ontwikkelen die bijdragen aan sociale rechtvaardigheid en gendergelijkheid in en door sport. Van elkaar uitsluitende mannen óf vrouwen werelden, naar een elkaar insluitend en gelijkwaardig speelveld voor iedere voetbalminded vrouw én man. Het samengaan van jongens en meisjes in het jeugdvoetbal voorop. Op naar een radicale transformatie van de verouderde rolbevestigende en vercommercialiseerde voetbalcultuur. Ik kan niet wachten.

Leestips:

  • Prange, M en Oosterbaan, M (red.) (2017). Vrouwenvoetbal in Nederland. Utrecht: Uitgeverij Klement.
  • Postma, A (2017). Meidenvoetbal in 14 verhalen. Amsterdam: Johan Cruyff Foundation.
  • Miedema, V (2017). Meidenvoetbal met tips en trucs van de spits van de Oranje leeuwinnen. Uithoorn: Karakter Uitgevers B.V.

Adri Broeke (1946) verdiende de kost als bollenpeller, bakkersknecht, gymleraar, beroepsopleider, consultant, lector en als onderzoeker. Op 25 maart 2010 is hij gepromoveerd. De titel van zijn proefschrift: ‘Professioneel Sportmanagement Vernieuwen’. Zijn favoriete boek is: ‘De A.F.C.’ers’ van J.B. Schuil.

« terug

Reacties: 0

Reactie toevoegen

Naam*
E-mailadres*
Reactie*
Stuur mij een e-mail als er een nieuwe reactie wordt geplaatst