Waardering rendementsgaranties van een betaaldvoetbalclub | 27-11-2007
Op 30 oktober jl. is een zaak van Hof Amsterdam inzake de waardering van
rendementsgaranties van een betaaldvoetbalclub gepubliceerd. In deze zaak heeft
het Hof geoordeeld dat de door de betaaldvoetbalclub verstrekte
rendementsgaranties aan enkele spelers en directieleden loon vormen in de zin
van de Wet op de Loonbelasting en dat deze moeten worden belast ten tijde van de
toekenning van de garanties. De zaak was als volgt.
Een aantal spelers
en directieleden heeft via de hoofdsponsor van de voetbalclub in aandelen
belegd. Met betrekking tot het rendement van de beleggingen is door de
voetbalclub garanties verstrekt. De belastingadviseur van de club heeft
aangeraden om de fiscale aspecten hiervan met de Belastingdienst af te stemmen,
echter dit is nagelaten door de club. De voetbalclub nam namelijk aan dat pas
eventuele feitelijke betalingen uit hoofde van die garanties loon zouden zijn.
In geschil was de door de inspecteur opgelegde naheffingsaanslag
loonbelasting/premie volksverzekeringen en de boete.
Hof Amsterdam volgt
de partijen in hun meningen dat de rendementsgaranties loon vormen en dat deze
moeten worden belast ten tijde van de toekenning van de garanties. Het destijds
door de voetbalclub ingenomen standpunt dat pas eventuele latere betalingen uit
hoofde van die garanties loon zouden vormen, vormt volgens het Hof (anders dan
de inspecteur van mening is) een zodanig pleitbaar standpunt dat dit niet kan
leiden tot de zogenoemde ‘omkering en verzwaring van de bewijslast’. Als gevolg
van deze omkeringsregel zou de bewijslast volledig op de belastingplichtige
komen te rusten en dient deze de onjuistheid van de bestreden belastingaanslag
te bewijzen. Verder vindt het Hof dat de voetbalclub terecht stelt dat op het
aldus belaste loon ook de 35%-regeling (nu de 30%-regeling) van toepassing is.
Het Hof komt tot de slotsom dat de (vergrijp)boete niet in stand kan blijven en
dat belastingplichtige geen grove schuld of opzet kan worden verweten. Derhalve
is het beroep van de betaaldvoetbalclub deels gegrond verklaard.
<< terug
Tweet
